Waarborg de vrijheid, minister

Minister Plasterk, de grenzen tussen museum en moskee worden steeds vager.

Steun mij, zodat mijn werk binnenkort te zien zal zijn in het Haags Gemeentemuseum.

Gewaardeerde minister Plasterk,

U heeft over de gebeurtenissen gelezen rond het exposeren van werk van mij in het Haags Gemeentemuseum. Op 15 december zou daar, gelijk met de opening van een grote Picasso-expositie, de opening plaatsvinden van een expositie van mijn project Adam en Ewald, zevendedagsgeliefden in het kader van 7-up, zeven veelbelovende kunstenaars. Het project werd verkozen tot een van de beste afstudeerwerken door de redactie van fotovakblad P/f , en gekozen door de jury van Artolive als een van de Talenten van 2007.

In dagblad De Pers verscheen een kort stuk over mijn werk, waarin ik Wim van Krimpen, directeur van het Haagse museum, bedankte voor het lef dat hij had om mijn werk te tonen. Er waren eerder al galeries geweest die mij hadden gevraagd om stukjes uit de film Allah ho gaybar weg te halen, maar Van Krimpen leek een held toen ik hem ontmoette; hij lachte heel lief en zei dat hij het geen probleem vond om zulke kunst te exposeren.

De dag na de publicatie in De Pers kwamen er zowel bij het museum als bij mij telefoontjes binnen. „Die expositie mag niet doorgaan”, werd mij door de telefoon verteld. Uiteindelijk, na het mobiliseren van moskeeën, na bedreiging, druk en chantage door de Haagse Islam Democraten, werd mijn werk geweerd uit het Gemeentemuseum van Den Haag.

Voor een mens als ik, die een revolutie, een oorlog en ballingschap heeft meegemaakt, die van nabij heeft gezien wat het betekent om in een land te wonen waar vrijheid van meningsuiting en expressie onthoofd zijn, wat het betekent om in een land te wonen waar schrijvers en kunstenaars de mond gesnoerd wordt, is het niet raar om – desnoods met gevaar voor eigen leven – te kiezen voor het bestrijden van censuur.

Vanwege mijn veiligheid kon ik een uitnodiging van NOVA-Politiek niet aannemen. Wel aanwezig in die uitzending was Mirjam Sterk, Tweede Kamerlid van het CDA. Het was niet nodig dat zij beschermd werd, dus zij kon ijskoud de censuur verdedigen die mij heeft getroffen. Degene wiens werk daarvan het slachtoffer is – ik – kon niet met haar in discussie treden. Sterk lijkt vergeten te zijn dat zij in de Kamer zit om de Grondwet van dit land te beschermen, de Grondwet die de vrijheid van meningsuiting en expressie beschermt.

Het deed pijn dat Sterk zo suffig en onnozel met Erwin Olaf, een van onze beste fotografen, zat te praten. Mevrouw Sterk, Erwin Olaf is een geweldig kunstenaar en fotograaf, een artiest die geleerd heeft om vrij te denken. U, daarentegen, begrijpt absoluut niet wat het betekent om in uw vrijheid beknot te worden. En wat het betekent wanneer religie en staat niet gescheiden zijn. Dat de moskee of de kerk zo groot wordt dat kunst uit een museum geweerd wordt. De grenzen tussen museum en moskee worden steeds vager. Kijk maar goed: bij het Haagse Gemeentemuseum staan al minaretten bij de hoofdingang.

Er werd door Van Krimpen getwijfeld aan de intentie van mijn foto’s. Ik zou op zoek zijn naar provocatie, maar de intentie is meer dan zuiver. Maar stel dat ik heb willen provoceren: sinds wanneer zou kunst niet meer provocerend mogen zijn? De geschiedenis staat bol van kunstwerken die uit boosheid of provocatiebehoeften zijn ontstaan.

Het gedrag van Van Krimpen heeft mij meer geraakt dan alle bedreigingen uit islamitische hoek bij elkaar. De islam heb ik eerder in mijn leven bekritiseerd; dit is de tweede keer dat ik vanwege de islam moet onderduiken. Ik heb drie gedichtenbundels aan de Perzische literatuur toegevoegd, waarvan de laatste zeven jaar geleden als een anti-islamitisch boek werd bestempeld. In het boek heeft een vrouw een erotische liefdesrelatie met God.

Van Krimpen verandert het museum in een poppenkast, in een plek voor inhoudsloos amusement. Vanuit het standpunt van Van Krimpen moeten we Pasolini uitvlakken, Bergman een uitlokker noemen, en Fellini verbieden, of ten minste diep in de kelder bewaren.

De islam is een maffia geworden: ik werd gebeld door een journalist van de buitenlandredactie van de BBC, en deze meneer H.S. vroeg mij om in een interview met hem te zeggen dat ik spijt had van wat ik heb gedaan, dat ik mijn excuses aanbood en zou verklaren dat ik niet wist wat ik aan het doen was.

Ik weet wat ik doe, en mocht ik dat vergeten dat zal het Iraanse regime mij er wel aan herinneren: op woensdag 5 december, in het midden van de nacht, is in Iran Makvan Mouloodzadeh opgehangen wegens homoseksualiteit. Dat is een duidelijk signaal vanuit de Iraanse regering. Ik neem aan dat men in Teheran over mij gehoord heeft. Ik ervaar de ophanging van Makvan als hun antwoord. De Mullahs laten zien dat ze lak hebben aan mensenrechten, aan de vrijheid in het Westen en aan respect voor homoseksuelen. De Iraanse overheid ziet mijn kunstwerk als een aanval op hun shar’ia. Ik hoop dat dit signaal ook door de westerse wereld gehoord wordt en dat de westerse wereld alert blijft op het gevaar van de islam.

Picasso gaat dit niet leuk vinden. Hij zei immers: „Wat denkt u dat een kunstenaar is? Een imbeciel, die alleen maar ogen heeft als hij schilder is, uitsluitend oren als hij musicus is of als hij dichter is een lier in alle lagen van zijn hart, of zelfs als hij bokser is alleen maar spieren? Neen, integendeel, hij is even goed een politiek wezen, voortdurend op zijn hoede voor de verschrikkelijke of gelukkige gebeurtenissen in de wereld. Hoe zou het mogelijk zijn zich niet voor anderen te interesseren en, om welke ivoren-toren-onverschilligheid ook, zich los te maken van het leven dat zij u zo overvloedig toevoeren. Neen, de schilderkunst wordt niet gemaakt om woningen te versieren. Het is een offensief en defensief strijdmiddel tegen de vijand.”

Geachte Ronald Plasterk: u bent minister van Cultuur, u wil ik vragen om mij in vrijheid te laten werken. En ik hoop dat u mij steunt wanneer ik intellectuelen, kunstenaars en kunstliefhebbers wil vragen om solidair – dat mooie begrip uit het progressieve gedachtengoed – met mij te zijn. Ik wil ook alle vakbonden van kunstenaars, uitgeverijen, musea en iedereen die om kunst en vrijheid geeft, om hulp vragen. Help mij om op 15 december naast Picasso te kunnen staan. Ik roep ook fotografen en cabaretiers om hulp. Schrijvers, politici: laat het tonen van mijn werk niet beperkt worden door de agressie van een kleine radicale minderheid die meer en meer haar eigen normen boven de grondwet van dit land wil verheffen. Ik zal niet aan angst toegeven, maar ik heb wel uw steun nodig.

Minister Plasterk: wilt u minister van Cultuur zijn van een land waar een kunstenaar wegens zijn werk moet onderduiken?

Met vriendelijke groet,

Sooreh Hera

Sooreh Hera is een Nederlandse kunstenares van Iraanse komaf, die in het nieuws is omdat het Haags Gemeentemuseum heeft geweigerd een deel van haar werk over religie en homoseksualiteit te exposeren.