Del Ponte: Servië heeft jacht op Mladic gesaboteerd

Carla Del Ponte, hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal, heeft zich in een afscheidstoespraak tot de Veiligheidsraad van de VN bitter beklaagd over de „bewuste obstructie” van Servië in de jacht op de van oorlogsmisdaden verdachte Bosnische Serviërs Ratko Mladic en Radovan Karadzic.

Del Ponte, die deze maand vertrekt als hoofdaanklager, zei een half jaar geleden „voorzichtig optimistisch” te zijn over de kans dat Mladic wordt opgepakt. In Servië was een nieuwe regering aangetreden die de jacht op de laatste vier gezochte oorlogsmisdadigers tot prioriteit had verheven en die „een reeks belangrijke stappen” zette om dat doel te bereiken.

Inmiddels is dat optimisme verdwenen, zo ging Del Ponte verder, omdat is gebleken dat „er geen duidelijk tijdspad, geen helder plan, geen serieus initiatief en geen serieuze pogingen zijn, alleen maar woorden, en geen daden”. „Ik kan niet ontkennen dat er stappen zijn gezet, maar ze zijn langzaam en inefficiënt. Kortom, Servië werkt niet volledig mee met het tribunaal.”

Servië zegt een groot aantal verdachten van oorlogsmisdaden te hebben uitgeleverd, maar volgens Del Ponte hebben die zich vrijwillig bij het tribunaal gemeld. De Servische autoriteiten, zei ze, hoopten Mladic te kunnen overtuigen dat ook te doen. „Ze onderhandelden met hem in de lente van 2006 en wisten precies waar hij was. En toch hebben ze hem niet gearresteerd”, zei Del Ponte. Ook Radovan Karadzic is in 2004 nog onder zijn eigen naam in Servië geweest zonder dat hij werd opgepakt. Dat twaalf jaar na de oorlog in Bosnië nog oorlogsmisdadigers vrij rondlopen is – zo zei Del Ponte – een schandvlek op het werk van het Joegoslavië-tribunaal. Ze drong er bij de EU op aan Servië niet toe te laten zolang het verdachten niet uitlevert.

Del Ponte sprak gisteren voor haar toespraak in de Veiligheidsraad met de Servische vicepremier Bozidar Djelic. Hij zei na dat gesprek Del Ponte te hebben gevraagd de inspanningen van de Servische regering te erkennen. Hij had haar ook gezegd dat er in Servië ook een regering had kunnen zitten die helemaal niet met het Joegoslavië-tribunaal zou hebben samengewerkt – een verwijzing naar het feit dat de ultranationalistische Servische Radicale Partij de grootste in het Servische parlement is. (VIP, BBC)