De dupe van duistere koerssprongen

Beleggers zinnen op een schadeclaim tegen uitzendbureau Vedior. Toezichthouder AFM doet onderzoek. Wie wist wat en wanneer?

Fusies, overnames en beurshandel vormen een giftige combinatie. Bij een kwart van de fusies en overnames is sprake van verdachte beurshandel, is het vermoeden van Britse onderzoekers.

Is het in Nederland anders? De beurstoezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) moest afgelopen zomer ingrijpen bij plotselinge koerssprongen van aandelen Numico. Het bedrijf, bekend van de Olvarit-babyvoeding, kwam na een interventie van de AFM met het nieuws dat het werd overgenomen door de Franse concurrent Danone.

Anderhalve week geleden was het opnieuw raak. Nu bij Vedior. Het uitzendbureau bleek, opnieuw na een interventie van de AFM, te praten met Randstad.

Tussen deze voorvallen in zit de kortstondige biedingsstrijd om elektrotechnisch handelshuis Hagemeyer. De slag werd ingeleid door een zeven dagen durende koersstijging van aandelen Hagemeyer van samen 44 procent.

Handelden één of meer beleggers in deze drie gevallen met voorkennis? En lokte de koersstijging vervolgens nieuwe kopers naar de markt, die wel geloofden in het gerucht dat vervolgens bij de koersstijging werd gezocht? Of was de voorkennis breed gedeeld?

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) zint op een collectieve schadeclaim van beleggers in Vedior die hun aandelen verkochten toen op vrijdag 30 november de koers opeens opliep. Daardoor misten zij het grootste deel van de overnamepremie van 64 procent die Randstad de maandag daarop voor Vedior-aandelen bleek te willen betalen. Ook advocaat Jerry Hoff kijkt naar de mogelijkheid van zo’n collectieve actie, die in de Verenigde Staten bekend staat als een class action suit.

Hoff vraagt ook om betere regelgeving: laat bedrijven die over een overname praten dat melden bij de AFM. Dan kan de AFM bij twijfelachtige beurshandel direct ingrijpen. Nu mogen bedrijven hun overnamegesprekken lang geheim houden, mits zij vertrouwelijkheid handhaven. Dat blijkt geen sinecure met zoveel financiële, juridische en andere adviseurs.

De AFM wil op Hoffs brief niet reageren. De koerssprongen worden onderzocht. Al is de toezichthouder doorgaans niet scheutig met informatie. Dat geldt niet alleen het antwoord op de vraag of de AFM officieel onderzoek doet, maar ook wat de uitkomsten zijn. Soms duurt het jaren voordat duidelijk wordt dat een onderzoek niets heeft opgeleverd, zoals bij de verdenking van handel met voorkennis voorafgaand aan de onthulling van het boekhoudschandaal bij Ahold in februari 2003.

In weerwil van de gevallen Numico, Hagemeyer en Vedior concludeerde de AFM in september in een rapport dat de financiële markt „schoner” is geworden. Het rapport onderzocht de invloed van ingevoerde strengere regels vóór openheid en tegen marktmisbruik per 1 oktober 2005.

Voor de openheid tegenover het beleggende publiek helpt het niet dat de AFM een wettelijke geheimhoudingsplicht heeft over concrete onderzoeken.

Wat kan het beleggende publiek zelf aan informatie inwinnen? Dat valt in Nederland wat tegen. Beleggers in Nederlandse beursfondsen zijn wat de relevante informatie betreft volledig afhankelijk van wat bestuurders en commissarissen hun willen vertellen.

Hier bestaat niet de regel, zoals in de Verenigde Staten, dat bedrijven bij een overnamebod openheid moeten geven over de data en de inhoud op hoofdlijnen van gesprekken die zij met de bieder en met andere gegadigden hebben gevoerd. Zo kunnen beleggers bijvoorbeeld controleren of zij tijdig zijn geïnformeerd. En of de bestuurders en de commissarissen de belangen van aandeelhouders adequaat hebben behartigd en met alle geïnteresseerde partijen hebben gepraat. De feiten kunnen ook van pas komen als een belegger een rechtszaak overweegt.

Het nut van dergelijke informatieverplichtingen werd de afgelopen maanden duidelijk in de overnamestrijd om ABN Amro. Tot in de rechtszaal bestookten juristen van alle partijen elkaar met feiten uit de documenten die de betrokken partijen bij de Amerikaanse beurscommissie moesten deponeren omdat zij een beursnotering in New York hadden.