Dansen in het zwarte gat van Europa

De bevolking van Kosovo is jong: tweederde van de inwoners is jonger dan dertig.

De jongeren drukken zwaar op de samenleving; velen zijn werkloos en willen emigreren.

Kosovo heeft de jongste bevolking van Europa. Weliswaar vergrijst de kleine Kosovo-Servische gemeenschap (10 procent van de bevolking), maar de aanwas onder de Albanese meerderheid is enorm, blijkt uit een recent rapport van United Nations Development Program (UNDP) in Kosovo.

Van de twee miljoen inwoners is ruim 400.000 schoolgaand. Tweederde is jonger dan dertig. De babyboomgeneratie kwam tot stand na 1974 toen de Joegoslavische leider Jozip Broz Tito de Servische provincie Kosovo verregaande autonomie gunde en de regio nog barstte van optimisme. Vooral de islamitische Albanese families groeiden.

Nu drukt de babyboom zwaar op de samenleving. De werkloosheid onder schoolverlaters is hoog, naar schatting 60 procent. De helft van de jongeren wil emigreren, zo staat in het rapport van het UNDP. „Ze zijn kwetsbaar en hebben geen middelen om de situatie naar hun hand te zetten”, zegt UNDP-chef Frode Mauring.

Maar met de onafhankelijkheid in zicht, hopen jongeren in dansclub Spray, keert het tij. In een groot pand langs een uitvalsweg van de Kosovaarse hoofdstad Pristina introduceert Spray-eigenaar Bersant Rizaj rond middernacht de Amerikaanse dj Joel Einhorn. Tot in de vroege ochtend swingen de Kosovaren zich in het zweet.