Zonder drank krijgt onze ziel hoogtevrees

Marente de Moor: De overtreder. Querido, 244 blz. € 17,95

Marente de Moor: De overtreder. Querido, 244 blz. € 17,95

De bijna uitgestorven krakerswereld van Amsterdam was ooit een levendige verzamelplaats van excentrieke karakters, trekpleister voor zonderlingen uit alle hoeken van de wereld. In de vroege jaren negentig, vlak na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, ontstond tussen dit bonte gezelschap een subcultuurtje van Russische migranten.

Marente de Moor beschrijft in haar roman De overtreder het mini-universum van Russisch hartzeer, constante wodka-aanvoer en theatrale melancholie. Een aantal feitelijke overeenkomsten van personages en plekken wijzen op de non-fictieve elementen van De overtreder, maar die blijken ook uit De Moors stijl, die in vlijmscherpe observaties haar journalistieke achtergrond verraadt.

Dat laatste blijkt nog meer uit haar voorliefde voor alle extravagante figuren en situaties uit de Russische emigrantenscene. Die krijgen zoveel aandacht dat de hoofdpersoon Vitali en zijn queeste enigszins in de schaduw belanden. Dat is niet erg, want wat Marente de Moor opdient aan sterke verhalen, anekdotes en bonte karakters is zo smakelijk, dat je als lezer graag genoegen neemt met een hoofdpersoon die het grootste deel van de roman aan het observeren is.

De roman begint met Vitali’s komst naar Nederland. Achtervolgd door een terugkerende droom van een soldaat die deserteerde, onder zijn verantwoordelijkheid als korporaal, hoopt hij hier een antwoord te vinden op het raadsel van diens identiteit. Dit doel raakt al snel op de achtergrond als Vitali in contact komt met types die geenszins van plan zijn te ontsnappen aan ‘het clichébeeld van de uitgehongerde Rus die wel móet drinken om geen hoogtevrees te krijgen van de diepte van zijn ziel.’ Zo is daar neef Ilja, die zijn rol van gesjeesde kunstenaar niet lang volhoudt en zelfs in de straatverkoop van toeristenkitsch tekortschiet.

De ene maffe Rus volgt op de andere. Allen hebben ze volgens Vitali’s vriend Roman vooral heimwee naar de geur van sprot en worst, inclusief hijzelf. ‘Amsterdamski, verdomd, dat zijn wij! De Amsterdamskistam, veel te klein en vast van plan om uit te sterven. Laat ons toch, Vitja. Wees niet bang. Al dat geschipper, de compromissen, dat is nou vrijheid. En houd niet op je te verbazen, zoals wij hebben gedaan.’

Vitali besluit een serieuze poging te wagen om zijn deserteur te vinden. De enthousiaste Jessie, in Vitali’s ogen typisch Nederlands met haar hang naar gezelligheid en ‘leuke dingen doen’, gaat met hem mee op de boot naar Sint-Petersburg.

Maar hoe dichter Vitali, die in Nederland meegaand en stil was geweest, zijn vaderland nadert, hoe meer zijn karakter aan de oppervlakte komt, en hoe groter de afstand tot Jessie wordt. Met de mijl wordt hij spraakzamer, keren herinneringen aan zijn jeugd terug, die rauwer en melodramatischer zijn dan Jessie aanstaat. En dat geldt ook voor Vitali zelf. Als de boot Sint-Petersburg binnenvaart is hij tot de conclusie gekomen dat er geen grenzen zijn, dat wil zeggen; een Rus is in Amsterdam nog steeds een Rus. ‘De overtreder’ is zo met terugwerkende kracht een schim geworden die niet alleen Vitali in zijn grip had, maar alle personages in het boek. En met dezelfde terugwerkende kracht laat Marente de Moor op de valreep haar romandebuut boven zichzelf uitstijgen.

Ewoud Kieft