‘De journalist moet controleerbaar zijn’

Door burgerjournalistiek is de journalist geen heerser meer in zijn eigen mediarijk. Het is tijd voor een nieuwe ethische code, vindt het Genootschap van Hoofdredacteuren.

Transparantie is het toverwoord in een nieuwe ethische code voor journalisten. Verantwoording afleggen over je stukken, duidelijk maken hoe je aan je feiten komt, het is in het internettijdperk onontkoombaar, meent het Genootschap van Hoofdredacteuren, een beroepsorganisatie waarin hoofdredacteuren van Nederlandse media zijn vertegenwoordigd.

„Lezers hebben dankzij internet toegang tot talloze bronnen. Daardoor zijn ze mondige medespelers geworden op het journalistieke veld. Dat heeft grote gevolgen voor de positie van de journalist”, zegt Henk Blanken.

De adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, die samen met de hoofdredacteur van Spits, Bart Brouwers, aan de wieg stond van een nieuwe code, vindt het goed als journalisten in bepaalde gevallen uitleg geven over ‘waar ze zelf vandaan komen.’ „Als je lid bent van een partij en je schrijft over politiek, dan kan het van belang zijn dat jouw achtergrond bij de lezer bekend is. Hetzelfde geldt voor de journalist die een milieuprobleem beschrijft terwijl hij zelf, bijvoorbeeld als buurtbewoner, belanghebbende is. Waarom zou je verborgen houden wat de lezer dankzij Google meestal simpel kan achterhalen?”

De manier waarop de Volkskrant een externe commissie de missers rond de Irakese martelprimeur liet onderzoeken is volgens Blanken een goed voorbeeld van waar het naar toe moet in de journalistiek.

Bij de primeur over martelingen door Nederlandse soldaten in Irak, vorig jaar november, wilde dagblad de Volkskrant te graag scoren luidde de conclusie van deze commissie. Het dagblad publiceerde vorige week een samenvatting van de rapportage: het artikel is gebaseerd op slechts één bron en binnen de redactie was sprake van ‘tunnelvisie’ en ‘scoringsdrift’.

Volgens Blanken heeft de lezer er recht op om te weten waar het fout is gelopen in de verslaggeving. Maar is de code, die vorige week in concept werd gepubliceerd en via debatten wordt aangescherpt, niet vooral het resultaat van de toenemende kritiek vanuit de overheid op de journalistieke praktijk? Koningin Beatrix liet zich in 1999, op het jubileumfeestje van het Genootschap, ontvallen dat in de journalistiek ‘de leugen regeert’ en minister Donner zei op de Dag van de Persvrijheid (2004) dat journalisten zorgvuldiger met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten omgaan. „Het klopt dat de Haagse kritiek sterker is dan zo’n tien jaar geleden, maar ik zou de nieuwe code niet willen duiden als een reactie daarop. Wat niet wegneemt dat er reden is tot zorg. De wijze waarop minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) het verschoningsrecht wettelijk wenst vast te leggen is, vind ik een voorbeeld van hoe Den Haag de journalistiek wil reguleren.”

De code spreekt zich niet uit voor een wettelijke regeling van dit recht, omdat daarmee volgens Blanken een einde kan komen aan de ruime definiëring van het journalistenvak. „Wat het Genootschap betreft is iedereen journalist die zichzelf zo noemt en de code onderschrijft. Ik vrees dat Hirsch Ballin de beroepsgroep zeer beperkt wil omschrijven om daarmee de journalistieke vrijheid aan banden te leggen.”

Hoofdredacteur Birgit Donker van NRC Handelsblad en nrc.next is vooralsnog niet van plan de code te ondertekenen. Zij vindt dat een gedragscode geen collectieve verantwoordelijkheid is, maar de verantwoordelijkheid van ieder medium afzonderlijk. „Wij hebben een eigen gedragscode, met onder meer regels voor het gebruik van anonieme bronnen. Dit stijlboek met onze gedragslijn wordt op nu geüpdatet en zal via onze website zijn in te zien”.

Wel onderschrijft Donker het belang van openheid over de manier waarop journalistieke producties tot stand komen. „We zijn zelf in de loop van de tijd ook opener geworden, bijvoorbeeld met, op zaterdag, de wekelijkse rubriek ‘lezer schrijft, krant antwoordt’ waarin we aangeven hoe we komen tot bepaalde keuzes en zo nodig onze fouten toegeven. Nrc.next doet dat in een blog van de chef en de souschef.”

Journalist Francisco van Jole (o.a. De leugen regeert, VARA), die de opkomst van internet vanaf het begin heeft gevolgd, zal de nieuwe code niet onderschrijven. „Nog afgezien van het feit dat ik niet wist dat er een oude code was, vind ik de nieuwe overbodig. De code wekt de indruk dat journalisten zich moeten verdedigen. Alsof, door de opkomst van internet, ineens duidelijk is geworden dat we verborgen agenda’s hebben. Die hebben we niet en wie ze wel heeft, deugt niet voor zijn vak.” In tegenstelling tot Blanken meent de internetpionier dat politieke krachten wel degelijk een rol hebben gespeeld bij het formuleren van de nieuwe ethische normen. „Dit is typisch een reactie op het rechtse verwijt dat de media links en onbetrouwbaar zijn. Tegen dat wantrouwen is geen kruid gewassen, en zeker geen code.”

Concepttekst van nieuwe code en samenvatting van het martelonderzoek van de Volkskrant via nrc.nl/media