Sterker dan ooit, maar niet onverslaanbaar

Sven Kramer won bij de wereldbeker schaatsen zowel de 1.500 als de 5.000 meter.

Maar de concurrentie legt zich niet bij de suprematie van de 21-jarige Fries neer.

6.15,26 De rondetijden van Sven Kramer op de 5 km. Foto’s Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Beide handen bleven rustig op de rug, want waarom zou Sven Kramer zich op ‘zijn’ vijf kilometer drukker maken dan nodig? In 6.15,26 was hij ruim drie seconden sneller dan nummer twee, de twintigjarige Noor Håvard Bøkko. En dat nauwelijks een dag na zijn verrassende machtsgreep op de 1.500 meter. De ‘dubbel’ van Kramer bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen was voor het laatst vertoond in 1999, door schaatslegende Rintje Ritsma.

Na het boeiende schaatsweekeinde in Thialf gaat de internationale concurrentie zich voorbereiden op het tweede deel van het seizoen, in de wetenschap dat Kramer sterker is dan ooit. De regerend Europees en wereldkampioen verpulverde in Calgary het wereldrecord op de vijf kilometer (6.03,32). De zomertraining, met meer accenten op snelheid, betaalde zich uit op de korte afstanden. De TVM-schaatser leidt de wereldranglijst aller tijden en wordt nu al vergeleken met de allergrootsten: Ard Schenk, Eric Heiden, Johann Olav Koss.

Is Kramer dit seizoen bij EK, WK en WK afstanden nog te verslaan? „Hij domineert momenteel de sport”, geeft Chad Hedrick toe. Maar de dertigjarige olympisch kampioen vijf kilometer legt zich niet bij de feiten neer. „De 6.03 van Sven was amazing. Maar ik heb bij het begin van het seizoen tegen mijn nieuwe coach Bart Veldkamp gezegd dat mijn grote doel is om als eerste schaatser onder de zes minuten te duiken. En onder 1.42 op de 1.500 meter. Eerder geef ik niet op.”De Amerikaan werd zaterdag ‘slechts’ zevende op de vijf kilometer. „Ik begon dit seizoen met 25 seconden achterstand, nu zijn het er nog 12. Een World Cup is leuk, maar het gaat om WK’s en Olympische Spelen. Aan het eind van dit seizoen wil ik meedoen om de podiumplaatsen.”

In 2004 doorbrak Hedrick als eerste de Nederlandse hegemonie op het WK allround in Hamar. De twee seizoenen die volgden, haalde hij als allrounder een niveau dat nagenoeg even hoog was als dat van Kramer nu. Maar na zijn olympische gouden medaille op de vijf kilometer in Turijn vond hij het tijd voor een jaar van relatieve rust. „Ik had mijn ultieme doel bereikt, door Sven daar zijn gouden medaille af te pakken. Nu werk ik met een nieuwe coach, en doe dingen die ik nooit heb gedaan. Maar één ding blijft hetzelfde: ik haat verliezen. I’m a different animal. Als ik drie ronden voor het einde mijn tegenstander nog binnen bereik heb, weten ze dat ze eraan gaan.”

Zijn landgenoot Shani Davis (25) verloor in Thialf maar weinig op Kramer, in zijn beste vijf kilometer sinds 2006. De tweevoudig wereldkampioen allround (2005 en 2006) gleed in de eerste rit na een vlakke race naar 6.21,36, zijn snelste tijd ooit in Heerenveen, goed voor de derde plaats. Gisteren toonde hij op de 1.000 meter dat zijn toegenomen inhoud niet ten koste is gegaan van zijn snelheid. In 1.08,39 verpletterde hij het baanrecord van Erben Wennemars. Het enige vraagteken bij Davis is of hij na de geboorte van zijn zoontje, gepland voor eind december, dit seizoen nog terugkeert op het ijs. „Ik wil dat jochie zien en met hem spelen.”

Behalve de Amerikanen is ook Bøkko het contact met Kramer voor zijn gevoel nog niet kwijt. De jonge Noor blijft zich ook in zijn vierde seizoen onder coach Peter Mueller gestaag verbeteren. Zaterdag zag hij dat Kramer vijf ronden voor het einde van zijn vijf kilometer op de kruising ‘nee’ schudde naar coach Gerard Kemkers, ten teken dat er geen baanrecord inzat. Zo makkelijk was het dus ook niet gegaan.

„In de laatste vijf ronden was Bøkko zelfs sneller dan Kramer”, constateerde Johan Kaggestad langs de baan. De oud-trainer van marathonloopsters Ingrid Kristiansen en Grete Waitz ziet als directeur van het Noors olympisch comité volop perspectief voor zijn landgenoot, die vorige week in Kolomna de tien kilometer won. „Håvard is een uitzonderlijk talent.” Nooit bleef Bøkko op de vijf kilometer dichter bij Kramer dan in Thialf. „Hij blijft zich ontwikkelen”, gaf de Fries toe. „Maar ik voel zijn hete adem nog niet in de nek.”

Dan is er Enrico Fabris, die in Heerenveen wegens ziekte geen vijf kilometer reed. De 26-jarige Italiaan versloeg Kramer bij de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen in Salt Lake City en pakte zijn wereldrecord af. „Ik heb bewezen dat Kramer te verslaan is”, jubelde hij toen. Een week later sloeg de Nederlander genadeloos terug, maar Fabris reed wel ‘stiekem’ de tweede tijd ooit. Toch viel hij in Thialf niet op straffe uitspraken te betrappen. „Sven is van grote klasse.”