De hartslag van Zambia

Geert van Kesteren fotografeerde in Zambia en exposeert nu in de Kunsthal.

Zijn beelden geven de onzichtbare Zambiaanse statistieken een gezicht.

Geert van Kesteren is een bekwaam fotograaf. En niet alleen dat. Als fotojournalist verdiept hij zich bij voorkeur langere tijd in zijn onderwerpen. Meestal zijn dat mensen en conflicten in problematische en barre omstandigheden.

Zoiets is niet iedere fotograaf gegeven. Behalve uithoudings- en inlevingsvermogen is er ook moed voor nodig – plus sociale souplesse. Dankzij die eigenschappen is Van Kesteren (1966) sinds kort (en als enige Nederlander) aspirant-lid van Magnum, het agentschap dat werd opgericht door onder anderen Robert Capa en George Rodger.

Bekend werd Van Kesteren door zijn boek Why Mister Why?, het verslag van een twee jaar durend verblijf in Irak. In 2006 voerde hij de documentaireopdracht uit die jaarlijks verstrekt wordt door het Rijksmuseum en NRC Handelsblad. Schraal heette de resulterende expositie over armoede in de moderne Hollandse welvaartsstaat.

Anders dan het Irak-boek was Schraal geen succes. Het verhaal was weliswaar schrijnend, maar de fotografie oppervlakkig en weinig verbeeldend. Opmerkelijk misschien voor een iemand van zijn kaliber, maar ook niet onvoorstelbaar. Een fotograaf als Van Kesteren moet het hebben van wat de omstandigheden opleveren – soms kan dat binnen het geboden tijdsbestek gewoon te weinig zijn.

Maar de ene opdracht is de andere niet. Dat blijkt ook weer uit Zambia!Zambia!, de tentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal waarin Van Kesteren verslag doet van de reis die hij maakte door het door aids ontwrichte land op initiatief van het Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA).

Negentig alledaagse kleurenfoto’s omvat de expositie: een ochtendzon die het bos doet dampen, moessonregens kletterend op een hangbrug, de bereiding van de ochtendpap, het bewerken van het dorre land. Er zijn foto’s van kerkdiensten, een potje voetbal, van de Sisyfusarbeid in de ziekenhuisjes en van de prostituees die ’s avonds als gemzen opduiken in het licht van de koplampen. En, natuurlijk, van campagnes over condoomgebruik en aidsbestrijding. Sensationeel of schokkend is het nergens, bij vlagen meeslepend in zijn ritmische variatie is het wel.

Met minimale tussenruimtes zijn de foto’s opgehangen in een lange rechte lijn die als een horizon over de wanden loopt van de smalle pijpenla waarin de expositie is ondergebracht. Toch zijn het niet de foto’s die als eerste opvallen. Eerst is er het dunne hoge patroon van lijnen dat zich op de muren achter de foto’s verschuilt en er wild onder en boven uitsteekt. Pas na enig turen zie je er woorden en getallen in – de Zambiaanse statistieken.

Arbeidsbevolking 4,9 miljoen. Werkeloosheid 50 procent. Aantal mensen met hiv/aids 920.000. Levensverwachting 38,44 jaar. Het is niet te lezen, maar staat in de, overigens minuscule, catalogus. Wat je wel leest – of ziet – is een cardiogram: de hartslag van Zambia.

Een vormgevingsspelletje is het, maar inhoudelijk gefundeerd. Het ‘cardiogram’ bevat immers de cijfers die verscholen gaan achter de foto’s. De foto’s geven de onzichtbare getallen een gezicht.

Met Zambia!Zambia! heeft Van Kesteren opnieuw een voorbeeldig journalistiek product afgeleverd. Ongewoon is het niet dat een fotograaf in den vreemde betere resultaten boekt dan in eigen land. Het zal te maken hebben met het oog dat dan scherper kijkt. Al speelt wellicht ook mee dat Zambia voor Van Kesteren niet helemaal onbekend terrein was. Hij verbleef er al eerder, in 1998. Een van de foto’s die hij er maakte (in een mortuarium) leverde hem de Zilveren Camera op, de gehele reeks toen de titel Fotojournalist van het Jaar.

Tentoonstelling Geert van Kesteren: Zambia!Zambia! T/m 10 februari 2008 in de Kunsthal, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zon- en feestdagen 11-17u. kunsthal.nl ****