Geeft (vooral aan ons)!

doing_the_most_good.jpgNa de tsunami delen van Zuidoost-Azië verwoestte kreeg ik er voor het eerst mee te maken. Ik was voor de krant in Thailand en schreef daar over de gevolgen van de ramp, over de identificatie van toeristen die waren omgekomen, over de hulpverlening.

In mijn naïviteit dacht ik altijd dat er genoeg zooi in de wereld was en er te weinig organisaties waren om dat allemaal op te lossen. Maar toen ik een dorp bezocht dat door het water weggevaagd was (met een visserboot ondersteboven in de bomen), werd ik vergezeld door hulpverleners uit het noorden van Thailand. Daar hadden ze nergens last van gehad.

Waarom dan toch hier? Om te helpen? Neuh, niet echt. Meer om geldschieters te spreken. Om duidelijk te maken dat de tsunami misschien wel veel schade aangericht had, maar dat hun specifieke project ook geld nodig had. Bij ons is het ook erg. Concurrentie, dus. Iedere ramp of misstand probeert zoveel mogelijk geld binnen te krijgen.

Daar moest ik aan denken toen ik, bijna drie jaar later, over een andere toeristentrekker liep. Op de stoepen van Fifth Avenue is het deze dagen filelopen. Winkelen met de Kerst in New York. Iedereen is er al. En dat geldt ook voor hulporganisaties die om geld vragen. Daklozen, kinderen in nood, het Leger des Heils. Ook tussen deze organisaties is er keiharde concurrentie. Dat zie je het duidelijkst bij die laatste club. Hun reclameleus dit jaar: ‘Doing the most good’.