Gouden koers Veldhuis

Marleen Veldhuis zwom in Eindhoven twee keer bijna een wereldrecord.

Zij draagt de vlag voor een generatie sprintsters die het op de vrije slag willen maken.

Marleen Veldhuis, gisteren bij de Dutch Open Swim Cup in Eindhoven. Foto Vincent van den Hoogen Eindhoven, 09-12-2007; NZE - Dutch Open Swim Cup. Marleen Veldhuis. Foto Vincent van den Hoogen. Hoogen, Vincent van den

Een week geleden lag Marleen Veldhuis nog twee dagen met koorts op bed, geveld door een griepje. Maar er is meer voor nodig om een van de snelste zwemsters ter wereld eronder te krijgen. Haar coach, Jacco Verhaeren, had voor het weekeinde al gezegd dat Veldhuis goed genoeg is voor een wereldrecord tijdens Swim Cup in Eindhoven.

Verhaeren zat er niet ver naast. Zaterdag legde de sprintster de 50 meter vrije slag (langebaan) af in een persoonlijk record (24,30 seconden) – een fractie boven het wereldrecord (24,13) dat Inge de Bruijn in 2000 zwom tijdens de Olympische Spelen van Sydney. Gistermiddag benaderde Veldhuis met een nationaal record van 53,58 ook het wereldrecord (53,30) op de 100 vrij, van de Duitse Britta Steffen. „Ik kom steeds dichterbij. Ik voel me gewoon echt goed. Dat is mooi”, zei Veldhuis in al haar Twentse bescheidenheid. „Het kost helemaal geen moeite. Het gaat allemaal vanzelf.”

Pas over negen maanden wordt het olympisch vuur in Peking ontstoken, maar Veldhuis (28) groeit gestaag naar de vorm van haar leven. Vorige maand verraste ze bij kortebaanwedstrijden (25 meter) in Berlijn al met een wereldrecord (50 vrij) en een Europees record (100 vrij). In Eindhoven, waar ze zich pootjebadend plaatste voor ‘Peking’, kwam ze opnieuw dichtbij, zoals gehoopt. Want één ding staat vast voor haar: „Voor een olympische titel moet je in Peking een wereldrecord zwemmen.”

Veldhuis heeft veel te danken aan haar overstap van Amsterdam naar Eindhoven, vorig jaar. Onder Verhaeren maakte ze in minder dan geen tijd de laatste stap naar de wereldtop. „Ik dacht soms: nu ben ik op mijn allerbest. Maar een jaar later zwem je toch weer harder”, zegt Veldhuis – nog hoorbaar verkouden.

Verhaeren stopte veel tijd in de verbetering van haar armtechniek, maar volgens hem is zijn pupil op veel meer fronten vooruitgegaan. „Marleen is een veel completere zwemster geworden. Ze zwemt nu ook een heel goede 200 meter. Haar tegenstanders hadden vaak minder snelheid, maar meer inhoud dan Marleen. Daar heeft ze zich enorm verbeterd. Waar ze in het verleden vaak races nipt verloor, wint ze nu nipt.” Dat heeft mede te maken met een minder onstuimige start, die zich in het verleden nogal eens tegen haar keerde.

„Wat ze hier laat zien is fenomenaal”, zegt Verhaeren. „Haar dromen worden langzamerhand werkelijkheid.” Hij denkt dat Veldhuis in Peking een greep kan doen naar het goud op haar favoriete nummers.

Veldhuis zegt zelf dat ze haar hoge niveau mede te danken heeft aan de felle concurrentiestrijd die in de Nederlands zwembaden is ontbrand op de korte vrijeslagnummers (50, 100 en 200 meter). Naast Inge Dekker, die in Eindhoven de griep van Veldhuis had overgenomen, klampen Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo en Chantal Groot aan, terwijl Hinkelien Schreuder bezig is aan een opmerkelijke comeback. Voor de EK langebaan, komend voorjaar in Eindhoven, haalden liefst negen zwemsters de limiet op de 100 vrij.

Veldhuis is er alleen maar blij mee. „We zijn een echt vrijeslagland. Dit is heel goed voor het niveau in Nederland. Het wordt vechten om de estafetteplaatsen. Daar worden we allemaal beter van.”

De concurrentieslag heeft nog een voordeel, zoals na afloop van het officiële programma in Eindhoven bleek. Nadat het 50-meterbad was gehalveerd zwommen Veldhuis en haar teamgenoten een fraai wereldrecord op de 4x100 vrij (kortebaan). Daarmee zijn de estafettevrouwen straks ook in het olympische 50-meterbad serieus kandidaat voor goud op dat nummer.

Veldhuis zelf hoeft voor niemand meer bang te zijn. Haar wereldrecord in Berlijn leverde haar een Duitse auto op én een dosis zelfvertrouwen. Extra druk voelt ze niet. „Ik was de eerste week euforisch, maar ik ga vrij snel over tot de orde van de dag.” En het kan nog sneller als ze haar nieuwe start helemaal onder de knie heeft: bij die ‘trekstart’ staan beide voeten achter elkaar op het startblok.

Zolang Veldhuis haar opmars voortzet, zal de aandacht voor de prestaties van de Nederlandse zwemmers alleen maar toenemen. En dat kan geen kwaad, vindt men in Eindhoven. Met name ploeggenoot Pieter van den Hoogenband reageerde vorige maand verontwaardigd op een – in zijn ogen – gebrek aan media-aandacht na Veldhuis’ records in Berlijn.

„Het zwemmen verdient meer aandacht voor prestaties als deze”, beaamt Veldhuis. „Hoe de sport bekeken wordt hangt in grote mate af van de media-aandacht die je krijgt. Dan is het belangrijk dat goede prestaties goed voor het voetlicht worden gebracht. Ik krijg genoeg waardering, maar het is belangrijk voor het zwemmen in Nederland.”