Belang van 1,6 procent kan genoeg zijn

De aankondiging van twee hedgefondsen dat ze samen optrekken, is nog geen aanval op Philips. Maar ze zijn daar, als ze dat zouden willen, nu wel klaar voor.

Hallo, daar zijn we dan.

Twee Amerikaanse hedgefondsen hebben vlak voor dit weekend een niet te missen signaal aan Philips gegeven dat het bedrijf in hun vizier is. Maar met een persbericht dat ze samenwerken, hebben Jana Partners en D.E. Shaw voor de voorzichtigste weg gekozen.

Geen dreigingen, geen deadlines, geen concrete voorstellen voor veranderingen. Alleen de melding dat ze samenwerken en de kapitaalstructuur en de prestaties van het bedrijf ter discussie willen kunnen stellen. Wat ze daarmee ook mogen bedoelen.

De twee speculatieve beleggingsfondsen, waarvan vooral Jana een reputatie heeft van militant optreden, maakten bovendien bekend een belang van 1,6 procent te hebben in Philips. Als directe en indirecte belangen bij elkaar worden opgeteld tenminste. Dat klinkt niet indrukwekkend.

Maar The Children’s Investment Fund (TCI) van Chris Hohn had aan 1,1 procent van de stemmen genoeg om de boel bij ABN Amro op stelten te zetten in februari. Het gaat er meer om hoeveel aandeelhouders je voor je gezichtspunten kunt winnen, dan om het aantal stemmen dat je zelf hebt. En bij een bedrijf met een beurswaarde van 32 miljard euro duurt het wel even voor je een groter belang in een bedrijf als Philips hebt opgebouwd. Ter vergelijking, het kost bijna evenveel als het opbouwen van een belang van ruim 33 procent in industrieconcern Stork, zoals de hedgefondsen Centaurus en Paulson hebben gedaan om dat bedrijf tot een strategiewijziging te dwingen.

D.E. Shaw en Jana hebben niet van de bekende manieren gebruikgemaakt waarmee hedgefondsen stampei maken bij bedrijven. Ze hebben geen openbare brief geschreven of een brief aan het management laten uitlekken, noch een uitgebreide schriftelijke verklaring uitgebracht met een opsomming van specifieke wensen. Van een mediaoffensief is geen sprake, ze houden zich stil.

Het is wat Eric Knight Vinke deed bij uitgever VNU toen hij eerst de voorgenomen overname van het Amerikaanse IMS Health Services wilde dwarsbomen en zich daarna verzette tegen een bod van investeerders. Hij deed het ook bij oliemaatschappij Shell, waar hij aandrong op een structuurwijziging. En onlangs weer bij de grote Britse bank HSBC, waar hij een strategiewijziging wenst.

Of TCI, dat overigens gesteund door Jana eerst naam maakte door bij het Duitse beursbedrijf Deutsche Börse dwars te liggen, omdat het de overnameplannen van The London Stock Exchange wilde tegenhouden en de topman naar huis wilde sturen. Het dreigde om de aandeelhoudersvergadering daarvoor te gebruiken en liet een e-mail daarover uitlekken.

Jana, dat nu Philips belaagt, heeft zulke praktijken bij Noord-Amerikaanse bedrijven als mediaconcern Time Warner en aluminiumproducent Alcoa niet geschuwd. Bij Philips is het tweetal Jana en D.E. Shaw bekend. Het concern zegt in een reactie wel vaker met ze gesproken te hebben en zal dus ongetwijfeld hun wensen kennen. De vraag is waarom ze met zo’n korte verklaring komen, vlak voor het weekend na het sluiten van de beurs.

Het lijkt erop dat ze latere beschuldigingen van marktmisbruik willen voorkomen als ze werkelijk actie gaan ondernemen en medestanders daarvoor gaan werven. „Dan kunnen ze beschuldigd worden van het verspreiden van voorwetenschap”, zegt ondernemingsrechtadvocaat Tim Stevens van Allen & Overy. „De Britse toezichthouder FSA heeft in een verklaring gesteld dat als een activistische aandeelhouder in individuele gesprekken zijn plannen openbaart aan andere aandeelhouders, dat al aangemerkt kan worden als marktmisbruik. Dat is op basis van een Europese richtlijn die ook in Nederland geldt.”

Maar het uitgeven van een verklaring als deze is ook een beproefde manier om te peilen of andere aandeelhouders zich achter een actie willen scharen. Achteroverleunen is er dus niet bij voor Philips. De koersstijging met ruim 4 procent vanmorgen wijst erop dat iets van het bedrijf wordt verwacht.