Glijdende gazelles

Thialf Heerenveen, zaterdagmiddag. Voor minder dan een dubbeltje zit ik op de eerste rang. Ik ben uitgenodigd door mijn zoon die weer is uitgenodigd door een zakenrelatie. Ik knoop de fleece shawl met decente lettertjes – een relatiegeschenk – om mijn hals. Hier beneden zo dicht op ijs is het beduidend kouder dan op de bovenste rijen.

In het ‘zakelijke’ vak heerst rust. Geen oranje hoeden en knuffelbeesten, laat staan schmink en Jägermeister. Dit is een meevaller want ik moet me concentreren. Mijn agenda is een driedubbele. Eén: ik zit hier voor de sport, voor de glijdende schaatsdieren. Twee: ik wil op elke vezel van Thialf kauwen omdat ik aan mijn water voel dat er een stukje zit in dit festijn. Drie: een nog pregnanter eigenbelang, ik wil de dieren observeren, hun techniek, de nuance, om er mijn voordeel mee te doen wanneer ik zelf als vrijetijdsschaatser op de ijzers sta.

Ik heb uitzicht op het ovaal én op een fors televisiescherm onder tegen de balustrade. Op het scherm staan twee schaatsers gereed voor hun race. Door de luidsprekers van Thialf worden ze door de scheidsrechter tot de starthouding gemaand. Ze blijven rechtop staan. Een knal galmt door de hal. Nog blijven ze onbewogen rechtop. De oranjegemutste juichorkaan ontsteekt in alle hevigheid. Vijf seconden te laat klapperen ze weg, in achtervolging op het tweetal dat ik over de rand van het scherm al de bocht zie induiken. Tussen de realiteit van Thialf en het beeldsignaal gaapt een gat van vijf seconden. Een surreële ervaring. Het zijn die vijf seconden waarmee je soms o zo graag de klok zou willen terugdraaien. En niet alleen in de sport – dit terzijde.

Beeld en realiteit in de sport, er bestaat altijd een discrepantie tussen de twee. Het beeld vertekent, en niet zo’n beetje ook. What you see is not what you get. Ik kijk naar Shani Davis op de 5.000 meter,real time. Wat een coördinatie, wat een efficiëntie, wat eenglij-kunstenaar. Shani Davis zou ik dolgraag in mijn fysiek systeem integreren. Maar wat zijn die 5.000 meters snel voorbij. Liefst zou ik Shani verplichten de race straks over te doen.

Shani passeert voor mijn neus tijdens zijn laatste meters. Toppunt van evenwicht, gazelle-achtig. Op het scherm komt hij de bocht pas uit. Een gummi slungel zonder controle. Tussen de echte Shani en de Shani als beeldsignaal gaapt een zwarte afgrond. Waanzinnig.

Lang en bijzonder traag bewegend rijdt hij uit. Ik volg hem als een detective, en mis hele stukken van de races na hem.

1.500 meter vrouwen. Anni zien en dan sterven. Wat moet ik nog meer over haar zeggen?

Als televisierealiteit is Cindy Klassen een vormloze lemen pop. Maar in Thialf, terwijl de kou in mijn benen omhoog kruipt, woekert een glanzende buldog in geplastificeerd skinsuit over de blinkende vloer. Cindy intrigeert me. Vage maar steeds verder uitdijende transpiratievlekken schemeren door de plastic verpakking. Ik zag, nee ik voelde de ondraaglijke hitte van ijs uit haar onderrug stralen.

Peter Winnen