Maak die film nou niet

De zorg over de film van Wilders komt bij velen voort uit de wens niet nóg eens het doelwit te worden van terreur.

De jihadisten zijn hier dus zeer effectief geweest.

Driekwart van de Nederlandse bevolking vreest dat de nog te maken film van Wilders over de Koran de verhoudingen tussen moslims en niet-moslims zal verslechteren. Daar konden ze weleens gelijk in hebben. Maar de vraag is of de meesten van deze Nederlanders ook de beweging ‘Stop de verWildering’ zouden steunen.

Ik doe het in ieder geval niet, want deze tegenbeweging wordt gelanceerd vanuit de beweging ‘Nederland Bekent Kleur’. Ooit zat ik zelf in het bestuur van deze antiracistische organisatie, maar daar kwam een eind aan toen ik kritiek had op het antisemitisme van een aantal Marokkanen die destijds in ‘Nederland Bekent Kleur’ actief waren. Daarna werd ik door woordvoerder René Danen niet meer uitgenodigd voor de bestuursvergaderingen. Die tegenbeweging wordt dus een poging om de duivel met Beëlzebub uit te drijven, om in termen te spreken die Wilders graag hoort.

Maar er is nog iets ernstigers aan de hand. De angst voor de film wordt niet in de eerste plaats ingegeven door de wens onze moslimmedelanders welwillend tegemoet te treden. De meeste Nederlanders zijn helemaal niet van plan uit welgemeende gastvrijheid en tolerantie ruimte te maken voor de islam. Velen delen Wilders’ opvattingen over de islam, ook diegenen die niet van plan zijn op hem te stemmen. Nee, de zorg komt bij velen voort uit de wens om niet nóg eens het doelwit te worden van terreur van moslimextremisten, die immers al eens eerder na de vertoning van een film over de Koran hebben toegeslagen.

De film die Wilders gaat maken is in de ogen van het grote publiek nu al Submission II en wij weten allemaal hoe het met Submission I afgelopen is. Na de moord op Theo van Gogh is zijn film nooit meer vertoond. Niet uit gevoelens van tolerantie en beschaving zoals Doekle Terpstra die wil verspreiden, maar uit angst voor nieuwe aanslagen. Zo is een politieke correctheid vervangen door een politiek van de angst, maar met hetzelfde resultaat: er is een algemeen gedeelde wens om de toon van het debat te matigen en vooral om geen dingen meer te zeggen die moslims zouden kunnen kwetsen.

De jihadisten zijn in Nederland politiek gezien dus buitengewoon effectief geweest. Ons land is angstig en verdeeld geraakt. Hirsi Ali, ooit onze voorvechter van het vrije woord, is door haar buren haar huis uitgezet (uit puur economische motieven, waarvoor de rechter gevoelig bleek) en vervolgens door toenmalig partijgenote Verdonk het land uit gejaagd. Voor haar veiligheid staat niemand meer in: de VS niet omdat ze daar vinden dat ze zelf een geweer moet kopen, ons parlement niet omdat ze in de VS verblijft. Alleen Femke Halsema stak nog een helpende hand toe, maar die vertegenwoordigt nog geen 5 procent van de kiezers. De meeste Nederlanders slaakten, net als Wiegel, een zucht van verlichting. Hupsakee, weg ermee. De radicale moslims en hun sympathisanten juichten: dat zal haar leren, die brutale, afvallige negerin.

Dit alles brengt Wilders in een onaangename positie. Als erfopvolger van Hirsi Ali staat hem hetzelfde lot te wachten. Zijn kiezers, die hem nu nog steunen, zullen hem als een baksteen laten vallen als het te gevaarlijk lijkt te worden. Ironisch genoeg om dezelfde motieven als waarmee ze hem in het zadel geholpen werd: angst voor de islam. De kiezers kunnen Wilders ook gemakkelijk laten vallen, omdat er voor Wilders een ‘redelijk alternatief’ is: Rita Verdonk.

Voor het democratisch debat is dit natuurlijk rampzalig. Weliswaar besluiten de kiezers nog altijd zelf, maar zij doen dat steeds vaker onder onbestemde dreiging van jihadistische terreur. Zo wordt de autonomie van de kiezer ondergraven. Hij kan over de islam niet meer zeggen wat hij denkt. Waar deze door terroristen afgedwongen tolerantie toe leidt, is onvoorspelbaar. Het enige geruststellende is dat wij in Nederland nooit tolerant geweest zijn uit overtuiging, maar altijd uit noodzaak of winstbejag. Dat onderdeel van de Nederlandse identiteit zouden we nog weleens hard nodig kunnen hebben.

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de UvA.

Meer over de beweging van HBO-raadvoorzitter Doekle Terpstra op de websitenederlandbekentkleur.nl