Muzikaal wel wat uit elkaar gegroeid

Jon McClure van Reverend and the Makers hielp de prille Arctic Monkeys aan hun eerste optredens.

Nu zijn ze samen op tournee en traden ze op in de HMH.

„Het mooie van de muziekscene in Sheffield is de diversiteit,” zegt Jon McClure. De zanger van Reverend and the Makers tekent met zijn vinger een denkbeeldige lijn op tafel. „Hier rechts heb je de rockbands, met The Arctic Monkeys als speerpunt maar ook andere goeie kleinere bands als Bromheads Jacket. Daar links vind je dance en elektronica, van het Warp-label maar ook oudere acts als The Human League en Cabaret Voltaire. Wij zitten daar precies tussenin. We maken groovy muziek waar je goed op kunt dansen, maar sommige van onze nummers zijn gewoon lekkere rocksongs. Een beetje banaal, dat mag best in popmuziek.’

Jon McClure alias The Reverend is een sleutelfiguur uit de Sheffield-scene. Hij hielp de prille Arctic Monkeys aan hun eerste optredens, op feestjes die hij zelf organiseerde. Hij was dichter, politiek activist en zanger van verschillende bands zoals de robotfunkgroep 1984, die de Arctic Monkeys aan inspiratie hielp voor I bet you look good on the dancefloor. Broer Chris McClure was het straalbezopen covermodel van het eerste Monkeys-album en zanger/gitarist Alex Turner speelt mee op Reverend and the Makers’ debuut The State Of Things. En nu zijn ze samen op tournee.

Incestueus? Jon McClure vindt van niet. Weliswaar wonen Alex en hij nog altijd in hetzelfde huis, maar door het succes van The Arctic Monkeys zien ze elkaar daar nauwelijks meer. Op tournee kunnen ze het goed met elkaar vinden, al zijn ze muzikaal een beetje uit elkaar gegroeid. De Monkeys hebben hun sound gevonden, zegt McClure; hijzelf is meer geïnteresseerd in constante verandering. „Het volgende Reverend-album wil ik gratis op internet aanbieden, tot grote woede van onze platenbaas. Ik vind dat popmuziek geen consumptie-artikel mag zijn. Veel liever spiegel ik me aan grote rockhelden zoals John Lennon en Bob Marley, die hun muziek gebruikten om een boodschap over te brengen. Alex is niet zo bezig met politiek.’

In de kleedkamer van de Arctic Monkeys, voorafgaand aan het optreden in de Amsterdamse HMH van afgelopen donderdag, heerst een weldadige rust. Drummer Matt Helders heeft net zijn dagelijkse bokstraining voltooid; de gespierde securityman dient als sparringpartner. Alex Turner keert terug uit de binnenstad met een platentas. Wat hij zocht heeft hij niet gevonden: een elpee van sixties-folkheld Roger Whittaker. In de platenwinkel hoorde hij enthousiaste verhalen over de Nederlandse groep Tee Set, daar gaat hij naar op zoek.

Het was een druk jaar voor The Arctic Monkeys, met het tweede album Favourite Worst Nightmare dat opnieuw hoog scoort in de diverse eindejaarslijsten. De hectische tournees hebben Turner er niet van weerhouden om tussen de bedrijven door naar Frankrijk te vertrekken om nieuw materiaal op te nemen. Geen soloplaat, zegt hij nadrukkelijk, maar een gelegenheidsproject met Miles Kane van bevriende groep The Rascals en James Ford van Simian Mobile Disco, die als producer al een tijdje bij de Monkeys betrokken is. Het wordt behoorlijk volle, orkestrale muziek met echte violen, belooft Turner.

Wat is de beste nieuwe muziek die ze dit jaar gehoord hebben? The Arctic Monkeys houden het dicht bij huis. The Rascals is de groep met de grootste belofte, denkt Alex. En Attack Decay Sustain Release van Simian Mobile Disco is het beste album, vindt Matt die op avonden dat hij niet drumt graag mag deejayen. Van de Sheffield-scene hebben ze recentelijk weinig gemerkt omdat ze zo veel van huis waren. Alex beaamt dat hij politiek engagement in popmuziek liever aan zijn vriend Jon McClure overlaat. „Hij heeft dat talent, hij kan mensen aan zich binden. Ik hou het in mijn teksten dichter bij mezelf.”

Jon McClure maakt er een gewoonte van om aan het eind van een Reverend-optreden met een gitaar van het podium te stappen en een deel van het publiek mee te lokken naar buiten. „Daar laat ik ze dan nieuw materiaal horen, dat in onze reguliere set nog niet past omdat het afwijkend en onbekend klinkt.” Op London Cal-ling volgden 150 man hem naar buiten en in het Groningse Vera voerde hij zijn rattenvangersact vorige week opnieuw op. „Vanavond niet,” zegt McClure, „want dat zou de aandacht te veel afleiden van de hoofdact.”

Hoewel het publiek in de HMH helemaal los gaat op I bet you look good on the dancefloor en andere uptempo-nummers, moet gezegd dat The Arctic Monkeys in dit soort grote zalen niet de meest opwindende live-act is. Ze spelen hun nummers, met nieuwe bassist Nick O’ Malley als meest enthousiaste podiumverschijning. Maar een gangmaker à la Jon McClure hebben ze niet. Daarom is de combinatie met Reverend and the Makers een gelukkige. Het publiek heeft een bont gezelschap met knerpende synthesizers, opgewonden dameszang van toetseniste Laura Manuel en de flamboyante volksmennerij van The Reverend al voorbij zien trekken.

„Ik vind het concept van een rockband met een vaste bezetting niet zo aantrekkelijk,” zegt McClure. „Ik heb in de afgelopen jaren met wisselende bands en muzikanten gewerkt en dat houdt het spannend. De nieuwe tendens is dat een band uit elkaar valt op het moment dat ze door hun platenlabel gedropt worden. Je maakt muziek omdat je iets te zeggen hebt, niet omdat je bezig bent een voorschot op te maken. Voor je het weet kom je de toerbus nooit meer uit.”