‘Bush komt hier hoe dan ook slecht uit’

In de VS komt onderzoek naar de vernietiging van videobanden door inlichtingendienst CIA. Volgens auteur Jim Bamford is de vraag of CIA-baas Hayden betrokken was bij een cover-up.

Jim Bamford wordt overvallen door de vraag. Een van Amerika’s bekendste specialisten op het gebied van inlichtingendiensten, auteur van standaardwerken als The Puzzle Palace (1982) en Body of Secrets (2001), moet grondig nadenken als hem wordt voorgelegd wanneer het ministerie van Justitie en de inspecteur-generaal van de CIA voor het laatst onderzoek begonnen naar mogelijke criminele activiteiten binnen de CIA.

„Dit is zo zeldzaam”, zegt hij, „dat mij zo snel geen vergelijkbaar geval te binnen schiet.”

Het onderzoek volgt op de onthulling, eind vorige week in het dagbladThe New York Times, dat de CIA twee videobanden uit 2002 heeft vernietigd waarop terreurverdachten werden onderworpen aan zogenoemde „strenge verhoortechnieken”.

Eén van de verdachten was Abu Zubaydah. Over dit lid van Al-Qaeda is eerder geschreven dat de CIA hem in 2002 blootstelde aan waterboarding, een martelmethode waarbij de verdachte de indruk wordt gegeven dat hij verdrinkt. Het gebeurde nadat president George W. Bush opdracht gaf Zubaydah agressiever te verhoren, aldus boeken van New York Times-verslaggever James Risen (Staat van Oorlog, 2006) en Ron Suskind (De Eenprocentsdoctrine, 2006).

„Ja, zo heb ik het ook begrepen”, zegt Bamford. „En Cheney was de andere sleutelfiguur.”

Kan dit Bush erg schaden?

„Natuurlijk – bij de ondervraging van Zubaydah zijn duidelijk illegale verhoortechnieken gebruikt. En sinds vrijdag weten we nu dus dat de CIA het bewijs daarvan vernietigd heeft. Dus Bush kan dit nooit winnen. Of hij zal er uitkomen als de leider die niet wist wat er gaande was, of , wanneer hij van de vernietiging wist, dat hij betrokken was bij een misdaad. Want het vernietigen van bewijs is absoluut een crimineel feit.”

De vernietiging vond plaats in november 2005. Op dat moment werden voorbereidingen getroffen voor het proces tegen de ‘negentiende’ kaper van 9/11, Zacarias Moussaoui. In het Congres won senator John McCain snel terrein met een initiatiefwet waarin wrede, inhumane en vernederende behandeling van terreurverdachten werd verboden. En eerder had de 9/11 commissie – een onderzoek in opdracht van het Congres – de CIA gevraagd of er opnamen van verhoren van terreurverdachten waren: de CIA antwoordde neen.

Bamford: „Het lijkt me goed mogelijk dat het Congres een eigen onderzoek begint. En er zal ook wel een onafhankelijke aanklager komen. Het ministerie van Justitie heeft een actieve rol gespeeld in de juridische onderbouwing van bepaalde agressieve verhoortechnieken. En je kunt niet jezelf onderzoeken. Dan kom je algauw bij een speciale aanklager terecht, omdat die onafhankelijk van het ministerie kan opereren.”

Neemt de CIA alle verhoren op?

„Ze hebben dat in het begin gedaan. Daarna zijn ze bezorgd geworden, heb ik begrepen, vooral door de onthullingen over Abu Ghraib in 2004, en de foto’s die daarover in omloop werden gebracht. Ze zijn dus alleen gestopt om zichzelf te beschermen.”

Wist u dat ze opnamen maakten?

„In oktober heeft de CIA de rechtbank in de zaak van Moussaoui (die voorjaar 2006 levenslang kreeg, red.) laten weten dat er video-opnamen waren. Daarvoor was het mij onbekend. De CIA zegt nu dat de banden die aan de rechtbank zijn onthouden niet relevant waren voor de zaak. Het punt is natuurlijk dat dit oordeel niet aan de CIA is – maar aan een federale rechter. De verdediging zal nu ongetwijfeld een nieuw proces vragen. Of de rechter daarin meegaat weet ik niet. Het is mogelijk.”

De 9/11 commissie bestaat niet meer. Maakt het nog uit dat die commissie kennelijk is misleid?

„De twee voorzitters van de commissie – een Democraat én een Republikein – beschuldigen de CIA nu dat de dienst heeft gelogen. De CIA staat er natuurlijk héél slecht op als zulke mensen dat zeggen. Elke eerstejaars rechten weet dat je banden niet mag vernietigen wanneer de rechter en het Congres er om hebben gevraagd.”

Op het tijdstip van de vernietiging werd de CIA geleid door de Republikein Porter Goss. Dit oud-lid van het Huis van Afgevaardigden bleek een ongelukkige keuze: voorjaar 2006, twee jaar na zijn aantreden, werd Goss alweer vervangen voor de huidige directeur, generaal Michael V. Hayden – over wie Bamford eerder uitvoerig publiceerde.

„Het interessante is dat Goss, voordat hij CIA-directeur werd, voorzitter was van de commissie voor de inlichtingendiensten in het Huis. Hij adviseerde de CIA in die rol de banden niet te vernietigen. Maar toen hij directeur was, is hem blijkbaar niets gevraagd.”

Het was een soloactie binnen de CIA?

„Je hebt de vernietiging zelf en de maskering van de vernietiging. Wanneer wist Hayden dit? Waarom zei hij er niets over toen hij het ontdekte? Want Hayden was blijkbaar al van de vernietiging op de hoogte – en is er nooit mee naar buiten gekomen. Hij is pas gaan praten toen The New York Times op de hoogte bleek te zijn.

„Ik ken hem als iemand die eerst aanvoelt uit welke hoek de wind waait, en daarna in actie komt. Ik denk niet dat hij heel sterk is, en gemakkelijk ingaat tegen hooggeplaatsten. Hij staat nu voor een interessante testcase: na een lange loopbaan in het inlichtingenwerk wordt hij voor het eerst geconfronteerd met mogelijke tegenwerking van onderzoeken.

„En de vraag is hoe Hayden zich daar doorheen slaat. Ze hebben die banden bij de CIA overduidelijk vernietigd omdat mensen bang waren dat ze vervolgd zouden worden. Maar Hayden maakt er nu van dat de nationale veiligheid op het spel stond. Ik heb nog niemand gehoord die dát gelooft.”