Het probleem ligt tussen de groente en aardappels

Een gloeilampenverbod, kilometerheffing: van alles wordt bedacht om het milieu van de ondergang te redden.

Wat pas echt zou helpen? Een biefstukbelasting.

Nederland is het meest veedichte land van Europa. De milieubelasting die daaruit voortvloeit, was al bekend uit de cijfers over de mestproductie: 70 miljard kilo per jaar, of 4.000 kilo per Nederlander.

Relatief onbekend is echter de milieubelasting door de uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij. Eén koe stoot – volgens berekeningen van het Centrum voor Landbouw en Milieu – jaarlijks net zoveel broeikasgassen uit als 4,5 auto’s. Dat staat gelijk aan 70.000 gereden kilometers.

Op grond van deze gegevens heeft de Nicolaas G. Pierson Foundation in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoek gedaan naar de samenhang tussen vleesconsumptie en de uitstoot van broeikasgassen. De uitkomsten zijn gisteren gepresenteerd tijdens de première van de documentaire Meat the Truth.

Na An Inconvenient Truth van Al Gore wijzen veel Nederlanders de auto en de gloeilamp aan als grote boosdoeners voor de opwarming van de aarde. Het kabinet overwoog zelfs korte tijd een gloeilampenverbod. Maar een andere, belangrijke oorzaak wordt steeds vergeten: de vleesconsumptie.

Vleesconsumptie en autogebruik veroorzaken in ons land een klimaatschade van vergelijkbare omvang. Per Nederlander levert het eten van vlees een netto bijdrage aan de CO2-uitstoot van 1.400 kilo – in totaal 22,4 megaton. Dat is het equivalent van 140 miljard autokilometers.

Dat werpt de vraag op waarom het kabinet zwaar inzet op klimaatbescherming via kilometerheffingen, spaarlampen en energiezuinige apparaten, maar de vleesconsumptie buiten schot laat. Een biefstukbelasting zou aanzienlijk meer milieuwinst opleveren dan een kilometerheffing.

Maar nog steeds valt vlees onder het lage btw-tarief, nog steeds worden de kosten van vleesproductie afgewenteld op de samenleving en nog steeds worden vervuilers in deze sector gesubsidieerd, terwijl het adagium voor andere sectoren luidt dat de vervuiler moet betalen.

Minister Verburg (Landbouw, CDA) deed wat lacherig over voorstellen vanuit het parlement om een vleesvrije dag (‘donderdag zonderdag’) te stimuleren door middel van een overheidscampagne. Maar vleesconsumptie en de ermee samenhangende milieuvervuiling verdienen serieuze aandacht van een overheid die zegt de uitstoot van broeikasgassen terug te willen dringen.

Als iedereen één dag extra per week het vlees zou laten staan, zou dit toereikend zou zijn om de klimaatdoelstellingen op het gebied van huishoudens (3,2 megaton CO2-vermindering per jaar) te realiseren. Dat is tweemaal zoveel als wanneer men alle gloeilampen door spaarlampen zou vervangen.

Zou men twee dagen extra per week geen vlees eten, dan spaart dat net zoveel als het overstappen van de hele bevolking op een energiezuinige koelkast, diepvriezer, wasmachine, wasdroger, en vaatwasser, en alle huizen zou worden voorzien van dubbel glas, een HR-ketel en een geïsoleerde voorgevel. In totaal: 6,25 megaton CO2.

Dekken we de tafel drie dagen extra zonder vlees, dan zou dat gelijkstaan aan het van de weg halen van drie miljoen auto’s. Met vier dagen zitten we aan een equivalent van het elektriciteitsgebruik van alle huishoudens (13 megaton) en met zes vleesvrije dagen zouden we het equivalent bereiken van een autovrij Nederland (18 megaton) .

Daarbij komt nog de winst op andere gebieden bij. Volgens het World Watch Institute kost de productie van één kilo rood vlees 100.000 liter water. Dat is evenveel als nodig is om twee jaar lang dagelijks te douchen. Het landgebruik voor de productie van dierlijke eiwitten is ruwweg tien maal zo groot als voor de productie van plantaardige eiwitten. En dan laten we de gezondheidsaspecten van het eten van vlees, het gevaar van voor de mens besmettelijke dierziekten en de omstandigheden waaronder dieren moeten leven in de bio-industrie nog buiten beschouwing.

Minister Cramer (Milieu, PvdA) wil de broeikasgas-emissie veroorzaakt door de veehouderij tot de helft reduceren. Maar de voorgestelde oplossingen zijn vooral symptoombestrijding. Er worden emissiearme stallen ontworpen. Het gevolg: steeds meer koeien staan permanent binnen. Ook is een vuistgrote pil in ontwikkeling die het boeren en scheten van methaan bij koeien zou moeten verminderen.

Maar om het probleem echt aan te pakken is een vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten noodzakelijk. Het klimaatprobleem ligt voor een groot deel op ons bord.

Kim van der Leeuw is onderzoeker aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit Amsterdam. Karen Soeters is directeur van de Nicolaas G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren.

Lees meer over de film ‘Meat the truth’ op Multimedia, pagina 32. En zie de weblog van Thieme, via partijvoordedieren.nl