‘Liever selectie aan poort dan loting’

Voor studies met meer aanmeldingen dan plaatsen is ‘selectie aan de poort’ een beter middel dan loting. Wel moeten opleidingen naar zinvolle selectiecriteria gebruiken.

Dat schrijft de commissie ‘Ruim baan voor talent’ in haar advies Wegen voor Talent, dat vanmiddag zou worden aangeboden aan minister Plasterk (Onderwijs, PvdA).

Selectie aan de poort is een middel om aankomende studenten te beoordelen op hun geschiktheid voor de studie. Onder zinvolle selectiecriteria schaart de commissie het voeren van sollicitatiegesprekken met aankomende studenten of het beoordelen van toelatingsbrieven. Uitsluitend selecteren op studieresultaten blijkt niet goed te werken.

Met dit advies is selectie aan de poort terug. Oud-staatsecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) stelde de commissie in 2004 in met de verwachting dat de selectiepraktijk de toekomst zou hebben. Maar minister Plasterk is minder enthousiast.

Eerder bleek uit experimenten dat sommige universiteiten grote moeite hebben om met deze vorm van selectie op adequate wijze het studiesucces van een student te voorspellen. Zo onderzocht de Universiteit Leiden enige tijd of studenten konden worden geselecteerd op basis van eindexamencijfers, maar scholieren met matige cijfers bleken het later soms toch goed te doen. Specifieke opleidingen voor getalenteerde studenten, zoals het University College Utrecht, bleken juist wel gebaat bij selectie, die in hun geval voornamelijk bestaat uit het persoonlijk beoordelen van de geschiktheid van een student.

De commissie vindt dat opleidingen in het algemeen meer aandacht zouden moeten besteden aan het koppelen van aankomende studenten aan de juiste studie. De voorlichting moet beter, en scholieren moeten vroegtijdig in aanraking komen met academisch onderwijs. Toetsontwikkelaar Cito doet onderzoek naar het verzamelen van informatie over competenties van middelbare scholieren.