‘Hollander is ook stom’

De Polen-top gaat niet ongemerkt aan Polen voorbij. Een recent artikel in dagblad Gazeta Wyborcza over het geklaag in Nederland over de Polen leidde tot een levendige discussie op Poolse websites. Een greep uit de reacties:

‘Het geklaag is niet zozeer gebaseerd op ervaringen, alswel op stereotiepen. De kennis van Nederlanders over Europa houdt op in het westen van Duitsland. Het maximale waarop Polen kunnen rekenen is vriendelijke desinteresse. We zijn geen volle partners, ook al werken velen van ons daar heel hard.’

‘Ik ben Pool en ik leef al vijftien jaar in Nederland. Het is waar, de Polen zijn dronken en vulgair, waar je ook kijkt.’

‘Ik ben zes jaar in Nederland, met mijn man, we doen het heel goed, we zijn geen mislukkelingen. Dronkaarden zijn van alle nationaliteiten, niet alleen de Poolse. Veel Polen leiden een normaal bestaan in Nederland.’

‘Net terug uit Amsterdam, ik heb er een paar maanden gewerkt. Ik ben een loodgieter, maar geen analfabeet. Elke klus die ik heb gedaan, heb ik goed gedaan, ik maak mijn land niet te schande. Maar ik drink dan ook niet, ik misdraag me niet en ik vier geen feest op een problematische manier. Ik pas me aan.’

‘Die Nederlanders roken gewoon te veel gras. In andere landen waar Polen werken zijn geen problemen, alleen in Nederland. Of misschien klagen ze wel omdat wij te weinig roken, waardoor de coffeeshops failliet gaan.’

‘Het is allemaal waar, de Polen gedragen zich als boeren. Ik ben net terug en de koppen in Nederlandse kranten spreken voor zichzelf. Er ging geen dag voorbij zonder een stuk over dronken Polen. Ik schaam me tegenover mijn Nederlandse vrienden.’

‘Ik ben samen met Nederlanders eigenaar van een bedrijf, ik kan niet veel goeds over ze zeggen, ze weten niets over Polen. Volgens mij breken Nederlanders in Polen veel vaker de wet, vooral met belastingfraude. Als een Nederlander de kans heeft om vals te spelen gebruikt hij die.’

‘Ik was in Nederland en ik kreeg daar vragen als: hebben jullie thuis teevees en koelkasten? Ligt Kraków aan de zee? Is dat niet heel saai, zo zonder zee? In zo’n situatie wil je maar één ding: drinken. ‘