Zand rukt op richting Peking

Een ‘groene gordel’ tussen de Gobiwoestijn en Peking moet de hoofdstad stofvrij houden tijdens de Spelen.

Maar het klimaat verandert en zandstormen nemen toe.

Een fotograaf kijkt naar de Gobiwoestijn in Mongolië vanuit de ‘groene gordel’ die het oprukkende zand naar Peking moet tegenhouden. Foto AFP TO GO WITH China-environment-desert-storms-CHN-Oly,sched A photograper looks out at the view towards the Gobi desert in the county of Taipusi in China's northern Inner Mongolia region, 01 June 2007. Officials in Inner Mongolia say they have established a barrier wide enough to hold back the Gobi desert in Taipusi, the centre of a project to build a so-called Green Wall of China designed to act as a buffer between the expanding desert and Beijing, just 200 kilometres (120 miles) to the south and to curb the sandstorms blowing over northeast Asia and hitting the United States. AFP PHOTO/Peter PARKS. AFP

Negentig kilometer van Peking, niet ver van de plek waar dagelijks horden toeristen bij Badaling de Chinese muur beklimmen, ligt Tianmo, de ‘Hemelse Woestijn’. Boven de uitgestrekte zandvlakte kringelt een eenzame rookpluim omhoog. Naar het ontstaan van deze miniwoestijn, die zich uitstrekt over een lengte van twee kilometer, is wel onderzoek gedaan, maar niemand weet precies waar het zand vandaan komt. In de omgeving is geen zand te vinden. Mogelijk waait het op in de Gobiwoestijn en slaat het neer op Tianmo.

Sinds 1998 is Tianmo een trekpleister voor toeristen. Om de miniwoestijn is een muur met kantelen gebouwd. Een kameel hurkt in het zand. Uitgelaten pubers racen op paarden over de zandvlakte. „Wilt u ook een ritje? Kost vijftig cent”, zegt opzichter Liu terwijl hij de kameel een schop geeft.

Liu werkt hier al vanaf 1995. „We hebben elk jaar meer dan tien fikse zandstormen. Dan blijft iedereen binnen omdat je geen hand voor ogen kunt zien. We hebben allemaal last van onze ogen. Enkele ouderen zijn al blind”, zegt Liu.

„Eind jaren negentig breidde de zandvlakte zich elk jaar met enkele tientallen meters uit. De laatste jaren lijkt het iets minder geworden omdat de overheid meer bomen heeft geplant”, zegt Liu, doelend op de nieuwe groene gordel tussen de Gobiwoestijn en Peking, die de hoofdstad in het olympisch jaar stofvrij moet houden. Maar het klimaat verandert en de zandstormen nemen toe, vooral door de woestijnvorming in het WestChina en de groei van de steppen in Mongolië. Aanhoudende droogte in Noord-China heeft het probleem verergerd. Heftige regenval, zware tyfoons, grote droogte, zandstormen en woestijnvorming zullen vaker voorkomen, zegt het Chinese meteorologische instituut.

„De gevolgen van klimaatverandering in China zijn zorgwekkend”, meent Joris Thijssen, de Nederlandse vertegenwoordiger van Greenpeace in Peking. „Aan de randen van de woestijn is overbegrazing. Er wordt te veel vee op die gebieden losgelaten en er worden te veel bomen gekapt. Nu probeert men het bos daar weer op te bouwen. Maar meer dan een derde van China bestaat uit woestijn en ieder jaar komt daar een gebied bij zo groot als Zuid-Holland.”

Klimaatverandering versnelt volgens Thijssen het proces van woestijnvorming. Volgens deskundigen zijn de Gobiwoestijn, de Taklimakan en enkele kleinere woestijnen in de jaren negentig samen jaarlijks meer dan 10.000 vierkante kilometer gegroeid. Het droge Chinese binnenland is het grootste gebied op aarde waar landbouwgrond verandert in een zandvlakte. Veel landbouwgrond is opgeofferd aan industrialisering en verstedelijking. De vraag naar hout voor export en voor gebruik in de bouw en de industrie heeft de Chinese bossen uitgedund, waardoor het zand op veel plaatsen vrij spel heeft.

Volgens Chinese cijfers kost de woestijnvorming China een miljard euro per jaar; de Verenigde Naties gaan zelfs uit van vijf miljard. Vooral het onderontwikkelde westen van China moet zich zorgen maken. De VN heeft berekend dat de uitbreiding van de woestijnen in het noorden het levensonderhoud van 400 miljoen Chinezen in die regio bedreigt.

Ook de opwarming van de aarde, door de uitstoot van broeikasgassen, speelt een rol bij de groei van de woestijn. Daarbij draagt China zelf ook een grote verantwoordelijkheid. Per hoofd van de bevolking ligt de CO2-uitstoot in China nog steeds veel lager dan in de VS (3,8 tegen 20,6 ton per jaar), maar door de economische groei van de afgelopen decennia is de totale uitstoot enorm gegroeid.

Toch wil China niet in een adem genoemd worden met de Verenigde Staten. „Het is niet eerlijk om de uitstoot van China en de VS te vergelijken”, zegt onderzoeker Zhuang Guiyang in zijn kantoor bij het centrum voor duurzame ontwikkeling aan de academie voor sociale wetenschappen in Peking. „China heeft het hoogste bevolkingsaantal dus de metingen moeten wel in perspectief worden geplaatst”, aldus Zhuang. Peking erkent volgens hem dat de mens de opwarming van de aarde veroorzaakt. Maar het ziet zichzelf niet als een hoofdverantwoordelijke voor het broeikasprobleem. Ook in haar eigen, begin dit jaar verschenen klimaatrapport schrijft de Chinese overheid dat het klimaatbeleid de economische groei niet in gevaar mag brengen.

„Als het over klimaatbescherming gaat, toont China twee gezichten”, zegt Joris Thijssen van Greenpeace. Hij is blij met de wet op duurzame energie uit 2006, waarin veel aandacht wordt besteed aan alternatieve energieopwekking en zuiniger omgaan met energie. „Maar nog steeds haalt China zijn energie voor zeventig procent uit steenkolen, de meest CO2-vervuilende optie. De laatste jaren is er iedere tien dagen een grote kolencentrale bijgekomen.”

Maar volgens Thijssen heeft China gelijk als het de ontwikkelde landen aanwijst als hoofdschuldigen van het klimaatprobleem. „In de twintigste eeuw waren de Verenigde Staten verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle CO2 vervuiling, de EU voor net iets minder dan een derde, terwijl China negen procent voor zijn rekening nam.” En per hoofd van de bevolking is de uitstoot van CO2 in China veel lager dan in de geïndustrialiseerde landen. „Rijke landen moeten ophouden om China en India als excuus te gebruiken om zelf niks te doen”, vindt Thijssen.

Maar om de klimaatverandering te bestrijden zullen ook landen als China, India en Brazilië een bijdrage moeten leveren. Het heeft geen zin om steeds te herhalen dat de rijke landen het probleem moeten oplossen. „China zal zelf het slachtoffer zijn als klimaatverandering niet tot staan wordt gebracht”, zegt Thijssen.

Lu Xuedu van het ministerie van Wetenschap en Technologie zei op een persconferentie over ‘Bali’, dat er naast maatregelen voor vermindering van broeikasgassen ook verregaande maatregelen moeten worden getroffen om de gevolgen van klimaatverandering te lijf te gaan. „Wij moeten anticiperen op een stijgende zeespiegel, verwoestijning en watertekorten en instabiliteit in de landbouwproductie. Daarvoor is heel veel geld nodig”, aldus Lu Xuedu. Als het aan China ligt komt dat – financieel en in de vorm van technologie – van de rijke landen.

Lees commentaar van experts over de klimaatconferentie op Bali via: nrc.nl/klimaat