Meester, waarom bent u nu zo zenuwachtig?

Op beoordeelmijnleraar.nl kunnen leerlingen aangeven wat zij vinden van hun leraren.

Die transparantie kan ertoe leiden dat leraren minder durven te improviseren.

Lesgeven lijkt op toneelspelen. Een goede docent geeft een voorstelling. Hij inspireert zijn leerlingen. Hij zet ze aan het denken. Hij leest verhalen en gedichten die kunnen leiden tot lachen, huilen of huiveren. Hij laat zijn leerlingen geloven dat ze ideeën en oplossingen die hij ze min of meer in de mond heeft gelegd, zelf hebben bedacht, zodat ze vertrouwen krijgen in hun eigen capaciteiten.

Lesgeven is ook anders dan toneelspelen. Doceren is altijd improviseren. Doceren betekent ook altijd fouten maken. De ene klas is de andere niet. Sommige verhalen slaan bij de ene klas wel aan en bij de andere niet. Sommige onderwerpen liggen gevoeliger dan de leraar vooraf had gedacht. Sommige leerlingen reageren anders op straffen, aanmoedigingen en complimenten dan de leraar verwachtte. Persoonlijke ontboezemingen van de docent – ik ben homoseksueel, ik werd vroeger op school gepest, – kunnen soms goed werken om negatief groepsgedrag aan de orde te stellen, maar ze werken niet altijd en het valt niet altijd in te schatten wanneer wel en wanneer niet. Meepraten en meedoen met tieners in hun eigen taal en appelleren aan hun belevingswereld valt de ene keer goed en de andere keer helemaal verkeerd.

Gelukkig staan docenten niet op de bühne in het licht van de schijnwerpers. Gelukkig wordt niet iedere les besproken door een kritische recensent, die mislukte tournures en improvisaties genadeloos afkraakt. Een klaslokaal is een besloten ruimte waar de docent met zijn leerlingen alleen is, waar hij durft te improviseren omdat hij geen pottenkijkers hoeft te vrezen.

Maar hoelang nog? Sinds enige tijd kunnen middelbare scholieren in Nederland anoniem aangeven wat zij vinden van hun leraren. Ze doen dat niet aan het eind van een cursusjaar op een evaluatieformulier dat kan dienen als input voor een functioneringsgesprek, nee, ze kunnen dat doen op elk moment, op een openbare site.

De bedenkers van ‘beoordeelmijnleraar.nl’ hebben het idee overgenomen van het Amerikaanse ‘ratemyteacher.com’ dat al sinds 2001 bestaat, en ‘spickmich.de’ een vergelijkbare site in Duitsland. Moeten we hier blij mee zijn? De Nederlandse beheerders wijzen op de grote voordelen van ‘beoordeelmijnleraar.nl’. De site biedt leerlingen en hun ouders informatie die zij kunnen gebruiken bij de keuze van een school. De site biedt hun de mogelijkheid vrijuit te zeggen wat zij denken, en compenseert daarmee de machtsongelijkheid tussen leraar en leerling. De site houdt leerkrachten een spiegel voor en toont hun hoe zij hun didactisch handelen kunnen verbeteren. En ten slotte past de site in deze tijd: we hebben recht op informatie en moeten weten waar we aan toe zijn.

Ter geruststelling merken de sitebeheerders nog op dat leerlingen heel goed in staat zijn hun leerkrachten objectief te beoordelen; zij gebruiken de beoordelingssite echt niet alleen om zich af te reageren na een onvoldoende, een preek of een straf.

Inderdaad staan er op beoordeelmijnleraar.nl tal van positieve berichten. Menig leerkracht kan zich koesteren in de verzekering dat hij vet cool is, super aardig, tof of gewoon een chille vent. 70 procent van de beoordelingen op de Amerikaanse site is positief, aldus de ontwerpers van de Nederlandse site. Hoe dat precies berekend is, werd mij niet duidelijk; ik kon nergens beoordelen of ‘gave leerkracht; ik haalde aldoor hoge cijfers en hoefde nauwelijks iets te doen’ zou tellen als positief of negatief. Ik vroeg mij ook af of het mogelijk is dat docenten zelf vanaf allerlei verschillende computers complimenten gaan posten, met verwijten naar andere inzenders (‘Jij bent helemaal gek, meneer de Graaf kan juist supergoed uitleggen, volgens mij maak jij gewoon je huiswerk niet, ja.’)

Maar het belangrijkste probleem met websites als deze is dat ze het klaslokaal van karakter doen veranderen. Beoordeelmijnleraar.nl maakt het klaslokaal transparant. De permanente potentiële openbaarheid kan voor sommige docenten misschien heilzaam werken (‘Laat ik mijn proefwerken snel en goed nakijken, anders moet ik daar later weer van alles over lezen’).

Diezelfde potentiële openbaarheid is voor andere leerkrachten een rem op hun spontaniteit en kan ervoor zorgen dat zij minder durven te improviseren. En voor studenten die het leraarsbestaan overwegen, betekent de site een reëel gevaar: genadeloos afgebrand worden in je eerste jaar als docent en vervolgens voor eeuwig achtervolgd worden door de ‘postings’ op de site. Dat vooruitzicht zou menigeen kunnen afschrikken en dat lijkt me een risico waar we, met een fors lerarentekort in het vooruitzicht, niet op zitten te wachten.

Margo Trappenburg is columnist van NRC Handelsblad, en universitair hoofddocent bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen.