100.000 Polen en 1 Litouwer

Tegenstrijdige signalen uit het Oosten. Vandaag spreken bestuurders van veertig gemeenten met elkaar over de zorgelijke kanten van de toestroom van werknemers uit de zogeheten MOE-landen: Midden- en Oost-Europa.

De gemeenten hebben een probleem met die nieuwe werknemers. Ze drinken te veel, zorgen voor overlast, hebben taalachterstanden, zijn slecht te huisvesten en wonen illegaal. Dit geldt natuurlijk niet voor alle MOE’ers, maar dat weerhoudt de gemeenten er niet van de bijeenkomst van vandaag om te dopen tot ‘Polentop’.

De grove generalisatie daargelaten, de toestroom uit de MOE-landen is vele malen groter dan in de (conservatieve) schattingen van onder meer het Centraal Planbureau. Dat becijferde in 2005 dat er maximaal 10.000 werknemers uit landen als Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Litouwen naar Nederland zouden komen. Nieuwe schattingen van bureau Regioplan houden het inmiddels op 100.000 nieuwe werknemers.

Is dat erg? Het belangrijkste antwoord is: nee. De nieuwkomers zijn ook bijna allemaal aan het werk, in industrieën waarvoor de Nederlandse werknemer maar moeilijk zijn bed uit komt. De tuinbouw, de kassen, de scheepsbouw, de ‘gewone’ bouw, ze worden massaal bevolkt met werknemers uit Centraal-Europa. En al die extra werkkracht levert een bijdrage aan de groei van de Nederlandse economie. VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes was er gisteren dan ook helder over: „Zonder hen minder groei!”

Maar de Tweede Kamer reageerde gisteren als vanouds, met een Pavlov-reactie: voorlopig moeten er strenge eisen blijven gelden voor de nieuwe potentiële toestromers uit Bulgarije en Roemenië. Eerst de problemen met de ‘Polen’ oplossen. Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) – verantwoordelijk voor de nieuwe werknemers – probeert de recente problemen met de MOE’ers af te schuiven op zijn PvdA-collega Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie. Daar hebben de gemeenten niets aan.

Hoe het ook kan, laten ze zien aan de andere kant van het Kanaal. In Groot-Brittannië zouden de ‘nieuwe werknemers’ inmiddels goed zijn voor 20 procent van de economische groei. De MOE-werknemers daar zijn vaak hoger opgeleid dan de gemiddelde Britse werknemer.

Ook in Nederland is gelukkig niet alles wat uit het Oosten komt slecht. Het Nederlandse Spyker heeft een 32-jarige bankier bereid gevonden fors te investeren in het noodlijdende autobedrijf. De man heet Vladimir Antonov en komt uit Litouwen. Moet die nou ook terug?

Egbert Kalse