Nu tachtig boeken in een halve kilo

Zo licht als een paperback, zo hard als een hamer. De iLiad moet de doorbraak zijn van het elektronische boek.

Maar zijn de tachtig boeken die erin passen ook te lezen?

Aan de linkerkant zie je een keurige stapel kranten, in het midden een toren van boeken, rechts een bergje papieren. Maar het oog wordt getrokken naar de voorgrond, waar een half opstaand boek een boekvormig scherm bedekt. Op het omslag staat met grote letters ‘ILIAD’; eronder, iets bescheidener, ‘welcome’.

Dit is niet een nieuwe editie van Homerus’ Ilias in de Engelse vertaling. Het is het opstartbeeld van de iLiad, een ‘reader’ voor elektronische boeken die een paar weken geleden onder veel mediabombarie in Nederland op de markt kwam. Alleen al de spelling van de naam (met de kleine i en de grote L) toont de ambities van de fabrikant, het Nederlandse bedrijf iRex Technologies. De iLiad moet voor e-books worden wat de iPod is voor mp3-muziekbestanden: een draagbaar bibliotheekje dat alle gedrukte media overbodig zal maken.

Waar hebben we dit soort geluiden eerder gehoord? Maar nu lijkt het menens te worden, en niet alleen omdat zelfs de Koninklijke Bibliotheek overweegt om boeken te versnijden om ze te digitaliseren. Twee maanden geleden begon boekhandelketen Selexyz met de verkoop van de iLiad. Jeff Bezos, de baas van de internetboekhandel Amazon, lanceerde triomfantelijk de ‘Kindle’, een drie ons zwaar ‘electronic reading device’. In Frankrijk is sinds vorige maand de ‘Cybook’ te koop, terwijl je in Amerika en Japan de ‘Reader Digital Book’ van Sony kunt krijgen. Alle ‘e-readers’ maken gebruik van dezelfde ‘elektronische inkt’, die ervoor zorgt dat het scherm niet flikkert, en allemaal zijn ze aan te sluiten op digitale-boekenwinkels als Ebooks.com of Mobipocket.com.

‘Het boek gaat de dodo achterna’ voorspelt de internetgoeroe Jeff Gomez in zijn manifest Print Is Dead. Is dat zo? Want hoe werkt het in de praktijk? Zijn de e-readers inderdaad zo handig als de early adapters het doen voorkomen? Veranderen e-books je manier van lezen, zoals luisterboeken dat doen doordat het verhaal in je oren vermengd raakt met datgene wat je tegelijkertijd aan het doen bent? En gaat er iets verloren als we overstappen op de iLiad of de Cybook? Wordt ons cultureel erfgoed er door bedreigd, zoals cultuurpessimisten beweerden bij de opkomst van het audioboek?

The proof of the e-book is in the reading, en dus vroeg ik een iLiad te leen en probeerde ik me de wereld van het elektronische boek eigen te maken. Ondanks wat technische problemen die ongetwijfeld mijn eigen schuld waren, heb ik gezien dat het werkt. Dat je van sites als Mobipocket (49 duizend titels uit de bestanden van Amazon) en Ebooks (‘iTunes voor boeken’) moeiteloos moderne en klassieke boeken kunt downloaden, meestal 20 procent goedkoper dan het boek in de winkel zou zijn. Dat je automatisch iedere ochtend de Franse krant Les Echos op je scherm kunt krijgen zodra je de iLiad met het internet verbindt; en dat zo’n verbinding zelfs draadloos te realiseren is (via een wifi-connectie). Dat de iLiad kortom te gebruiken is als een externe harde schijf, waar je met een muisklik ook Word- en pdfbestanden van je computer naartoe kunt slepen.

Maar hoe bevalt de e-reader?

De iLiad heeft het meest weg van zo’n wonderleitje dat nog steeds een hit is als cadeautje op een kinderpartij. Die associatie ligt trouwens erg voor de hand, want een van de selling points van de iLiad, een van de dingen die hem onderscheidt van Cybook en Sony Reader, is de mogelijkheid om aantekeningen in je e-boeken te maken die je weer kunt uitwissen. Dat gaat heel simpel, met de stylus (zeg maar de griffel) die bijgeleverd wordt. Volgens fanatieke gebruikers maakt de schrijffunctie opschrijfboekjes, agenda’s en dergelijke overbodig. Zelf heb ik er in de drie weken dat ik de iLiad in huis had nauwelijks gebruik van gemaakt, maar mijn 13-jarige zoon kon er niet van afblijven. Anders dan de wonderleitjes uit zijn jeugd ging het schermpje van de iLiad na veertig keer wissen niet kapot.

Zwaar is de iLiad niet, met 450 gram zit hij net boven het gewicht van een gemiddelde paperback, terwijl het beeldscherm het formaat van een pocket heeft. Omdat de e-reader een intern geheugen van 128 mb heeft, kun je er 60 à 80 boeken op kwijt, maar net als bij een digitale camera kun je geheugenkaartjes wisselen om zo tijdens een wereldreis of op een onbewoond eiland nooit zonder nieuw leesvoer te zitten.

Robinson Crusoe staat niet op mijn iLiad, maar Reis om de wereld in tachtig dagen wel, en dat wordt dus het eerste boek dat ik op de e-reader ga lezen. Ik tik met de stylus in het boekenoverzicht de roman van Verne aan en kom meteen op de eerste bladzijde terecht. Dat lijkt logisch, maar al gauw blijkt dat veel e-boeken nogal wat rommel op hun eerste bladzijden hebben: copyrightmeldingen, informatie over de instantie die de teksten ter beschikking stelt, enzovoort. Bij Alice in Wonderland, bijvoorbeeld, begint het verhaal pas op pagina 17, en om die te bereiken moet je de eerste zestien bladzijden een voor een ‘omslaan’ (met de ‘bladerbalk’) – een proces dat langer duurt dan het zoeken van een begin in een paperback.

De Reis om de wereld van Mobipocket blijkt een gedateerde vertaling ‘naar de 30e Fransche uitgave’, in de spelling De Vries en Te Winkel: ‘Waarin Phileas Fogg en Passepartout elkander wederkeerig aanneemen, den een als meester, den ander als knecht.’ Veel naamvallen en dubbele klinkers, dat leest niet lekker voor een man, zou Gerard Reve zeggen. Maar ook het veel te ruime wit tussen de woorden bemoeilijkt het lezen en maakt dat je deze Verne-versie hoogstens als curiosum kunt beschouwen. Geërgerd commentaar kun je niet in de kantlijn kwijt, want Reis om de wereld is een tekstbestand en de schrijffunctie werkt alleen in pdf-bestanden.

In Alice in Wonderland bijvoorbeeld, dat afkomstig blijkt van de site van het Amerikaanse Gutenberg Project, waarop honderden klassieken gratis te downloaden zijn. In een prettiger vorm, maar ook met eigenaardigheden: lelijke aanhalingstekens, dubbele gedachtestreepjes, witregels tussen de alinea’s, en kapitalen waar Lewis Carroll cursiveringen heeft bedoeld. Het is alsof je een typoscript zit te lezen, al is dat in het geval van Alice onzin, omdat de typemachine pas in 1867 werd uitgevonden. Hoewel het lettertje mooi is dwingt het boek niet tot doorlezen, ook al omdat de tekeningen ontbreken. Wat dan weer niet ligt aan de iLiad, want die kan beelden in 16 grijstinten weergeven (kleur zal nog een paar jaar duren).

Ik probeer tot slot Max Westermans nieuwe Amerika-boek In alle staten, niet omdat ik daar bovenmatig in geïnteresseerd ben, maar omdat het door Selexyz gratis ter beschikking is gesteld aan iLiadgebruikers en van alle boeken in mijn e-reader het dichtst de boekversie benadert. Dan blijkt dat de iLiad een ontspannen leeservaring garandeert. Je staart niet in een lichtbron, zoals bij een computer – de iLiad is dan ook niet in het donker te lezen – en je ogen worden niet moe. De bladzijden omslaand, constateer ik: hoe meer het tekstbestand in de iLiad lijkt op een klassiek boek, hoe makkelijker het leest.

Hoe zit het met de andere voordelen van het klassieke boek – zijn relatieve onkwetsbaarheid in extreme omstandigheden? Volgens de fabrikant van de iLiad doet de e-reader in weinig voor een paperback onder. Hij is spatwaterbestendig en gepantserd tegen zand, en kan dus gelezen worden aan het strand. Zeventig graden Celsius is geen probleem en mocht je iemand met de iLiad een klap op zijn kop willen geven, dan kan dat.

En toch, waarom zou je je boeken van de e-reader gaan lezen? Voor zakelijke lezers (mensen die dagelijks met een papierwinkel in hun tas rondsjouwen), is de iLiad een uitkomst. En ja: de mogelijkheid om een woordenboek Frans te installeren en bij het lezen van Madame Bovary alle onbekende woorden aan te tikken en in vertaling op je scherm te krijgen, is fantastisch. Maar er gaat nogal wat verloren: de geur van het echte boek; het ‘gevoel’, de leesgeschiedenis (streepjes, ezelsoren), het overzicht dat je hebt als je een boek vasthoudt. En niet te vergeten de vorm, de typografie en de lay-out. Noem me een romanticus: ik blijf mijn klassieke exemplaren koesteren.

Een demofilmpje bekijken of alternatieve ontwerpen?Klik op de links via nrcnext.nl/mijnnext