Balkenende heeft een keertje gelijk!

Had Balkenende gelijk?Natuurlijk had Balkenende gelijk.

Het komt zelden voor, misschien is het wel voor het eerst, en grote kans dat het meteen ook de laatste keer is geweest – maar juist daarom mag het in de krant.

De MP reageerde op het interview met voormalig minister Ben Bot in het zaterdagbijvoegsel van NRC Handelsblad. In dat gesprek werd de gewezen bewindsman (van nota bene Buitenlandse Zaken) nog eens herinnerd aan zijn uitspraak uit 2005 dat ‘de vraag gesteld kan worden of de invasie van Irak wel verstandig was’, én aan het feit dat hij z’n mening twee dagen later had ontkracht met de smoes dat het ‘een slip of the tongue’ was geweest. Waarom had hij dat gedaan, vroeg de interviewer. En Bot antwoordde:

‘Ik moest wel. Met het mes op de keel werd ik gedwongen het terug te nemen’.

Toen dat zaterdag was overgebriefd naar Lissabon, waar Balkenende net wou uitrusten van zijn dappere donderpreek tegen de Afrikaanse tiran Mugabe, zei de premier:

‘Je kunt niet het ene moment zeggen dat het een slip of the tongue was en het andere moment dat het mes je op de keel is gezet. Ofwel hij was toen ongeloofwaardig, ofwel hij is nu ongeloofwaardig. Het is het een of het ander’.

Geen speld tussen te krijgen. Rare parmantige taal natuurlijk, waar weer van alles op viel af te dingen (ik zou zeggen: juist als je met een mes op de keel moet praten, is het niet onwaarschijnlijk dat je tong uitglijdt), maar we moeten niet proberen spijkers op laag water te zoeken, en ruiterlijk erkennen: Balkenende had gelijk.

Wat voor mes had Bot overigens op z’n keel?

Hij had trouwens, zei hij in het interview, eerst nog de kaart van de moraal gespeeld. ‘Het is toch zo’, had hij de minister-president voorgehouden, ‘dat je als politicus zo eerlijk moet zijn dat je wil leren van het verleden, en van de vergissingen die je hebt gemaakt?’

Goeiig. Maar hij had z’n hele leven ook gesleten in de diplomatieke dienst waar ze geen verstand van politiek hebben.

Balkenende hielp hem uit de droom. ‘Allemaal mooi voor de studeerkamer’, had hij zich van z’n machiavellistische kant laten zien. ‘Dacht je dat ze bij de Partij van de Arbeid eerlijk zijn en willen leren van hun vergissingen? Daar willen ze maar één ding: rotzooi maken tegen het kabinet. En dat kan ik niet hebben, met alle hervormingsplannen die we willen doorvoeren’.

En daar was Bot voor gezwicht. Het landsbelang! In het vraaggesprek met NRC Handelsblad zei hij het zo:

‘Daar sprak de pragmaticus. En omdat ik me daar wel in kon vinden, was ik bereid die voor mij heel moeilijke kniebuiging te maken, die tegen mijn overtuiging in ging. Het was vernederend, heel onplezierig’.

Zielig?

Even tevoren had hij gezegd dat z’n oorspronkelijke opvatting niet was veranderd, maar: ‘Mijn ministerschap was het me ook weer niet waard’.

Dus niks zielig. Gewoon z’n mening ingeslikt om minister te kunnen blijven.

Zou onze spindoctor er toentertijd nog een rol in hebben gespeeld? De verwijzing naar de oneerlijke en altijd op rotzooi gespitste Partij van de Arbeid had natuurlijk ook van Balkenende kunnen komen, maar die riep op lastige momenten naar het schijnt altijd eerst Jack de Vries naar het Torentje. Ik hoorde zaterdag een spinkenner zelfs de mogelijkheid opperen dat Jack, nog nét voor hij door zijn boezemvriend tot staatssecretaris was benoemd, ook dat recente interview met Bot kan hebben gearrangeerd, waarna hij de boze reactie aan Balkenende zou hebben gedicteerd.

Maar dat is Haagse roddel. Het harde nieuws van dit weekeinde was: Balkenende had een keer gelijk.