Balkenendes vrienden

Jack de Vries, partijgenoot, adviseur en vertrouweling van premier Jan Peter Balkenende, wordt de nieuwe staatssecretaris van Defensie. Hij volgt Cees van der Knaap op, die sinds 22 juli 2002 in alle kabinetten-Balkenende op deze post zat. Ook Van der Knaap, die benoemd is tot burgemeester van Ede, onderhield nauwe banden met Balkenende en deed in diens kabinetten veel meer dan het behartigen van de portefeuille personeelsbeleid en materieelvoorzieningen, waarvoor hij als staatssecretaris was aangesteld. Hij stond de minister-president bij politiek gevoelige onderwerpen met raad en daad bij en verwierf zo bijnamen als ‘de stille adjudant’ en ‘het oliemannetje’. Zijn opvolger De Vries was politiek assistent van Balkenende en diens campagneleider bij de verkiezingen. Hij was oog en oor van de premier annex CDA-leider, en zonodig ook diens fluisterende mond. Het was een doorzichtige poging van de premier om vooral De Vries’ affectie met Defensie als kwalificatie voor zijn nieuwe functie te roemen, waarbij als bewijs diende dat hij na zijn dienstplicht twee jaar officier bij de Koninklijke Landmacht is geweest (als voorlichter en journalist). Dat klonk alsof Ronald Plasterk destijds vooral geschikt was bevonden als minister van Onderwijs omdat hij op school zo zijn best had gedaan en daarna ook nog had doorgeleerd.

De premier heeft blijkbaar behoefte aan een vertrouwde politiek adviseur in zijn omgeving – en daar is niets op tegen. Het zou alleen de zuiverheid dienen als deze functionaris dan ook staatssecretaris op Algemene Zaken werd. Dan hoeft Defensie daarvoor niet meer te worden misbruikt – op welk departement personeelsbeleid en materieelvoorzieningen trouwens gewichtig genoeg lijken om ze rechtstreeks in handen te geven van de minister.

Uniek is dat niet, een staatssecretaris op Algemene Zaken als adviseur van de premier. Norbert Schmelzer vervulde die functie ten tijde van het kabinet-De Quay (1959-1963) – zonder dat daarover mysterieus werd gedaan.

CDA’er Ben Bot is, anders dan Jack de Vries, ten minste tijdelijk geen vriend meer van Balkenende. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken herhaalde in een openhartig interview in NRC Handelsblad zaterdag dat de invasie in Irak in 2003 een vergissing was geweest. Zulke twijfel had hij in 2005 ook al eens laten blijken. Toen nam de minister zijn woorden in de Tweede Kamer terug, daartoe gedwongen („met het mes op de keel”) door de premier. Balkenende reageerde zaterdag vanuit Lissabon meteen kwaad door op te merken dat Bot destijds beter had kunnen aftreden. De boosheid van Balkenende zegt iets over zijn krampachtigheid als het dossier-Irak ter sprake komt – dezelfde kramp die hem steeds heeft verhinderd in te stemmen met een parlementair onderzoek naar de redenen van de Nederlandse deelname aan deze oorlog.

Maar overigens had de premier wel gelijk: als Bot op een zo essentieel onderdeel van het kabinetsbeleid blijkbaar was gedwongen tegen zijn eigen opvattingen in te handelen, had hij beter kunnen opstappen. De kwestie-Irak is en was daarvoor belangrijk genoeg.