Christelijke jongerenwerker met macht en gezag

De stem van Rotterdammer Piet Boekhoud weegt zwaar in het landelijke CDA. Maar de onderwijsman wil geen politicus worden. Liever houdt hij zijn handen vrij om jongeren te helpen.

Mark Hoogstad

Wilde hij de Rotterdamse jeugd beter begrijpen, dan moest hij de straat op. En dus zwierf Piet Boekhoud in de zomer van 2003 twee weken lang door de achterstandsbuurten van zijn stad. Op zoek naar antwoorden. „Wat drijft hen? Hoe ziet hun dagelijkse leven eruit? Vanwaar die onvoorwaardelijke drang naar wat ik altijd maar de drie g’s noem: gemak, genot en gewin?”

De antwoorden bevestigden de vermoedens van de bestuursvoorzitter van het Albeda Collega, een ROC (regionaal opleidingencentrum voor middelbaar beroepsonderwijs) in Rotterdam met 25.000 leerlingen. Hij ziet het immers vrijwel dagelijks op een van de 61 schoollocaties in de regio Rijnmond. „Niet alleen leerlingen, maar ook ouders hanteren het principe dat zij klant zijn en dus koning. Anderen moeten het werk voor hen doen. Eigen verantwoordelijkheid telt niet.”

Die vicieuze cirkel moet en zal Boekhoud doorbreken. Ook al betekent dat strijden tegen de hedonistische tijdsgeest. „Vroeg of laat beseft zelfs de meest lastige leerling dat die zucht naar gemak, genot en gewin uiteindelijk tot niets leidt, omdat het oneindige begrippen zijn. Je moet ze aanspreken, in de juiste richting duwen, en de lessen zo inrichten dat hun zelfbewustzijn wordt aangescherpt.” Dat betekent praktijkgericht onderwijs, zodat zijn leerlingen „een arbeidsidentiteit” ontwikkelen. Daarvoor zijn, zoals hij ze noemt, de drie v’s onontbeerlijk: vertrouwen, verantwoordelijkheid en verbinding. „Het lijkt een woordspelletje, maar dat is het beslist niet.”

Natuurlijk, het Albeda College herbergt ook „hele lastige gasten”, zoals veroordeelde groepsverkrachters. Maar ook zij kunnen rekenen op zijn steun, benadrukt Boekhoud. „Want wie geen liefde geeft, kan ook geen liefde ontvangen.” Die religieus getinte boodschap verkondigt hij ook als algemeen directeur van het Rotterdamse Jongerenjaar 2009 (budget 50 miljoen euro). „Dé kans voor deze stad (39 procent jonger dan 30 jaar, red.) om het eigen kapitaal te verzilveren.”

Boekhouds mening telt, en niet alleen in Rotterdam. Binnen het CDA geldt hij als „een boegbeeld van het beroepsonderwijs, naar wie wordt geluisterd omdat hij dagelijks met zijn poten in de modder staat”, zegt partijgenote en staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs. Niet voor niets schreef Boekhoud mee aan het laatste CDA-verkiezingsprogramma. „Piet is authentiek, een Rotterdammer van het type ‘geen woorden, maar daden’. Daarnaast beschikt hij over een indrukwekkend netwerk en draagt hij de boodschap van de christen-democratie uit met een zeldzame overtuigingskracht, zonder daarbij politiek eenkennig te zijn. Hij staat echt voor zijn medemens.”

Politieke ambities zegt Boekhoud niet te hebben. Toch valt zijn naam de laatste maanden steeds vaker als mogelijke opvolger van burgemeester Ivo Opstelten, die afzwaait op 1 januari 2009. Boekhoud weet het. „Maar het is niet aan de orde. Bovendien is je speelveld als burgemeester of wethouder beperkt.” Maar waarom vorige maand dan toch verkozen tot voorzitter van het CDA Rotterdam? „Zij vragen, ik help.” En anderen helpen, dat is de missie van de oud-vrachtwagenchauffeur, die elke zondag preekt in een Arminiaanse kerk in Rotterdam-Zuid en geregeld voedselpakketten uitdeelt bij de Voedselbank.

Politieke ervaring heeft Boekhoud wel. Vorig jaar fungeerde hij als de informateur van het Rotterdamse college. Hij bracht een college van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks bij elkaar. Dit voorjaar schoof hij aan bij de raadscommissie die het voornemen besprak om coffeeshops in de buurt van Rotterdamse scholen (speciaal en voortgezet onderwijs) te sluiten. In korte, heldere zinnen zette hij zijn standpunt uiteen. Boekhoud had in zijn hippiejaren ook wel eens een stickie gerookt. „Maar dat spul van tegenwoordig, dat is zo sterk, daar sla je steil van achterover.” Rotterdam moest de eigen jongeren, en zeker de kwetsbaren onder hen, in bescherming nemen. De stad had dan ook geen keuze, stelde Boekhoud: sluiten, en wel zo snel mogelijk. Zelfs de progressieve fracties bleken vatbaar voor die oproep. Nog geen maand later stemde een raadsmeerderheid in met het collegevoorstel om 27 van de 62 coffeeshops met ingang van 1 januari 2009 te sluiten.

Oud-wethouder en partijgenoot Sjaak van der Tak omschrijft Boekhoud als „mijn maatje” en „een man zonder politieke vijanden”. Dat laatste klopt, maar geeft te denken, stelt raadslid en oud-wethouder Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam (veertien zetels). „Wie veranderingen doorvoert, maakt vijanden. Maar dat doet Boekhoud dus niet. In het vorige college heb ik hem ooit heel verfrissend horen spreken over het vmbo, zo van: de leerlingen komen alleen nog maar binnen als het regent. Maar in plaats van actie te ondernemen, blijft hij meepraten met het gezag.”

Toch vertellen de cijfers een ander verhaal. Bedroeg de schooluitval zes jaar geleden nog zo’n vijftig procent, in 2006 was het aantal voortijdige schoolverlaters teruggebracht tot dertig procent. Bovendien is het Albeda Collega gegroeid: van 12.000 (1979) naar 25.000 (2005). Dat is volgens Van der Tak, tegenwoordig burgemeester van Westland, grotendeels de verdienste van Boekhoud. „Een van mijn zonen heeft ook bij hem school gezeten. Reken maar dat het werkt als je tot in het toilet wordt geconfronteerd met een van Piets stelregels over respect en zingeving.”

Piet Boekhoud werd geboren in Ridderkerk, in een ARP-gezin met drie zonen. Hij was de middelste. Zijn vader was werkzaam in het onderwijs, in tegenstelling tot de rest van de familie, want die werkte in de haven. „Een hele strenge en principiële man, die desondanks out-of-the box kon denken en van discussiëren hield”, herinnert Boekhoud zich. Van groot belang voor zijn persoonlijke ontwikkeling noemt hij daarnaast zijn echtgenote. „Zij houdt van mij en kan dus vergeven. Dat laatste is een groot goed.”

Andere leermeesters zijn dominee Cor Holleman („Hij heeft mij geleerd een hoger doel te dienen dan jezelf”) en oud-minister Wil Albeda van Sociale Zaken. „Albeda heeft Rotterdam de sociale vernieuwing gebracht, ingebed in het christelijk sociaal denken.” Zo groot is de bewondering voor de inmiddels 82-jarige ARP’er dat Boekhoud in 1993 met succes voorstelde de naam van zijn fusieschool te wijzigen in het Albeda College. Ook al is het in Nederland hoogst ongebruikelijk een instelling te vernoemen naar een nog in leven zijnde persoon.

Gevormd is Boekhoud ook door de dood van zijn zoon, nu ruim zes jaar geleden. „Sander was nog maar 23 en in vrijwel alles een kopie van Piet”, zegt zijn voormalig beleidsadviseur bij het Albeda College, Karin Ingelse. Van nabij maakte zij mee hoe Boekhoud in een existentiële crisis belandde na het langdurige ziekbed van zijn zoon, die overleed aan de gevolgen van botkanker. „Hij vroeg zich af: wat moet ik nog? Kan ik nog van betekenis zijn voor mijn leerlingen?” Een brief van toenmalig staatssecretaris Karin Adelmund van Onderwijs bood uitkomst, vertelt Boekhoud zelf. „‘Piet, je kunt wel vreselijk veel verdriet hebben, maar ze hebben je nodig’, schreef ze. Zo is het en zo voel ik het ook: als je nodig bent, kun je niet onverschillig wegkijken.”

Toch is Boekhoud sindsdien „niet meer helemaal hetzelfde”, zegt Ingelse, die in Rotterdam bekend is als presentatrice van TV Rijnmond. „Piet kon voordien heel uitbundig lachen. Je kent dat wel: benen op tafel en lekker bulderen. Dat heb ik de laatste jaren zelden of nooit meer gezien. Hoewel: sinds hij anderhalf jaar terug opa is geworden van een tweeling keert de lach langzaam maar zeker terug op zijn gezicht.” Wat Boekhoud in elk geval heeft behouden volgens Ingelse is zijn authenticiteit. „Een van de weinige mensen zonder dubbele agenda.”

Authentiek is Boekhoud ook in zijn voorkomen. Hij gaat, sinds de dood van zijn zoon, steevast gekleed in het zwart. Een statement, erkent Boekhoud, die tijdens zijn rouwperiode onder meer troost vond in de muziek. „Johnny Cash was al een van mijn favorieten. Zijn nummer Man in Black ben ik na de dood van Sander echt gaan begrijpen. Cash ging als outsider gekleed in het zwart.” En zo voelt hij zich soms ook, weet Sjaak van der Tak. „Piet voelt zich af en toe eenzaam. In de zin van: waarom kost het zoveel moeite om andere belanghebbenden over de streep te trekken, en jongeren te helpen?”

Aan gesprekspartners geen gebrek. Ondanks zijn „wat sjofele verschijning met dat vettige haar en de roos die ik geregeld van zijn revers afklop”, lacht Ingelse. „Het mooie is: bij hem maakt dat dus niet uit. Iedereen, van minister tot prinses Maxima, stapt op hem af.” Dat weet ook bestuursvoorzitter Henri van Vlodrop van het concurrerende Zadkine College (30.000 leerlingen in Rotterdam en omgeving). Hij noemt zijn collega „een ras-CDA’er met een PvdA-uitstraling”. Van Vlodrop: „Toen ik bij Zadkine begon, heb ik één ding gezegd: met het Albeda College ga ik de concurrentie aan, maar niet met Piet Boekhoud. Dat is zo’n op en top Rotterdammer, met zo’n breed draagvlak, die strijd kan ik niet winnen.” Dat, zo zegt Van Vlodrop, is ook meteen de valkuil van zijn collega’s. „Mocht Piet ooit stoppen, dan valt er een enorm gat bij Albeda.”

Van Vlodrop heeft wekelijks contact met zijn collega. Samen maken zij deel uit van de Münchhausenbeweging: een samenwerkingsverband van zes instanties die opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. Boekhoud is een van de initiatiefnemers van „de club van de ketenaanpak waar je geen ‘nee’ mag zeggen”, zoals directeur Martien Kromwijk van woningcorporatie Woonbron het verwoordt.

Wie „de ware Piet Boekhoud” wil leren kennen, moet een filmpje van de stichting bekijken op de eigen website. „Daar zie je Piet praten, zo bewogen en zo oprecht betrokken. Daar word ik stil van. Je laat de minderbedeelden niet aan hun lot over, iedereen heeft potentie en dus reik je de helpende hand – die boodschap draagt Piet uit met een passie die zeer aanstekelijk werkt.”

Blijven zijn woorden onbeantwoord, dan gaat Boekhoud zelf over tot actie, weet Kromwijk. Zo zette de schooldirecteur eerder dit jaar namens het Albeda College een locatie op voor schoolgaande tienermoeders in Rotterdam-Zuid, mét kinderopvang. Buiten de officiële instanties om. Die werden pas later geïnformeerd. Kromwijk: „Als je daar achteraf met hem over praat, krijg je een typische reactie. Op kwajongensachtige wijze verontschuldigt hij zich dan: ja maar Martien, iemand moet het toch doen?!”