Verkiezingen onnodig in de ‘staat van de massa’s’

De Libische leider Gaddafi heeft duidelijk gemaakt dat in zijn ‘staat van de massa’s’ verkiezingen niet aan de orde zijn. Maar in Libië wordt wel om verandering gevraagd.

Democratie, verkiezingen in Libië? Nooit! Dat blijft kort samengevat de politieke boodschap van de Libische leider Moammar Gaddafi. Toch hoor je in Libië praten over verandering. Maar alleen in de hoogste kringen is dat straffeloos bespreekbaar. Libische opposanten zitten in de regel in het buitenland of in de gevangenis.

Op het Groene Plein in Tripoli prijkt een enorm kleurenportret van kolonel Gaddafi. Hij is op de foto uitgedost in traditionele Bedoeïenenkleren. De handen maken een zegevierend gebaar. Een breed lachende vaderfiguur. De leider zegt gekant te zijn tegen de alomtegenwoordige cultus rond zijn persoon, maar het volk staat erop zijn liefde voor de vader van de Jamahiriya, de staat van de massa’s, op die manier te betuigen, zo luidt het.

„Of het nu beter gaat met de economie?” Het is een schimpende wedervraag – Walid Shuleissi weet dat het verstandig is met een omweg aan een gesprek te beginnen over een ultragevoelig onderwerp als de politiek. Maar de economie boert goed, daar is iedereen het over eens. Libië is – met ongeveer 6 miljoen mensen – een olierijk land, en met de aanhoudende hausse in de olieprijzen is de schatkist dus goed gevuld.

„Maar economische hervormingen volstaan niet meer”, aldus Shuleissi (35), een antiekhandelaar in het centrum van Tripoli. „De Libiërs moeten zich kunnen uitspreken over hun leiders en het gevolgde beleid. Wij eisen meer politieke vrijheid, meer partijen, en verkiezingen”, betoogt hij.

Het Libische volk is officieel aan de macht in de staat van de massa’s, via een systeem van volkscongressen. Maar Gaddafi blijft wel aan het roer van de revolutie, om de zege van het volk te beveiligen. Zijn zoon Seif al-Islam, die zich vaak als een soort onderkoning gedraagt, heeft evenmin een officiële titel of functie.

Suleissi komt graag uit voor zijn mening, maar wikt wel voorzichtig zijn woorden. Hij weet goed dat ze gedragen worden door het ritmische staccato van ijverig hamerende koperslagers en smeden dat opstijgt uit de Souq al-Nahas (de kopermarkt) in de ommuurde medina, het historische hart van de Libische hoofdstad Tripoli.

Hij legt uit dat het niet verstandig is hier op straat al te veel namen te noemen. „Je moet weten waar de rode lijnen lopen”, zegt hij. Maar als hij goed op dreef komt is er geen stoppen meer aan, ook niet als er meer mensen bij komen staan. „De revolutionaire retoriek van de grote sprong voorwaarts en alles in één klap verbeteren, die hele ideologie van het Groene Boekje is failliet.”

Er is in Libië wat meer ruimte. Vroeger was met een buitenlander spreken voor Libiërs gewoon verboden; maar nu geldt dat verbod kennelijk niet langer. Wel wordt met iedere buitenlandse verslaggever een begeleider van het ministerie van Informatie mee op pad gestuurd. Maar zelfs die laten de journalist wel wat vrijheid. Vraag is of die ruimere vrijheid duurzaam is.

Gevoelige kwesties zijn er in ieder geval ook vandaag in Libië nog legio. Vragen omtrent de populariteit en de gezondheid van de leider bijvoorbeeld, of rond een mogelijke opvolger (Seif al-Islam?). En er is de door Seif gelanceerde kritiek.

Seif verklaarde dat de Bulgaarse verpleegsters inderdaad gefolterd waren in hun Libische gevangenissen waaruit ze eerder dit jaar na acht jaar werden vrijgelaten. Hij pakte ook uit met suggesties omtrent de nood aan institutionele hervormingen, een onafhankelijke pers en dito rechtspraak en financiële sector. Maar een maand nadat Seif had gesproken over het het feit dat burgers zonder reden worden opgepakt en over de nood aan politieke hervormingen riep zijn vader zijn aanhangers op de „vijanden te doden” die aansturen op politieke veranderingen.

Abd al-Rahman (58) werkt als makelaar voor westerse bouwbedrijven. „Voorlopig leven we nog een tijd met dat super-tribale systeem dat gemaskeerd wordt door al die retoriek van de revolutie en de volkscongressen. De revolutie moet ons vanuit de prehistorie tot model voor de vooruitgang voor de rest van de wereld maken. Maar wat politieke vrijheden betreft gaan we er eigenlijk alleen maar op achteruit.”

Alle maatschappelijke disputen moeten volgens Gaddafi’s Groene boekje via de volkscongressen geregeld worden. Met zijn grieven en eisen stapt een Libiër in principe naar een van de 187 basiscongressen en volkscomités. „Maar de meeste mensen durven niet bij Gaddafi’s volkscommissarissen met klachten aan te kloppen. Ze houden dus uit angst voor het repressieve apparaat liever hun mond”, zegt Abd al-Rahman.

De ideologie en de staatsstructuren van de revolutie zijn sinds 1969 met schokken ingevoerd en vaak met geweld opgedrongen aan een weerspannige samenleving. Zo botste Gaddafi’s heel eigen versie van de islam op veel verzet van de zijde van de traditionele religieuze autoriteiten.

Gaddafi probeert al decennia lang iedere vorm van politiek en religieus verzet aan de bron te smoren. Zo is de oude Abdussalammoskee in Zliten waar geestelijk leiders werden opgeleid, met de grond gelijkgemaakt. En in de hoofstad Tripoli werd de Sidi Hammoudamoskee op het centrale plein gesloopt, officieel om het plein te vergroten zodat tanks aan de herdenkingsparade van de septemberrevolutie zouden kunnen deelnemen.

Toch zijn er de laatste maanden wel hervormingen bekendgemaakt. De uitzonderingsrechtbank, het Volksgerecht, is afgeschaft en er is sprake van een nieuwe aanpak van mensenrechtenkwesties en van de manier waarop burgers een klacht kunnen indienen. Maar volgens Amnesty International is er geen zicht op hoe die plannen in de praktijk worden gebracht. Wel kwam er, volgens AI en Human Rights Watch vorig jaar een aantal politieke gevangenen vrij, onder wie moslim-militanten die meer dan tien jaar opgesloten zaten. Maar er worden volgens AI in Libië nog altijd talrijke opposanten opgepakt en zonder vorm van proces vastgehouden.