Economie van China is niet klein te krijgen

De economische bloei van China sinds 1978 is de opmerkelijkste uit de wereldgeschiedenis. Een inzinking, ook een ernstige, maakt niet zoveel uit.

De Amerikaanse minister van Financiën, Hank Paulson, heeft een beroep gedaan op China om zijn economische groei gaande te houden en tegelijkertijd, door het stimuleren van de binnenlandse vraag, minder afhankelijk te worden van de export. Hij zal deze week een delegatie naar Peking leiden voor de halfjaarlijkse Strategisch-Economische Dialoog tussen China en de Verenigde Staten.

Als het monetaire beleid werkelijk krap wordt, zal China in een recessie belanden, waarbij het probleem van de oninbare vorderingen van zijn banken de inzinking zal verscherpen. Maar China’s groei is zo sterk geweest, dat zelfs het grootste verval op de langere termijn geen fundamenteel verschil maakt.

Afgezien van de grote oorlogen was de Grote Depressie de diepste recessie die de wereld ooit heeft meegemaakt. Tussen 1929 en 1933 kelderde het bbp van de Verenigde Staten 27 procent. Zelfs een dergelijke, bijna ondenkbare inzinking zou niet meer dan drie jaar van China’s recente verbazingwekkende groei terugdraaien.

De redenen voor een Chinese inzinking liggen voor de hand. De oninbare vorderingen van de Chinese banken bedragen vrijwel zeker meer dan 1.000 miljard dollar (681,3 miljard euro). En ze konden wel eens in rap tempo toenemen, omdat de Chinese bouwsector – een beruchte bron van toekomstige problemen op dit gebied – dit jaar en volgend jaar met meer dan 25 procent groeit.

Er is echter ook al een begin gemaakt met een oplossing voor het probleem van de oninbare vorderingen, in de vorm van het met 200 miljard dollar uitgeruste staatsbeleggingsfonds China Investment. Tweederde van dat fonds is bestemd voor het ondersteunen van het binnenlandse banksysteem. Met een reserve van 1.400 miljard dollar beschikt de Chinese Volksbank over voldoende middelen om zelfs de meest pessimistische schattingen van het probleem het hoofd te kunnen bieden. Maar zo’n reddingsoperatie zou 1.000 miljard dollar aan buitenlandse valuta’s in de binnenlandse economie injecteren, meer dan 40 procent van het bbp. Dat zou zeer inflatiebevorderend zijn, in een omgeving waarin de reële rente hardnekkig negatief is.

Voor het grote beeld maakt dat allemaal echter niet veel uit. Dit is niet Groot-Brittannië of de VS, waar periodes van 3 tot 4 procent groei worden gevolgd door – milde – recessies, en ook niet het Japan van 1990, waar de recessie volgde op twee decennia van 4,2 procent groei. China’s jaarlijkse groei bedroeg tussen 1996 en 2006 gemiddeld 9 procent, dus zelfs een inzinking ter grootte van 20 procent van het bbp zou de klok slechts terugzetten naar 2004.

De officiële Chinese groeicijfers zijn overdreven, maar het reële effect van drie decennia van snelle groei is onomkeerbaar en overal waarneembaar. Op de langere termijn maakt een inzinking helemaal niets uit: de economische bloei van China sinds 1978 is de opmerkelijkste uit de wereldgeschiedenis.

© Breaking views. Vertaling Menno Grootveld