Een mythe van deze tijd

Met de financiële wereld weet niemand zo goed raad de laatste maanden. Allerlei banken hebben onduidelijke dingen uitgespookt, het vertrouwen is weg en de staat is in enkele gevallen te hulp geschoten om een stormloop van rekeninghouders op een bank te vermijden.

De opinies golven heen en weer tussen ‘we hebben het ergste achter de rug’ tot ‘het begint pas’. Afhankelijk van de politieke voorkeur krijgen bankiers of politici ervan langs, of kredietbeoordelaars. Of ook niemand: omdat dalende huizenprijzen en het domino-effect van verlieslijdende hypotheekbanken en gewone banken heilzaam heten te zijn voor herstel van economisch evenwicht. Huizenprijzen in Amerika waren immers veel te ver doorgeschoten. Leve de markt.

Een enkeling ziet een complot. De altijd afgewogen econoom Ben Stein verbaast er zich in de New York Times van 2 december over dat de zo prestigieuze bank Goldman Sachs enerzijds kapitaal heeft aangetrokken voor die twijfelachtige hypotheken en zijn klanten anderzijds adviseerde om short te gaan, dus op een dalende markt te speculeren.

Wat moet je hier nu allemaal mee? Om voor een poging tot een antwoord nog even bij Goldman Sachs te blijven. Ze hebben zojuist een nieuw hedgefonds geopend onder meer om het geschokte vertrouwen te herwinnen en aan te geven dat met een hedgefonds als zodanig niets mis is. Ze hopen een miljard of vier euro op te halen met dat nieuwe fonds. De nadere uitleg is echter interessant: dit wordt geen kwantitatief maar een kwalitatief fonds. Met andere woorden: de beheerders gaan hun gezond verstand gebruiken, jaarverslagen analyseren, de markten beoordelen en vervolgens aandelen en derivaten kopen. En vervolgens zal dat fonds gaan lenen met die aandelen als onderpand om nog meer te kunnen kopen – bij winst zorgt dat immers voor de gewenste versnellers.

De grote bonanza van de hedgefonds van de laatste jaren was vaak gebaseerd op kwantitatieve methoden: slimme studenten sleutelen met algoritmen om automatisch de juiste transacties te verrichten waardoor fondsen maximaal presteren. Bij de liquiditeitscrisis van augustus ging het mis omdat nou precies die parameters ontbraken voor de situatie die zich toen voordeed. Computers bleven maar verkopen, terwijl de aanvoer van geld stokte en dat had in de gegeven situatie eigenlijk volgens die programma’s helemaal niet gekund. Maar het kon dus toch.

Ingewikkeld? Enorm. Zelfs een gezaghebbend expert, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, Ben Bernanke, had in augustus in allerijl bijles nodig van enkele hedgefondsbollebozen om een idee te krijgen van wat zich bezig was af te spelen. De Amerikaanse minister van Financiën liet zijn president 18 augustus in de namiddag op het gazon van het Witte Huis een tekst uitspreken met de bezwerende frase: er is gezonde liquiditeit in de markt. Geen domme man die minister van Financiën want hij was tevoren baas van datzelfde Goldman Sachs, maar de volgende ochtend was nog maar net aangebroken of de centrale bank moest tientallen miljarden op de markt smijten, omdat er in plaats van gezonde liquiditeit simpelweg even helemaal geen dollars meer waren.

Als een Tibetaanse gebedsmolen vragen bestuurders en politici om transparantie. Een bestuurder van de Nederlandse AFM vond laatst dat commissarissen er wat beter bovenop moesten zitten. Transparantie – maak een bestuurder ’s nachts wakker en het is het eerste woord dat hij – meestal hij – roept. Maar het is een beetje alsof je vraagt om de relativiteitstheorie transparant te maken – dat is ie al, alleen helpt dat de meeste stervelingen bitter weinig. En toezicht? Hoeveel toezicht moet een commissaris uitoefenen om overzicht te krijgen in telkens weer bijgesleutelde computerprogramma’s?

Een klein uitstapje naar die kennelijk vermaledijde tijd van de ondoorzichtigheid. Na de oorlog verschaften banken geld aan bedrijven. Die leningen bleven op de balans van de bank en aan de andere kant kwamen de spaarmiddelen te staan die mensen aan de bank toevertrouwden. Bankdirecteuren waren her en der commissaris, hadden macht en hielden zicht op hun geld. De hele naoorlogse Bondsrepubliek is aldus opgebouwd. Old boys network is het later afkeurend gaan heten. En zo heet het nog.

De mogelijkheden van de old boys bankiers waren, terugkijkend, beperkt. Ze hadden weliswaar dikke sigaren, maar ze moesten prudent met de middelen omspringen, want je kon niet toveren.

Dat kan inmiddels wel: een bank verwijdert zo snel mogelijk schulden van zijn balans, verpakt die in allerlei steeds ingewikkeld geworden assortimenten producten. Daar koopt iedereen weer een stukje van en wat een risico heette te zijn – de lening – is dan weggetoverd (collateralized, securitized) over zoveel deelnemers dat er van risico bij de lening eigenlijk geen sprake is. En banken die dat deden, deden het goed, want ze maakten maximaal gebruik van hun middelen. Totdat het dus misging.

Helpen transparantie en toezicht? Het is een beetje mal om tegen die dingen te pleiten en het hoort er ook allemaal bij. Maar de verwachtingen zijn absurd. Transparantie en toezicht zijn betrekkelijk hulpeloze dooddoeners voor ingewikkelde samenlevingen – dus niet alleen banken – waar vertrouwen kennelijk is uitgebannen. Transparantie en toezicht, geflankeerd door legers advocaten voor als er iets misgaat. Vertrouwen daarentegen betekent dat je vaart op mensen, die er verstand van hebben en keuzes maken. Dat vertrouwen wordt soms beschaamd. Maar het idee dat het vervangbaar is door transparantie is een mythe van deze tijd.

Ben Knapen