Minder scholieren, maar de verwarming blijft aan

De komende vijf jaar daalt in sommige regio’s het aantal schoolkinderen dramatisch. En Almere groeit als nooit tevoren. Scholen krijgen problemen.

Scholen in Zuid-Limburg, de grote steden en Almere krijgen het moeilijk de komende jaren.

De bevolkingsopbouw wordt de komende jaren namelijk schever dan ooit, zo is op te maken uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag publiceerde. Tot 2013 daalt het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd met 60.000 – nu zijn er nog 1,8 miljoen. Het aantal kinderen van 13 tot 18 jaar daalt met 20.000. De gevolgen voor het onderwijs zullen „fors” zijn, zo zegt Jan Latten, CBS-onderzoeker en hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dat komt vooral doordat de regionale verschillen dramatisch groot zijn, zegt Latten. In delen van Limburg, Zeeland en Groningen daalt het aantal kinderen nóg forser, met soms 20, 30 procent. In de grote steden en Almere, waar veel nieuwbouw is, is het tegenovergestelde aan de hand: daar groeit het aantal kinderen, met soms 30 procent. Voor schoolbesturen wordt het lastig plannen.

Neem het ene uiterste: Parkstad Limburg, een samenwerkingsverband van zeven gemeenten in Zuid-Limburg. In de voormalige mijnstreek daalt volgens cijfers van de provincie het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs de komende twintig jaar met 34 procent. Het basisonderwijs daalt met eenzelfde percentage.

De Limburgse gedeputeerde Odile Wolfs (PvdA) spreekt van „alarmerende cijfers”. De twee grote scholenbesturen voor voortgezet onderwijs in de regio werken al sinds 2004 samen om de krimp op te vangen. Scholen fuseren, er wordt bezuinigd op leraren, klassen worden bij elkaar gezet, soms van verschillende schooltypes. En er worden scholen opgeheven. Maar daarmee is het probleem niet opgelost, zegt John Monsewije, voorzitter van het college van bestuur van Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg.

„Het grootste probleem is de bekostiging van het onderwijs door het Rijk”, zo schetst hij. Die gaat voor een groot gedeelte naar rato van het aantal leerlingen. Maar als het aantal leerlingen daalt, kan je een school niet gedeeltelijk sluiten, zegt Monsewije. De kosten voor onderhoud en verwarming blijven veel langer op hetzelfde niveau, maar de vergoeding daalt.

Bovendien het sluiten van scholen niet oneindig doorgaan, zegt Monsewije. De scholen liggen erg gespreid. „Je kan niet leerlingen tientallen kilometers verder laten fietsen dan ze nu doen.” Als het zo doorgaat, is Monsewije binnen vijf jaar door zijn eigen vermogen van 9 miljoen euro heen. „We komen er niet meer uit.”

In Almere is het tegenovergestelde aan de hand. Daar groeien veel scholen zo hard, dat de bekostiging het niet meer kan bijhouden, zo zegt Peter van Kranenburg. Hij was er tien jaar schooldirecteur van een basisschool met ruim 1.300 leerlingen. Scholen krijgen geld op basis van het aantal leerlingen dat ze een jaar éérder, op 1 oktober, telden. „Maar als je aantal leerlingen in het nieuwe jaar weer gestegen is, heb je een tekort. Je loopt altijd achter de feiten aan, te weinig geld.”

Om de problemen op te vangen, heeft Van Kranenburg kinderen moeten huisvesten in gymzalen en speellokalen. Tevens werden er kinderen in andere wijken gehuisvest en bracht een collega-school zelfs kinderen met de bus naar een andere wijk. Omdat er niet altijd genoeg gymzalen waren, heeft hij minder gymnastiek gegeven dan hij wilde, zegt hij. „En als je eindelijk mocht uitbreiden, was je net weer over je groeipiek heen. Dat was soms heel frustrerend.”

Hoe het anders zou moeten? Van Kranenburg zou subsidie willen op basis van het leerlingenaantal van het lopende schooljaar; Monsewije wil graag geld naar rato van het aantal vierkante meters aan schoollokalen.

Vandaag, tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Onderwijs, zullen de Kamerfracties van CDA en PvdA een motie indienen waarin ze vragen om inzicht in demografische ontwikkelingen. „Wat ons betreft moet er nú aandacht voor dit probleem komen in de begroting”, zegt Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA). „Zeker nu de staatssecretaris aan het nadenken is over een nieuwe manier van bekostiging van het onderwijs.”

Gedeputeerde Wolfs is blij met de aandacht, maar „teleurgesteld” in het ministerie van Onderwijs. Die bekijkt de daling van het leerlingenaantal namelijk landelijk. En dan valt het natuurlijk mee. „Je moet naar de regionale verschillen kijken”, zegt Wolfs.

Wat het ministerie ook niet schijnt te beseffen, is dat Parkstad Limburg slechts een voorloper is op het gebied van bevolkingsdaling. Wolfs: „Straks is heel Nederland aan de beurt.”