Een derby zonder bloed en venijn

Heerenveen en Groningen maakten gisteren in één helft zes doelpunten.

De noordelijke rivalen gingen elkaar op zeer vriendelijke wijze te lijf.

Voorafgaand aan een derby wrijven de supporters zich in de handen en trekken ze massaal naar het stadion, de aanhangers van de tegenstander in woord en gebaar met vijandigheden bestokend. De lokale media diepen heroïsche verhalen op uit het verleden, oude mannen denken aan vroeger, spelers en trainers beloven spektakel, doelpunten en bloed aan de paal. Zo is het overal in de wereld met derby’s, dus waarom zou het niet zo zijn als de kampioen van Friesland en de kampioen van Groningen elkaar gaan bestrijden?

Wanneer SC Heerenveen FC Groningen in zijn eigen Abe Lenstra Stadion opwacht, zijn de verwachtingen altijd hooggespannen. Vraag niet naar de reden, het zal iets met rivaliteit tussen Heerenveen en Groningen te maken hebben. Zo ook deze keer, op een sombere, natte zondagmiddag. Niet dat het op het veld wemelde van Friezen en Groningers. Want tegenwoordig verdedigen vooral buitenlanders de eer van de noordelijke provincies. Misschien dat daarom weinig van hartgrondige rivaliteit te merken was.

Doelpunten vielen er genoeg, want het werd 4-2 voor Heerenveen. Het had ook 4-4 kunnen worden of 6-4. Na twee minuten stond het al 1-0, na zes minuten 2-0, na negen minuten 2-1, na 15 minuten 2-2, na 21 minuten 3-2 en na 41 minuten 4-2. Enthousiasme was er ook, want er werd hard gewerkt op het veld en hard gezongen op de tribunes. Het voetbal was verzorgd, met goede ingestudeerde combinaties. De trainers maakten zich op aanstekelijke wijze druk, en sfeer was er zeker. Kortom, wie meer wilde moest zich maar melden in het Thialf-stadion, een paar kilometer verder, waar hard werd geschaatst.

Voor een voetbalderby is meer nodig. Ga naar Glasgow om Celtic tegen Rangers te zien, ga naar Rio om in de roemruchte klassieker ‘Flu-Fla’ (Fluminense tegen Flamengo) te zien. Zelfs in Spakenburg is er meer strijd wanneer Spakenburg en IJsselmeervogels elkaar treffen, dan tijdens de Derby van het Noorden tussen SC Heerenveen en FC Groningen anno 2007. Waar was het mes tussen de tanden, waar was het bloed aan de paal, waar waren de vliegende tackles en de doodschoppen die elke Ranger-verdediger in zijn gedachten heeft wanneer hij een Celtic-spits ziet aankomen?

Na afloop zaten Gertjan Verbeek en Ron Jans, de trainers van respectievelijk Heerenveen en Groningen broederlijk naast elkaar op de persconferentie. Ze keken elkaar aan als collegiale vrienden, ze loofden elkaar en elkaars spelers en wisten zoals het een voetbaltrainer betaamt niet hoe gauw ze hun plichtmatige analyse moesten afronden. Toen een van de persmensen aankaartte dat de spelers deze middag toch wel erg lief voor elkaar waren geweest, keken Jans en Verbeek elkaar aan alsof ze voor eeuwig een verbond met elkaar hadden gesloten. Verbeek wilde wel zeggen dat naïef een betere kwalificatie was dan lief, maar had het toen wel gehad. Voetbaltrainers doen er beter het zwijgen toe. De toeschouwer ziet het zelf wel.

Jans was duidelijk uit zijn humeur. Verliezen doet hem zeker pijn, dat moge duidelijk zijn. Zeker als ook nog bleek dat zijn opdrachten niet goed waren uitgevoerd en dat scheidsrechter Braamhaar naar zijn mening niet neutraal was. Dat zei hij niet. Hij zei alleen dat hij niet in de stemming was om kritische vaststellingen te riposteren. Heel goed, deden zijn spelers dat ook maar: boos en humeurig zijn.

Het moet de toeschouwer en ook Jans niet zijn ontgaan dat de 33-jarige Heerenveen-spits Gerald Sibon een heerlijke middag had. Bal op de borst smoren, tikje naar links of naar rechts, zonder te hoeven opspringen met zijn hoofd de bal doorkoppen. Lang en sluw is hij zeker, maar dat mag een verdediger – zeker in een derby – toch niet toestaan. Alsof intimidatie of een overtreding die angst inboezemt, niet mag. Waar is het venijn om zo’n spits aan te pakken? Italiaanse, Duitse, Engelse, Spaanse en Zuid-Amerikaanse verdedigers lachen om een dergelijke manier van verdedigen. Het begint Hollands te worden: alles voetballend oplossen. Maar dat is niet voetbal zoals het bedoeld is.

Pas in de tweede helft kreeg Sibon een man in zijn nek, en werd er door andere Groningse verdedigers zoals de speelse Sankoh fors ingegrepen. Maar ook aan de andere kant was, zoals Verbeek het verwoordde, af en toe van naïviteit sprake. Mede daarom haalde de trainer gedurfd centrale verdediger en aanvoerder Michael Dingsdag naar de kant. Te weinig leiding, te weinig persoonlijkheid. Tekenend was de opmerking van Verbeek na afloop dat zijn spelers voortdurend naar de kant kwamen om te vragen wat ze moesten doen.

Al met al was het spraakmakende derby, met de pas twintigjarige Amerikaan Michael Bradley als opmerkelijkste speler met drie doelpunten. De verdedigers van zowel de Friese als de Groningse kampioen mochten dan wel niet beseffen waarom het werkelijk ging, aanvallers als de Serviër Sulejmani en de Kroaat Pranjic van Heerenveen begrepen het zeker. Maar ja, dat zijn ook volbloedstrijders. Al mag de Fries Geert Arend Roorda niet worden overgeslagen. Negentien jaar pas, uit Heerenveen. Hij wekte de indruk te willen vechten voor zijn club, misschien wel voor Friesland.