In Rotterdam-Zuid wachten geen gouden bergen

Rotterdam organiseert morgen een ‘Polentop’. Veertig gemeenten willen de toenemende problemen met arbeidsmigranten uit Oost-Europa beteugelen.

Magdalena Domanska is niet uitgenodigd voor de ‘Polentop’, die morgen in Rotterdam wordt gehouden. Vreemd, zegt de voorzitter van het lokale Nederlands-Pools Centrum voor Cultuur en Educatie, dat deze zomer in allerijl werd opgericht. „Wij spreken de taal, wij weten wat er leeft bij de Polen in deze stad.” Dat kan volgens Domanska van de gemeente nauwelijks worden gezegd.

Rotterdam telt inmiddels zo’n 15.000 Polen, sinds op 1 mei de grenzen zijn opengesteld voor Poolse werknemers. Dat aantal is een schatting, gebaseerd op eigen tellingen en waarnemingen, stelde wethouder Hamit Karakus (Bouwen en Wonen, PvdA) vorige maand. Hoe dan ook, het is een veelvoud van de 2.500 waarmee de tweede stad van Nederland een jaar geleden, op basis van schattingen van de landelijke overheid, rekening hield.

Rotterdam voelt zich dan ook „misleid en in de steek gelaten” door de regering, aldus Karakus. „Wij hebben van meet af aan gezegd: je kan je gasten pas ontvangen als je huis op orde is. Die waarschuwing is in de wind geslagen.” Gevolg is, aldus de oud-makelaar wiens ouders zelf als arbeidsmigrant naar Nederland kwamen, een opeenstapeling van problemen, variërend van illegale (over)bewoning en taalachterstanden tot uitbuiting en alcoholmisbruik. En dat vooral in de toch al kwetsbare achterstandswijken van Rotterdam, dat met zeven wijken (23 postcodegebieden) koploper is op de landelijke lijst van veertig probleemwijken.

Karakus pleit onder meer voor het spreiden van Oost-Europese werknemers, maar mist daartoe de wettelijke bevoegdheid. Om die te verkrijgen, zet Rotterdam de landelijke politiek onder druk en organiseert de stad morgen een Polentop in een hotel aan de voet van de Erasmusbrug. Aanwezig zijn ruim veertig – en niet honderd, zoals de bedoeling was – vertegenwoordigers van gemeenten en werkgevers, die met soortgelijke problemen kampen. Op dit moment werken ongeveer 100.000 arbeidskrachten uit Oost-Europa in Nederland, zegt Sociale Zaken op basis van een schatting. Vier op de vijf zijn Pools.

Magdalena Domanska stoort zich aan „het wat eenzijdige beeld” dat van haar landgenoten wordt geschetst. „Alsof alle Polen laaggeschoolde arbeid doen en voor overlast zorgen.” De geboren Poolse, sinds tien jaar getrouwd met een Nederlander, wil de problemen niet bagatelliseren, maar: „Polen willen wel integreren, maar ze weten vaak niet hoe. Ze spreken de taal niet en weten niet bij wie ze moeten aankloppen.”

Bij de gemeente Rotterdam vinden „de goedwillende Polen” geen gehoor, zegt Domanska. Daarom begon ze in augustus met de Poolse School (Szkola w Rotterdamie), die onder meer taallessen en culturele activiteiten organiseert. Dertig Polen betalen 150 euro per persoon om vijf weken lang op zaterdag twee uur les te krijgen. „Als je zes euro per uur verdient als tomatenplukker is dat veel geld.”

Toch is de animo groot en dat, zo benadrukt Domanska, is veelzeggend. Als EU-burgers zijn Polen immers niet verplicht om in te burgeren. „Wij worden momenteel overvraagd, maar we doen wat we kunnen, ook al zijn we vrijwilligers.” Hulp van de gemeente zou welkom zijn. Vorige week drong Domanska aan op één centraal loket voor al dan niet tijdelijke werknemers uit Midden- en Oost-Europa, de zogeheten MOE-landen. De gemeente zegde zo’n informatiepunt vorige maand toe. Domanska: „Maar ook in Polen zelf moet de informatievoorziening verbeterd worden. Er zijn nog teveel Polen die denken dat in Nederland de gouden bergen wachten.”

In Rotterdam is eerder sprake van het tegendeel. Toch fungeert de stad als een magneet op migranten uit Polen, Tsjechië en Slowakije: een relatief goedkope woningvoorraad, waarvan in Rotterdam-Zuid veel in particulier bezit (huisjesmelkers), en de geografische nabijheid van laaggeschoolde arbeid, onder meer in de bouw en in het Westland.

„Gouden tijden voor de middenstand op Zuid”, zegt Dick Lockhorst op besmuikte toon. Maar de PvdA-voorzitter van de deelgemeente Charlois meent het wel. „De kratten bier zijn soms niet aan te slepen.”

Lockhorst schat het aantal Polen in zijn deelgemeente op twee à drieduizend. Overbewoning en drankmisbruik zorgen voor de grootste overlast, vooral in de Tarwewijk en Carnisse. „Tien matrassen in een eengezinswoning, dat is geen uitzondering.” Interventieteams controleren op misstanden. Om spreiding te bevorderen willen zowel het stadsbestuur als Lockhorst dat het zogeheten Gebruiksbesluit aangescherpt wordt. Dat bepaalt dat in bepaalde gebieden op één huisadres niet meer dan twee mensen met een verschillende achternaam mogen wonen.

Maar Lockhorst signaleert ook pluspunten als het om Polen gaat. „Met hun arbeidsmoraal is niets mis, en dat kan niet van iedereen in deze stad worden gezegd.” Nu veel Polen besloten hebben zich permanent in Nederland te vestigen, komen hun gezinnen over. „De vrouwen zorgen voor sociale controle. Ze houden hun mannen in toom, geven zichzelf en de kinderen op voor taallessen, en zorgen voor enige structuur in het gezinsleven.”

Zijn de Poolse migranten een vloek of een zegen? nrc.nl/discussie