Altijd willen winnen, voor Kroatië

De Kroaat Danijel Pranjic voetbalt bij Heerenveen. Aan zijn horizon ligt het EK. „Ze noemen ons niet voor niets de Brazilianen van Europa.”

Kroaten die geen enkele wrok meer koesteren tegen Serviërs bestaan. Danijel Pranjic is een lichtend voorbeeld. De 26-jarige middenvelder van SC Heerenveen groeit tijdens de Balkanoorlog op als Kroaat in Bosnië. Het dorp waar hij woont wordt dagen achtereen gebombardeerd, zijn vader ontsnapt aan de dood; vluchten naar Kroatië is de enige uitweg.

„Natuurlijk was het allemaal verschrikkelijk om mee te maken”, zegt de voetballer in het Abe Lenstra Stadion. „Op een dag werd mijn vader zomaar meegenomen. Ik was een jaar of acht. Ik geloofde het gewoon niet en dacht dat hij wel snel zou terugkomen. We hoorden maanden niets meer van hem. Helemaal niets. Totdat een Serviër hulp bood. Die man was voor de oorlog heel goed bevriend met mijn vader. Ze werkten samen als treinmachinisten. Hij heeft mijn vader uit de cel gehaald en zijn leven gered. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. Maar we praten allang niet meer over de oorlog. Dat is een gesloten boek. Ik kijk naar de toekomst en ken geen haat.”

Pranjic gaat eventjes verzitten en zegt dan uit zichzelf: „Weet je wie mijn beste maatje is hier bij Heerenveen? Miralem Sulejmani. Een Serviër. Hij is dit seizoen nieuw bij de club. Als hij mijn hulp nodig heeft ben ik er voor hem en omgekeerd. We spreken dezelfde taal. We kennen elkaars gewoonten. Waarom zouden we dan geen vrienden kunnen zijn? Het zou goed zijn als de Kroaten en de Serviërs weer in harmonie samen zouden kunnen leven. Maar er zullen jammer genoeg altijd mensen zijn die daar niet aan willen.”

Pranjic mag dan naar eigen zeggen zonder haatgevoelens tegen Serviërs door het leven gaan, de oorlog heeft hem er wel bewust van gemaakt dat hij een Kroaat in hart en nieren is. De voetballer is de voorbije maanden in zijn eigen land uitgegroeid tot een held. Vorige maand stond Pranjic op het gras van Wembley met een assist op Mladen Petric aan de basis van de 2-3 tegen de Engelsen. Doordat Rusland diezelfde avond Andorra versloeg, plaatsen niet de Engelsen maar de Russen zich voor het EK van volgend jaar.

Voor het oog van de wereld lieten de Kroaten in Londen zien dat ze over een ijzersterke ploeg beschikken. „Spelen voor Kroatië maakt iets extra’s in ons los. Dat gevoel is bijna niet onder woorden te brengen”, zegt Pranjic. „Al die verhalen over de president van Spartak Moskou die ons namens de Russen zou belonen voor een zege op Engeland sloegen nergens op. Er zouden Mercedessen worden afgeleverd door die Rus.” Dan, lachend: „Ik kan je verzekeren, ik heb echt geen Mercedes gezien. Maar zoiets hebben wij ook echt niet nodig. Wij willen altijd winnen. Voor onze supporters. Voor onze mensen. Voor ons land.”

In de dagen na ‘het wonder van Wembley’ dringt het langzaam tot Pranjic door dat hij met zijn ploeggenoten geschiedenis heeft geschreven. „Op de bewuste avond voelde de overwinning eigenlijk als iets normaals. Iedereen dacht dat die Engelsen zich wel even zouden plaatsen voor het EK. Dat wilden we hoe dan ook voorkomen en dat lukte ons. Maar pas later besefte ik wat we allemaal losgemaakt hadden. De Russen vierden massaal feest. Hun trainer Guus Hiddink heeft onze bondscoach Slaven Bilic persoonlijk bedankt. En in ons eigen land ging iedereen uit zijn dak. Helaas vloog ik van Londen terug naar Amsterdam. Van dat volksfeest heb ik weinig meegemaakt.”

Pranjic weet uit eigen ervaring hoe intens de Kroaten een uitzonderlijke sportprestatie beleven. Als zestienjarig voetbaltalent vierde hij in 1998 samen met miljoenen landgenoten feest toen Nederland op het WK in Frankrijk in de strijd om de derde plaats was verslagen. In het jaar dat aan de Balkanoorlog feitelijk een einde kwam voor Kroatië, is volgens Pranjic de voetbalgekte geboren. „We hadden een ontzettend goede ploeg met spelers als Davor Suker, Robert Prosinecki en natuurlijk Zvonimir Boban. Die laatste is altijd mijn idool geweest. Fantastische voetballer en een groot mens. Die generatie heeft de basis gelegd voor de huidige successen. Ons team wordt gezien als één van de favorieten voor de titel in Oostenrijk en Zwitserland. Terecht, denk ik. We willen niet alleen winnen, maar bovenal mooi voetbal spelen. Ze noemen ons niet voor niets de Brazilianen van Europa. Nederlanders voetballen toch anders. Die willen veel sneller naar de goal toe. Kroaten spelen de bal rond en wachten het juiste moment af om toe te slaan. Misschien is Kroatisch voetbal nog wel het beste te vergelijken met het spel van Arsenal. De club van Eduardo.”

Pranjic speelt in het seizoen 2004/2005 bij Dinamo Zagreb een jaar samen met Eduardo Alves da Silva, de tot Kroaat genaturaliseerde Braziliaanse stervoetballer. Het is één van de moeilijkste periodes uit de carrière van Pranjic. De trots van Zagreb presteert dat jaar onder de maat en de harde kern laat zich niet onbetuigd. „Het gaat er in Zagreb wel wat anders aan toe dan in Heerenveen”, legt de voetballer met de fluwelen traptechniek uit. „Op een dag renden tijdens een training opeens vijftig tot zestig supporters het veld op. Ze dwongen ons om onze shirts uit te trekken. Die zouden ze pas weer teruggeven als we zouden presteren. Voor mijn huis verschenen een paar keer groepjes supporters met honkbalknuppels. Heel bedreigend allemaal. Omdat ik niet uit Zagreb kwam zagen ze het kennelijk niet in me zitten. Toen Heerenveen me wilde hebben heb ik dan ook niet lang getwijfeld.”

Pranjic speelt zich in december 2004 in de kijker van SC Heerenveen als de Friese club Dinamo Zagreb in het UEFA-Cuptoernooi treft. „Ik heb altijd graag in de Nederlandse competitie willen spelen. Toen ik voor het eerst in Heerenveen kwam, schrok ik wel even. Maar nu voelen mijn vrouw en ik ons hier thuis. Voor jonge spelers is dit een hele goede club.”

Onder trainer Gertjan Verbeek groeit Pranjic uit tot één van de belangrijkste spelers van de huidige nummer vier van de eredivisie. Hij fungeerde de voorbije jaren als dé aangever van topspitsen als Klaas Jan Huntelaar en Afonso Alves. „Het is heerlijk om met zulke voetballers te spelen. Ze weten beiden precies hoe ze moeten lopen, wat ze voor het doel moeten doen. Het is eigenlijk ongelooflijk dat Alves hier nog steeds speelt.”

En de toekomst van Pranjic zelf? De voetballer verlengde onlangs zijn contract tot medio 2012, maar hij blijft dromen van een grote club. „Mijn lievelingsclub is Barcelona, maar we moeten wel reëel blijven. In Nederland zijn alleen Ajax, Feyenoord en PSV voor mij interessant. Op dit moment voel ik me happy bij Heerenveen. Maar één ding staat voor mij wel vast. Na mijn carrière zal ik terugkeren naar Kroatië. Daar ligt mijn hart.”

Bekijk de goals van Engeland-Kroatië op nrc.nl/sport