Het wordt stil op vliegbasis Twenthe

Luchtmachtbasis Twenthe sluit. Straks rest alleen klein zakelijk en recreatief vliegverkeer. Optimisten geloven er in hervatting van burgerluchtvaart.

Militairen ontruimen hangars en andere gebouwen voordat de vliegbasis Twenthe eind deze maand sluit. Foto’s NRC handelsblad, Rien Zilvold enschede vliegbasis twente foto rien zilvold Zilvold, Rien

De vliegtuigshelters en munitiebunkers zijn leeg. Het gebouw voor het testen van straalmotoren is ontruimd. Alle stafgebouwtjes zijn kaal van binnen. Op de spottersheuvel is geen mens meer te zien.

Sinds het vertrek van de laatste gevechtsvliegtuigen, september dit jaar, is het stil geworden op de luchtmachtbasis Twenthe in Enschede. Vandaag geeft de commandant van de luchtmachtbasis, Cor Pronk, het commando terug aan de commandant der luchtstrijdkrachten. De basis gaat eind december op slot. Voornaamste taken van de 250 militairen die er nog rondlopen, zijn ondersteuning van de burgerluchtvaart en het leeghalen van de gebouwen.

Bert de Bruin, hoofd staf voorlichting, werkt bijna twintig jaar op „Vliegbasis Twenthe”. Na de sluiting gaat hij met functioneel leeftijdsontslag. Bij hem geen weemoed: „Ik heb al vaker meegemaakt dat een onderdeel van de krijgsmacht waar ik werkte, verdween. We zetten er gewoon de schouders nog even onder.”

De mededeling dat de vliegbasis Twenthe zou worden gesloten, kwam in 2003, daags nadat de basis 275.0000 bezoekers ontving op de open dagen. Ook toenmalig minister Henk Kamp van Defensie was er bij. Met geen woord repte hij over de aanstaande sluiting. Dat deed hij een dag later. Er moest een kleinere, efficiëntere krijgsmacht komen.

Vanaf 2004 is de 61 jaar oude basis afgebouwd. Er werkten ooit 1.250 mensen. Een aantal militairen is overgeplaatst. Het 313-squadron is in 2005 overgeheveld naar Volkel, een ander deel van het personeel is naar Leeuwarden. Een aantal militairen verkoos een baan in de „burgermaatschappij”.

Niet alles op de basis ligt stil. De radar draait, en de verkeerstoren is nog in gebruik. Die kan niet worden ontmanteld zolang er een keer per week een chartervliegtuig met vakantiegangers landt. Om die reden is ook de brandweer paraat. Vanaf 1 januari zal dat niet meer het geval zijn. Dan is er op de basis alleen klein zakelijk en recreatief vliegverkeer mogelijk. Het terrein, 490 hectare tussen Oldenzaal en Enschede, en de meeste opstallen gaan over in handen van Domeinen (ministerie van Financiën).

Het gemeentebestuur in Enschede hoopt echter dat de burgerluchtvaart op Twenthe spoedig kan worden hervat. „Er wordt gesproken met marktpartijen over het openhouden van het vliegveld”, zegt burgemeester Peter den Oudsten van Enschede. En wethouder Eric Helder van Economische zaken: „We zijn in overleg over vertraagde afbouw. We hebben een lijst met spullen doorgegeven waarvan wij willen dat ze blijven. Maar een soepele overgang wordt steeds moeilijker.”

Helder blijft hoe dan ook „onverbeterlijk optimistisch” over de kansen voor de burgerluchtvaart vanaf Twenthe. „Ik kijk naar de langere termijn. Regionale luchthavens doen het overal in Europa goed. Belangrijk is wat er volgend jaar in de Luchthavennota komt van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat. Er moet verder worden gekeken dan Schiphol. Eindhoven loopt tegen zijn grenzen aan. Eelde wil een langere baan. Wij hebben een baan van die lengte hier al liggen.”

Om het omvangrijke terrein verder te kunnen ontwikkelen, wordt gewerkt aan de oprichting van een gebiedsontwikkelingsmaatschappij, Vliegwiel Twente Maatschappij (VTM). Hierin participeren rijksoverheid, Enschede en Overijssel. VTM is uit nood geboren. Rijk en gemeente konden het niet eens worden over de grondprijs. In VTM brengt de rijksoverheid nu de grond en de gebouwen in, gemeente en provincie stoppen er geld in, respectievelijk twintig miljoen en tien miljoen euro.

Op het terrein zouden woningen kunnen worden gebouwd. Verder zijn er innovatieve bedrijven gedacht. Een deel van het gebied zou groen moeten blijven, zegt Den Oudsten.

Particulieren zijn ook al met ideeën gekomen. Zo opperde marketingman Rob Wegdam het plan voor de bouw van een educatief recreatiepark, een soort Futuroscope, en zet de Twentse cabaretier Herman Finkers zich in voor de ontwikkeling van een Careport – „doar knap iej van op’’. Het zou „een soort Centerparcs moeten worden, maar dan anders”. Met een hotel, waar ook mensen na een ziekenhuisopname kunnen herstellen, een kraamhotel, een „gemeenschapshuis” voor alternatieve geneeskunde, een dierenkliniek, oogkliniek, een kliniek voor plastische chirurgie, een fitnesscentrum en een kliniek voor behandeling van overgewicht. Allemaal langs de start- en landingsbaan.

De militairen die afscheid nemen van hun basis houden zich met de toekomst van het terrein niet bezig. „Dat is niet aan ons. We zien het wel”, zegt De Bruin.