En het goud van Sydney gaat naar...

Het inleveren van vijf olympische medailles was een eenvoudige handeling. Marion Jones kon de ‘plakken’ die ze in 2000 won bij de Olympische Spelen in Sydney simpelweg aan een vertegenwoordiger van het Amerikaanse olympisch comité overhandigen. Maar de oud-atlete, die haar dopegebruik opbiechtte, zadelde het Internationaal Olympisch Comité (IOC) met een probleem op. Wie krijgt de medailles nu?

De executive board neemt daarover deze week een besluit. Op het oog een hamerstuk: gewoon de nummers twee (in geval van de drie gouden medailles) en de nummers vier (in geval van de twee bronzen medailles) een plaats laten opschuiven.

Maar zo eenvoudig liggen de zaken niet, omdat de discussie over doping tegenwoordig moreel belast is. Niet alleen een overtreding van de reglementen wordt bestraft, een verdenking kan sporters al in problemen brengen.

Het IOC wil voorkomen dat de medailles van Jones terechtkomen bij atletes op wie de verdenking van dopegebruik rust. En daar is in zeker één geval sprake van. De Griekse Ekaterini Thanou zou het goud op de 100 meter toekomen, omdat zij in Sydney tweede werd. Maar uitgerekend Thanou was het middelpunt van een dopingrel tijdens de Spelen van 2004 in Athene. Zij was met haar landgenoot Konstantinos Kenteris betrokken bij een geënsceneerd motorongeluk na een vlucht voor een ‘vliegende’ dopingcontrole. Thanou werd twee jaar geschorst.

Uit alles blijkt dat het IOC Thanou niet de gouden medaille wil uitreiken. Voorzitter Jacques Rogge heeft al verklaard elke medaille afzonderlijk te willen beoordelen, omdat het IOC de zuiverheid van sport wil promoten.

De twijfel bij het IOC is begrijpelijk, maar het recht behoort boven beeldvorming te gaan. Thanou is in Sydney niet betrapt op doping, heeft eigener beweging geen onthulling gedaan en haar straf van ‘Athene’ uitgezeten. De titel ‘vacant’ verklaren, zoals wordt voorspeld, zou de zuiverheid van sport juist aantasten.

Henk Stouwdam