De grootste attractie is de presentator

Zijn wij „de nieuwe modelburgers, verkleuterd tot volgzame hyperconsumenten” vraagt Felix Rottenberg zich af in het laatste deel van de Tegenlicht-serie over ‘het nieuwe ondernemen’. De woorden zijn niet van hemzelf maar van de Amerikaanse hoogleraar politicologie Benjamin Barber die geregeld in beeld verschijnt om zijn theorieën over de manipulatie van de consument door de producenten toe te lichten. „Jij bent dol op die man hè”, vraagt Ben Verwayen, topman bij British Telecom en, zoals al spoedig blijkt, in het geheel geen fan van Barbers theorieën die hij „allemaal geklets” noemt. „Nee”, zegt Rotttenberg, „ik vind hem nuttig.”

Dat is duidelijk. Barber wordt ingezet als een stellingenmachine: zeg maar wat je er tegenover hebt te stellen. We zien Verwayen bij Rottenberg thuis zitten – er wordt door de camera flink de nadruk gelegd op de mooie locatie, in de ‘wolkenkrabber’ van Berlage in Amsterdam – en met vuur betogen dat het kapitalistische systeem goed werkt, dat consumenten geen willoze slachtoffers zijn van gemene ondernemers die hun rommel in de maag splitsen, dat de maatschappij van ondernemers vraagt om duurzamer te produceren en dat ze dat dus ook gaan doen, „dat is ook een kwestie van gezond eigen belang”. De visie van Barber noemt Verwayen „zeer depressief”.

Verder komt Herman Wijffels in beeld, die veel minder opgewonden reageert op de beweringen dat de consument veel nodeloze rommel opgedrongen krijgt en niet in staat is daar weerstand aan te bieden. En dan is er Frans Otten, telg uit het Philipsgeslacht en directeur van een eigen onderneming die gelooft dat we sowieso op zullen houden met rommel produceren en dat duurzame producten zullen winnen – omdat de ‘nieuwe ondernemer’ de ambitie heeft om ook iets goeds voor de wereld te doen.

Fijn. Het komt allemaal goed. Zelfs Rottenberg lijkt dat te geloven op het laatst. We zien tot besluit zijn flat in het ochtendlicht en hemzelf achter het raam: een nieuwe morgen.

Het is prettig om naar een programma te kijken dat wil dat je nadenkt (en ruimte geeft om misschien toch nog wat kanttekeningen te hebben bij dit rozevingerige toekomstbeeld), dat mensen aan het woord laat die verschillende visies hebben zonder dat ze door elkaar schreeuwen. Ze worden met elkaar verbonden door de figuur van Rottenberg zelf, die medeonderwerp van zijn film is en die ook draagt. In dit geval lukte dat wel goed, al was er visueel niet ontzaglijk veel meer te beleven dan de locatie van Rottenbergs woning.

Het geldt trouwens ook voor andere programma’s dat ze sterk op een persoon leunen. Gisteren trad voor de tweede keer Isolde Hallensleben op als presentator van De wereld draait door, in plaats van Claudia de Breij, maar eigenlijk, eerlijk is eerlijk, in plaats van Matthijs van Nieuwkerk. Want als De Breij het doet mis je ook altijd Van Nieuwkerk.

Hallensleben ratelt alles aan elkaar, noemt iedereen bij de voornaam (de hoofdaanklager van het Joegoslavië tribunaal wordt door haar consequent als ‘Carla’ aangeduid) en is zo bang dat het te lang duurt dat ze bijna onverstaanbaar wordt. Haar tafelheer Theo Maassen, zondagavond ook al in Spuiten en slikken te zien, vertraagde het tempo eerder, hij heeft de gewoonte om min of meer languit over tafel te liggen, in negligé (een of ander petieterig T-shirtje) en zich daarbij geregeld over de eigen bol te aaien. Het was wel een gek gezicht, maar het hele programma leek nergens meer op. Hangt het dan geheel op Van Nieuwkerk? Misschien, wat niet wil zeggen dat alles wat hij aanraakt in goud verandert: Holland Sport dat hij samen met Wilfried de Jong presenteert is te flauw voor woorden. Twee sporters in bed leggen en dan vragen hoe ze daar normaal gesproken in liggen – op hun rug, met een pyjama aan? Of aan hockeyster Fatima Moreira de Mélo (die alles ‘best cool’ vindt) vragen of ze kan begrijpen dat de meeste vrouwen een hekel aan haar hebben. Wat een totale onzin.

Marjoleine de Vos