BHP hoeft niet echt haast te maken

BHP Billiton heeft lang genoeg aan de kooi van Rio Tinto gerammeld. Het Brits-Australische mijnbouwbedrijf heeft zo luid mogelijk ruchtbaarheid gegeven aan zijn toenaderingspoging van 150 miljard dollar (102,1 miljard euro) in contanten voor Rio, zonder daadwerkelijk tot een bod te zijn overgegaan. Het heeft zich zelfs rechtstreeks tot de aandeelhouders van zijn concurrent gericht. Tegen de achtergrond van zoveel vijandigheid is het geen grote verrassing dat Rio het Britse Takeover Panel (de toezichthouder op fusies en overnames) heeft gevraagd BHP te dwingen kleur te bekennen.

Daardoor zou de klok gaan lopen. Het Panel geeft aspirant-bieders meestal zes weken de tijd om een bod op tafel te leggen of zich terug te trekken. BHP heeft geen tijd nodig om de financiering rond te krijgen, want zijn bod bestaat louter uit aandelen. Ook hoeft het concern geen extra onderzoek meer te verrichten naar Rio, want het weet alles al.

Maar zes weken konden wel eens niet lang genoeg zijn om de aanbeveling van het bestuur te verkrijgen die BHP graag wil hebben.

Moet BHP zich daardoor van zijn stuk laten brengen? Niet echt. Het beste dat het mijnbouwconcern waarschijnlijk kan doen, is het huidige bod hoe dan ook lanceren – en in een later stadium hengelen naar de goedkeuring door het bestuur.

Dat zou als redelijk vijandig overkomen, maar BHP wordt dan wel uit een dwangbuis bevrijd. Als er eenmaal een bod op tafel ligt, krijgt een bieder meestal drie maanden de tijd om een transactie af te ronden. Maar voor een fusie tussen BHP en Rio is de instemming van de Europese en Amerikaanse toezichthouders vereist. Dat kan wel een jaar duren. Als BHP zijn bod van die toestemming afhankelijk maakt, zou het Panel de klok weer stilzetten, waardoor BHP meer dan voldoende tijd overhoudt om met zijn doelwit te onderhandelen.

Om een overeenkomst te kunnen bereiken, moet BHP uiteraard nog steeds proberen het bestuur van Rio aan zijn zijde te krijgen, en dat betekent dat het concern zich royaler zal moeten opstellen. Het bestuur van Rio heeft het openingsbod van BHP verontwaardigd van de hand gewezen. Dat was misschien wat overdreven. Maar Rio’s aandelen worden wel 10 procent boven de waarde van het voorgenomen bod verhandeld.

Aan de andere kant zou BHP zich niet moeten haasten om zijn bod te verhogen. In zo’n langgerekt ‘spel’ als dit komt het doen van een bod immers feitelijk neer op het geven van een putoptie aan de aandeelhouders van Rio. Hoe langer de looptijd van die optie, en hoe hoger de uitoefenprijs, des te groter de mogelijke kosten voor de eigen aandeelhouders van BHP zullen zijn. BHP zou er beter aan doen zijn huidige bod te formaliseren en zijn echte kruit droog te houden voor later.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.