Binnen twee weken overdracht Britse controle over Basra

Groot-Brittannië zal binnen twee weken de militaire controle over Basra, de laatste overwegend shi’itische provincie in Zuid-Irak waarvoor het op papier verantwoordelijk was, overdragen aan de Irakezen zelf. Dit heeft de Britse premier Gordon Brown gisteren bij een bezoek aan Basra bekendgemaakt.

Een glorieuze aftocht voor de Britten wordt het niet. Hun greep op de gang van zaken was de laatste paar jaar al drastisch verminderd. Steeds minder traden ze buiten de eigen bases op. Streng islamitische milities, deels gesteund door Iran, maken intussen de dienst uit in Basra. Ook criminele bendes hebben er vrij spel. Wie zich verzet, kan op harde represailles rekenen. Vooral religieuze minderheden en vrouwen hebben het vaak zwaar te verduren.

Brown prees de Britse militairen gisteren niettemin voor de wijze waarop zij er volgens hem in zijn geslaagd de situatie in Basra te verbeteren. „De reden waarom de veiligheid veel beter is (…), de reden waarom er vooruitgang is, hangt samen met wat jullie hebben bereikt.”

Juist in vergelijking met de recente verrichtingen van hun Amerikaanse collega’s in Bagdad en omgeving, waar de toestand merkbaar is verbeterd, ogen de Britse prestaties echter bescheiden. „Het contrast tussen recente trends in Basra en Bagdad biedt een ongemakkelijke aanblik”, merkt het dagblad The Times vandaag op in een commentaar.

De krant herinnert er aan dat de Britten aanvankelijk pochten dat zij beter aanvoelden hoe ze met de Irakezen moesten omgaan dan de Amerikanen. Was de situatie in Basra immers niet veel kalmer dan in Bagdad? Ter verklaring van hun vermeende successen wezen ze op hun lange ervaring met opstandige gebieden in de koloniale periode en meer recent in Noord-Ierland. „Deze analyse oogt veel minder overtuigend na het succes van de Amerikaanse ‘surge’ dit jaar en de terugtrekking van Brits militair personeel op het vliegveld van Basra”, aldus The Times. De basis op het vliegveld is het laatste Britse bolwerk in Zuid-Irak.

Veel critici in Groot-Brittannië zelf, onder wie de Liberaal-Democraten, stelden al enige tijd dat het aanblijven van de Britse troepen in Zuid-Irak militair gezien niet zinvol meer was. Volgens hen stelde de regering een vertrek slechts om politieke redenen uit, vooral om de Amerikanen niet te mishagen.

Er zijn thans nog 4.500 Britse militairen in Irak. Dit aantal zal de komende maanden worden teruggebracht tot 2.500. De overgebleven manschappen zullen zich vooral bezighouden met de training van Iraakse troepen. Nog niet duidelijk is hoe de Amerikaanse aanvoerroutes voor materieel en troepen uit het zuiden naar Bagdad zullen worden beschermd. De Britten namen deze taak tot dusverre voor hun rekening.