Het geluid van de soldeerman

Met hun karren en manden dragen ook zij bij aan de chaos van Jakarta. Maar in de straat zijn de venters een baken. Bij het tuinhek een gesprek met Sadikin.

De 56-jarige Sadikin gaat de huizen langs om o.a. pannen, waskuipen en fornuizen te repareren. Foto’s Ahmad deNy Salman INDONESIA - Jakarta, Wednesday 12 September 2007. A soldersmith Mr. Sadikin (56 years old) poses for a portraiture at door gate in Cipete area, South Jakarta. He has been in his job since 1970. He earns IDR 30,000 - 50,000 (about EURO 2.5 - 4) per day. His family - a wife and eight children - live in his hometown Tasikmalaya, West Java. Photo by Ahmad 'deNy' Salman/JiwaFoto Agency Salman, Ahmad 'deNy'

Sadikin beschikt over een handigheid die jaloers maakt. Een verbindingsstukje, een afdichtplaatje, een strakke naad – met een paar bewegingen, een tang en een hamer produceert hij de dingen in een paar minuten. Sadikin is tukang solder – het Nederlandse solderen zit er nog in. Sadikin gaat de huizen langs om pannen te repareren, waskuipen, een fornuis, een uitlaat van een auto of een brommer. Alles wat om soldeersel vraagt. Hij draagt een kleine blaasbalg om houtskooltjes te laten opgloeien en de soldeerbout te verhitten. Nee, een kar is niet nodig, dit kan gemakkelijk aan een juk. En dan heeft hij een hand vrij om het karakteristieke geluid van de soldeerman – een waaier van rammelende ijzeren plaatjes – te produceren.

Sadikin is 56 en al 37 jaren is hij tukang solder. Het beroep ging van vader op zoon.

Hier in Jakarta woont Sadikin alleen, zijn vrouw en acht kinderen wonen in een dorpje een uur of vijf hiervandaan, in Sukapancar. Nou ja, alleen – dat is eigenlijk niet het woord want in de nauwe steegjes van zijn kampong woont iedereen bovenop elkaar, kinderen, families, alleenstaanden, kippen.

Wat doet een man die 37 jaar alleen woont, met een gezin ver weg?

Ach, iedereen ziet alles, weet alles van elkaar, maar ieder mens heeft zo zijn verlangens, niet alleen Sadikin maar ook het rijstvrouwtje, het groentevrouwtje. En alleen is maar alleen.

Sadikin repareert een pan. Hij is grof in de mond: „Lekkende pannen, lekkende vrouwen” (een uitdrukking voor een vrouw die ongesteld is). En onderwijl krabt hij het email weg en buigt een plaatje in de vorm.

Hij werkt elke dag, haalt dan zo’n 3 euro op, dus te weinig om zich vaak een vrije dag te kunnen veroorloven. Een keer per twee maanden neemt hij de bus naar huis. Hij heeft daar een klein rijstveldje, twee van zijn kinderen hebben ervan te eten maar voor zijn oude dag biedt het weinig soelaas. Dat komt omdat Sadikin een paar jaar geleden ineens tyfus had opgelopen en in het ziekenhuis terecht kwam. Drie weken lag hij daar en toen moest hij de helft van dat rijstveldje verkopen om zijn rekening te kunnen betalen. Ziek zou Sadikin eigenlijk niet meer moeten worden.

Op het ogenblik kampt hij met een onwillige knie, maar hij heeft geluk. Want de dokter heeft hem gratis bekeken – daar heeft hij jarenlang de soldeerklusjes gedaan. Sadikin haalt een verfrommeld papiertje uit zijn broekzak: een recept. „Ja, dat moet ik natuurlijk wél betalen, dus dat komt later wel weer.”

Sadikin weet dat zijn ambacht niet de toekomst heeft: „Mensen hebben vaak andere pannen. Ik heb veel minder collega’s dan vroeger.” Daar staat tegenover dat hij tegenwoordig ook wel eens een reparatieklusje aan de carrosserie van een auto kan doen. Plannen heeft Sadikin niet. Hij blijft dit doen, zolang het kan. Als zijn gezondheid het zou laten afweten, moet hij terug. Misschien dat zijn jongste kinderen – een tweeling van 14 – dan wat verdienen. Bij de andere zes is dat niet echt gelukt.

„Maar de tweeling zit nog op school, dus wie weet.”