De top van het bedrijfsleven is voortaan gewaarschuwd

Zelden betaalden toplieden een schadevergoeding na een bankroet. Dat is nu veranderd. De leiding van Ceteco faalde en dat gaat haar waarschijnlijk miljoenen kosten.

De angst was er al langer bij bestuurders en commissarissen van grote bedrijven. De angst voor claims. Beleggers lukte het soms, curatoren nog maar zelden om personen schadevergoeding te laten betalen nadat een bedrijf failliet was gegaan.

Dat is nu veranderd. Voormalige bestuurders en commissarissen van Ceteco moeten nu van de rechtbank in Utrecht een schadevergoeding betalen aan de curatoren van het failliete handelshuis. Evenals grootaandeelhouder Hagemeyer, het AEX-fonds waarvan drie bestuurders commissaris bij Ceteco waren.

Hoe hoog het bedrag zal worden, is nog niet bekend. De rechter heeft hen veroordeeld tot het betalen van een voorschot van 50 miljoen euro. De curatoren hebben 200 miljoen geëist, in een aparte procedure zal het bedrag worden vastgesteld en dat kan dan oplopen tot het bedrag dat de curatoren hebben geëist.

Hagemeyer gaat in hoger beroep en hoeft het voorschot niet te betalen zolang de procedure nog loopt. Daar zullen veel andere Nederlandse bedrijven het handelshuis dankbaar voor zijn. Voor een toenemende claimcultuur zijn ze al langer bevreesd, nu is er een rechter die er ook ruimte voor biedt. En dat doet hij niet zomaar, er moet echt sprake zijn van wanbeleid waarbij structureel fouten worden gemaakt. Zwak bestuur is onvoldoende. Overigens wordt Hagemeyer binnenkort overgenomen door het Franse Rexel, dat voor de schadevergoeding zal moeten opdraaien.

In de jaren negentig groeide Ceteco onder de vleugels van Hagemeyer – dat 65 procent van de aandelen in bezit had – razendsnel met zijn elektronicawinkels, in Latijns-Amerika. Het bedrijf verkocht koelkasten, televisies en ander wit- en bruingoed op krediet aan armlastige Latino’s. Zeg maar op dezelfde manier als de subprime-hypotheken in de Verenigde Staten in de afgelopen jaren aan de man werden gebracht.

Dat ging goed zolang de economieën groeiden. Maar deze kregen te maken met een recessie en de klanten van Ceteco kregen afbetalingsproblemen. Vooral in Venezuela en Argentinië. Alsof er niets aan de hand was, bleef Ceteco – met goedkeuring van de commissarissen – agressief overnames plegen en ging daarvoor hoge schulden aan. Een deel daarvan was voor de aandeelhouders onzichtbaar, die werden buiten de balans geparkeerd. In 1999 ging het bedrijf failliet.

De rechtbank spreekt nu van onbehoorlijk bestuur. Weliswaar nam het bestuur in 1998 maatregelen om de terugval van de omzet op te vangen, maar door de snelle groei van het bedrijf was de organisatie zo verwaarloosd dat deze maatregelen de werkvloer nooit bereikten. Terwijl het bestuur wist dat de organisatie overspannen was, ging het door met zijn groeibeleid en zijn riskante financiering.

De bestuurders en commissarissen in andere failissementszaken zijn gewaarschuwd. Curatoren doen steeds vaker onderzoek en vragen geld bij hen terug. Zo spelen er nog zaken bij Van der Hoop Bankiers, bij automatiseringsbedrijf Landis en bij Joep van den Nieuwenhuyzen, wegens het faillissement van zijn RDM-bedrijven.