Aboriginal kunst met boodschap

Tentoonstelling Schittering, een wereld van shimmer, rrark en glitter. T/m 23 maart in Aboriginal Art Museum, Oude Gracht 176, Utrecht. Di-vr, 10-17u, za-zo 11-17u. Inl: 030-2380100, www.aamu.nl

De bovenverdieping van het Aboriginal Art Museum in Utrecht hangt vol abstracte schilderijen van de Emily Kame Kngwarreye – composities met fleurige stippen die zoemen als een zomerse dag. Op de tentoonstelling Schittering wordt haar werk gecombineerd met dat van hedendaagse Australische kunstenaars en één Nederlander: Maria Roosen. Het is een vreemde combinatie; soms is er een uiterlijke overeenkomst van glans en glitter, maar soms ook niet.

Het werk van Emily Kame Kngwarreye (ca. 1916-1996) kun je prima bekijken vanuit een westerse blik. Ook al vertellen ze misschien een heel ander verhaal dan je denkt. Ze schilderde haar omgeving, vaak van bovenaf gezien, als een explosie in kleuren en stippels. Wij zien niet meteen een landschap, maar eerder een sfeer opgeroepen door kleur en vorm. Het werk van Kame Kngwarreye doet denken aan impressionisten, misschien zelfs aan abstract expressionisten. Ook is er overeenkomst met de stippeldoeken die Jan Wolkers de laatste jaren maakte. Ze zinderen - eerder dan dat ze schitteren - van warme, aardse of juist zonnige kleuren.

Kame Kngwarreye is een van de bekendere Aboriginalkunstenaars, maar begon pas toen ze dik in de zeventig was. Ze schilderde eigenzinnig, maar verwant aan de traditionele, rituele kunstuitingen. Ze veranderde vaak van stijl. Abstracte strengen van kleurige stippels vullen haar doeken, als een waterval aan kleur. Eerst nog in aardetinten, maar allengs kleuriger. Uiteindelijk werden het witte strepen, door elkaar heen dansend in een onnavolgbaar ritme. Deze lijnen hebben hun oorsprong in de lichaamsbeschilderingen van de Aboriginals en verwijzen naar de wortels van de yam, de zoete aardappel, een vast thema van Kame Kngwarreye die de verbondenheid met haar land en haar leven symboliseerde.

Haar werk verschilt van de puur rituele traditie, waarbij de schilder slechts het doorgeefluik is van natuurkrachten. Het museum presenteert Kame Kngwarreye nadrukkelijk als autonoom kunstenaar. En als het daarbij was gebleven zou deze expositie een geslaagde poging zijn om haar bij te schrijven in de annalen van de eigentijdse kunst. Maar het Museum wilde ook iets zeggen over de toestand van de Aboriginals in de Australische samenleving. Dat gebeurt aan de hand van het werk van Christian Thompson (1978) die zich profileert als Aboriginal kunstenaar, met de beeldtaal van de internationale hedendaagse kunst. Hij fotografeert zichzelf, vermomd als die andere bekende kunstenaar met aboriginal roots: Tracy Moffat - met rode glanzende lippen en een huid vol glitters. In een ander werk parodieert hij David Bowie’s videoclip Let’s Dance, waarin een Aboriginalgezin figureert. Thompson draagt rode schoenen, net als het meisje in de originele clip. Zo belandt ze in een ontluisterend sprookje: de westerse wereld. Thompson danst wezenloos rond op zijn rode schoenen, terwijl Bowie’s muziek gereduceerd is tot wezenloze liftmuzak.

Het Aboriginal Art Museum mikt met de expositie Schittering op te veel doelen en slaagt er daarom niet in een sterk punt te maken. Dat zien we het duidelijkst bij de Gewassen Bomen van Maria Roosen. Een aantal van haar berkenboomstammen met efemere zwammen van glanzend glas vullen een zijzaaltje. Mooi werk, en de vormovereenkomst met Aboriginal Law Poles - beschilderde, ceremoniële boomstammen - is meteen duidelijk. De Law Poles hebben echter een concrete functie. Ze dienden als herinnering aan gemaakte afspraken. Roosens werk heeft geen ceremonieel nut. We moeten haar glazen zwammen volgens de catalogus zien als een parasiterende cultuur, die de natuur leegzuigt. Maar het werk van Roosen is veel te lyrisch om zich voor die negatieve uitleg te lenen.

De ene schittering is de andere niet. Als je als tentoonstellingsmaker genoegen neemt met alleen een uiterlijke vormovereenkomst, komen kunst en kunstenaar niet tot hun recht.