‘Je hebt rekening met hem te houden’

Nederlandse componisten zijn ambivalent over de op 5 december overleden Duitse componist Karlheinz Stockhausen, geboren op 22 augustus 1928 in Mödrath bij Keulen. Donderdag wordt hij in Kürten begraven.

Michel van der Aa (1970) gebruikt net als Stockhausen vaak elektronica en akoestische instrumenten tegelijk.

„Ik ben vooral gesteld op zijn vroegste werken. Hoe hij elektronica heeft gebruikt in combinatie met akoestische muziek was echt vernieuwend. Werken als Gruppen en Kontakte vind ik fantastisch. Latere stukken, zoals de operacyclus Licht, bekoren mij minder, ze refereren niet meer aan deze wereld en deze tijd. Het is moeilijk te zeggen wat zijn precieze ‘invloed’ op mijn componeren zou zijn, maar die is er ongetwijfeld. Ik denk dat hij in het muzikale residu van elke hedendaagse componist zit. Of je je nu tegen hem afzet of niet: je hebt er altijd rekening mee te houden.”

Reinbert de Leeuw (1938), geen componist meer, werkte als dirigent met vrijwel alle grote componisten van de vorige eeuw, inclusief Stockhausen.

„Zijn overlijden was een grote schok. Hij was zo energiek en leek zoveel jonger dan hij in werkelijkheid was. Ik ben niet de aangewezen persoon om wat over hem te zeggen, want ik heb me nooit echt met hem kunnen engageren. Dat hij een visionair was en dat het verbluffend is dat hij zó jong een werk als Gruppen componeerde, daarover is geen discussie mogelijk. Maar ik heb ook stukken gehoord waarvan ik echt niet meer begreep waar het over ging. En als je zijn werk wilde uitvoeren, kon je meteen je hele persoonlijkheid inleveren. Zijn heilige geloof in het serialisme heb ik nooit gedeeld. De tijd heeft uitgewezen dat het een beperkte houdbaarheid had, ondanks het onmiskenbare belang ervan in de jaren vijftig.”

Eric Verbugt (1966) schreef onlangs voor de ZaterdagMatinee het Stockhauseniaanse ‘…, ci tace’. Hij volgde in 2002 de jaarlijkse Stockhausenkurse, bij de componist in Kürten.

„Elk stuk van Stockhausen bevatte iets dat er daarvoor nog niet was. Op veel ideeën die hij aanstipte, hebben anderen vervolgens een heel oeuvre gebouwd: klankvelden, improvisaties, spectralisme, intuïtieve muziek. Hij had een sterk gevoel voor wat er leefde in het muzikale universum. In Kürten analyseerden we twee uur per dag Der Kinderfänger, na afloop ken je het zó ontzettend goed dat je de rijkdom ervan herkent. Stockhausen zag zichzelf als een radio die golven uit het universum oppikt en vertaalt naar notenschrift. Ik ben daar zelf te nuchter voor, maar componeren heeft wel iets magisch: je weet wat je hebt gedaan, maar waarom het dan werkt zoals het werkt: dat lijkt soms ergens anders vandaan te komen. Ik kan me voorstellen dat Stockhausen sterke religieuze gevoelens had.”

Joey Roukens (1982) verruilde een modernistische componeertrant voor een toegankelijker idioom à la John Adams.

„Stockhausen is van grote historische waarde geweest. Maar hij staat voor een esthetiek die voor mij persoonlijk passé is. Mede door hem zit de moderne muziek nog altijd opgescheept met een standaard ‘moderne muziek’-klank: volledig chromatisch, met vermijding van referenties aan verleden, diatoniek en tonaliteit. Dat was in de jaren ’50 en ’60 wel noodzakelijk, maar is daarna teveel geconsolideerd. Veel componisten houden zich nog aan de ongeschreven wetten van Stockhausen. Deze tijd vraagt om een duidelijker puls en om diatoniek.”

Klaas de Vries (1944) citeerde – onder meer – Stockhausen in zijn compositie Eclips (1992).

„Stockhausen was voor mij een enorme inspiratiebron. Ik vond in elke periode wel een stuk waarvan ik het idee geniaal vond, maar de uitwerking op één of andere manier onbevredigend. In gelaagde composities als Trans vind ik hem altijd het best. Na een teleurstellend deel uit Donnerstag heb ik samen met vriend en collega Peter-Jan Wagemans uit volle overtuiging boe geroepen. Maar Mantra, dat zich als een waaier ontvouwt: dat heb ik zelf ook altijd geprobeerd te doen. Onvergetelijk was Inori door het Rotterdams Philharmonisch. Iemand uit het publiek zei: „Ik mis in uw muziek de melodie altijd zo.” Hij zei: „Dit stuk ís melodie” en begon te zingen: de basisformule, waarvan sommige tonen in de compositie twintig minuten worden opgerekt. Klasse, voor iemand die in zijn leven zoveel ingewikkelde structuurschema’s heeft gemaakt.”

Beluister een interview met Stockhausen en hoor zijn muziek via nrc.nl/kunst