Zo blijft de Europese eenwording één groot misverstand

‘Europa’ wil geliefd worden. En dat is nu juist de grote denkfout. Met nieuw beleid trachten de Europese bestuurders de liefde te kopen, terwijl minder beleid pas echt wervend zou kunnen zijn.

Mark Kranenburg

Redacteur NRC Handelsblad. Oud-correspondent in Brussel.

Aan ambities nimmer gebrek in Brussel. De Week van de gelijke kansen voor iedereen, de Week van het water, de Week van de energiebesparing. Wat heeft Europa dít keer weer te bieden?

Alsof het de aankondiging van de nieuwste Broadwayproductie betreft, zo groot maakt de Europese Commissie dit elke week opnieuw kenbaar door middel van een immens, en in de avonduren hel verlicht spandoek dat de complete zijgevel van het imposante onderkomen van het dagelijks bestuur van de Europese Unie in Brussel beslaat. An Ocean of opportunities, luidt de boodschap van deze week waarmee de maritieme politiek van de Europese Unie onder de aandacht wordt gebracht.

Het is de hulpeloze schreeuw om aandacht van de zich nog altijd maar niet begrepen voelende Europese Unie. Volgende week ondertekenen de 27 regeringsleiders van de aangesloten landen in Lissabon het veelbesproken verdrag dat de EU een meer heldere bestuursstructuur moet geven. Dat laatste was althans de bedoeling toen hiervoor zeven jaar geleden de eerste aanzetten werden gegeven. De lijdensweg die het verdrag vervolgens heeft doorgemaakt van Grondwettelijk Verdrag naar Hervormingsverdrag, is zowel illustratief voor het functioneren van de Europese Unie als de geringe waardering die de EU ondervindt.

Waar dat het meest pijnlijk wordt ervaren is in Brussel zelf. Bij dat deel van de Unie dat er bij wijze van spreken van leeft. Grofweg, het Europa van de Europese Commissie en het Europa van het Europees Parlement. De Europawijk rondom het Schumanplein waar zij elkaar letterlijk tegenkomen is hun biotoop. Vrijwel dagelijks bevestigen zij elkaars bestaansrecht. Hier zitten de representanten bij uitstek van het ‘Brussel vooruit’-denken. Hoe meer vanuit de Europese gezamenlijkheid hoe beter, is bij de meesten nog altijd het leidend beginsel. Zelfbeperking is een onbekend woord. Zo bouwt de Brusselse combine van Parlement en Commissie verder aan het Europese luchtkasteel. Voor een Europa dat net zo grenzeloos opereert als zijzelf in hun eigen geschapen Brusselse werkelijkheid.

Een kleine vier jaar correspondent voor deze krant in dat even vervreemdende als fascinerende Brussel. Vier leerzame jaren. Jaren waarin de Europese Unie qua landenaantal bijna verdubbelde. Tevens jaren waarin de Europese Unie als gevolg van opstandig gedrag van Franse en Nederlandse burgers in een ernstige identiteitscrisis kwam te verkeren. En jaren ten slotte waarin ondanks alles, Europa haast ongemerkt toch weer ‘best wel belangrijker’ werd. Ga maar vragen aan de VN, de wereldhandelsorganisatie WTO of de advocaten van Microsoft.

Vier jaren dichtbij de Europese machinerie. Ze toonden een veel te zware motor voor een nog altijd bescheiden voertuig. Oftewel een overambitieus Brussels bestuur met bijbehorende bureaucratie versus maar mondjesmaat meewerkende lidstaten. Zoiets moet een keer fout lopen. Dat gebeurde dan ook zoals de gang van zaken rond het Europees grondwettelijk verdrag heeft aangetoond.

‘Het betere is de vijand van het goede’, zegt het spreekwoord. Dat geldt bij uitstek voor de Europese Unie. Brussel dreigt telkens weer in zijn eigen pretenties te verdrinken. Maandenlang werd gesproken over een directe EU-betrokkenheid bij Afghanistan. Het zijn uiteindelijk 160 moeizaam bij elkaar gesprokkelde politiemensen geworden. Dat wil zeggen: op papier. Een aanbod waarmee de Unie het lachertje van de internationale gemeenschap werd.

Europa zou in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld worden, was het doel dat de Europese regeringsleiders zich begin deze eeuw in Lissabon stelden. Het ‘Lissabonproces’, goed voor oneindig veel extra vergadersessies was geboren. De jaren daarop groeide zowel de economie van de Verenigde Staten als die in Azië vele malen sneller dan de Europese. Het 2010-streven werd twee jaar geleden dan ook maar losgelaten.

De illegale migratie ten slotte. Hoeveel malen verscheen Europees Commissaris Franco Frattini (Justitie) niet in de openbaarheid om te verklaren dat de Europese Unie gezamenlijk ten strijde zou trekken tegen de stroom illegalen uit Afrika die op de kusten van landen als Italië, Spanje en Malta landden. Ook dit ontaardde weer in een bedeltocht langs lidstaten met een wederom zeer bescheiden resultaat.

Grote woorden, kleine daden. Zo weet de Europese Unie zichzelf altijd weer in de weg te zitten. Verblind door de ambities dreigt de realiteit uit het oog te worden verloren. En zo draaien de Brusselse diensten verder: een Europese aanpak van obesitas, Europese regels voor de aankoop van milieuvriendelijke voertuigen op gemeentelijk niveau, Europese regels tegen zonnebrand.

Het ‘nee’ in Frankrijk en Nederland tegen het Grondwettelijk Verdrag is alom uitgelegd als een wake up call voor de EU. De spreekwoordelijke Europese trein was te lang doorgereden zonder acht te slaan op de passagiers, luidde de deemoedige analyse van de veroordeelden. Om vervolgens alle noodremmen uit diezelfde trein te blokkeren. Want dat bevolkingen van EU-landen nóg eens de mogelijkheid krijgen zich per referendum over het verenigd Europa uit te spreken, is de afgelopen maanden zoveel mogelijk uitgesloten. Als bestuurders zo weinig geloof in eigen overtuigingskracht hebben, zegt dat veel over het project waarvoor die steun moet worden verworven.

Niet verwonderlijk als de negatieve benadering vooropstaat. Neem minister-president Balkenende in juni van dit jaar nadat de regeringsleiders een akkoord hadden bereikt over het nieuwe Europees Verdrag. „Het is een gewoon wijzigingsverdrag geworden”, zei de premier in de Tweede Kamer, om daarna een opsomming te geven van wat er allemaal volgens hem terecht niet in het Verdrag stond.

Met een dergelijke instelling valt een toch al sceptisch electoraat natuurlijk nooit te overreden. Bij overtuigde Europeanen wordt de Nederlandse regering vanwege deze houding gebrek aan bevlogenheid verweten. Maar daar gaat het helemaal niet om. Europa hoeft niet uitgelegd te worden als een prachtige constructie.

Dat gold vlak na de Tweede Wereldoorlog toen het Europese eenheidsstreven synoniem was voor het ‘nooit-meer-oorlog-ideaal’. Nu is een sterk, gezamenlijk en gestroomlijnd Europa een zaak van welbegrepen eigenbelang. Maar ook dát offensieve verhaal wordt niet verteld. Zo blijft Europa één groot misverstand.

De Europese Unie heeft een imagoprobleem, dat is duidelijk. Zeker in Brussel wordt dit als erg ervaren. En dan wordt er weer geklaagd dat het publiek maar niet warm wenst te lopen voor Europa, hún Europa. De vraag is of dit nu werkelijk zo onrustbarend is. Welke burger houdt nu van zijn overheid? Besturen roept geen dankbaarheid op, maar wordt in het beste geval gezien als een noodzakelijk kwaad. Dat besef is in Brussel nog niet echt doorgedrongen. Krampachtig blijft maar beweerd worden dat Europa het beste met zijn burgers voor heeft. Zie de onnozele reclame-uitingen voor eigen activiteiten aan de gevels van de Europese gebouwen.

Onzin natuurlijk, ook Europese politiek is in de meeste gevallen een zero sum game. De winst voor de één is het verlies voor de ander. ‘Goedkoper mobiel bellen in het buitenland dankzij ons’, kraait de Unie. Alsof de telefoonbedrijven hun verminderde roaming-opbrengsten niet elders op de telefoonabonnees zullen verhalen.

Politiek is keuzes maken. Dat leidt de ene keer tot boze boeren, de andere keer tot boze industrieën en weer een volgend keer tot boze landen. Hoe bozer de buitenwereld, hoe beter: het betekent in elk geval dat Europa ertoe doet. Maar in Brussel wordt er liever weer een nieuwe, ongetwijfeld peperdure communicatiestrategie tegenaan gegooid die de verworvenheden van het Verenigd Europa voor ons allemaal nog eens uiteenzet. Want Europa wil geliefd worden. Maar dat is nu juist de grote denkfout. Met nieuw beleid tracht men de liefde te kopen, terwijl minder beleid pas echt wervend zou kunnen zijn.

Europa krijgt dus nu een nieuw Verdrag. Een onleesbare tekst, met tal van verwijzingen die ook nog eens vol zit met uitzonderingsbepalingen. Wat dat betreft is het in alles een authentiek Europees Verdrag. Alle wijzigingen die reeds in het verworpen Europees Grondwettelijk Verdrag stonden om de uit steeds meer landen bestaande Europese Unie doelmatiger te kunnen besturen, zijn in het Verdrag teruggekeerd. Europa kan verder, weliswaar op een ingewikkelder wijze dan die zoals de bestuurselite zich indertijd had voorgesteld – maar nog altijd in dezelfde richting.

Toch zal Europa tevens op een andere manier verder moeten, wil het nog enigszins aansluiting houden bij de burgers. Dat de Europese Unie bestaansrecht heeft, betwijfelt nauwelijks iemand. Zolang Europese samenwerking een logisch gevolg is van externe ontwikkelingen is er meestal geen probleem. De zich onder andere in globalisering vertalende trend van schaalvergroting is een gegeven. Europa zorgt voor de bijbehorende bestuursstructuur. Handelsblokken elders, vergen handelsblokken hier. Europese milieuproblemen vragen Europese antwoorden. Weinigen die dit zullen aanvechten.

Mis gaat het pas als zo’n organisch gegroeide samenwerking een geheel eigen dynamiek gaat ontwikkelen, waardoor geaccepteerde grensoverschrijdende samenwerking tot niet-geaccepteerde grensvervagende samenwerking gaat leiden. Dat is wat in de Europese Unie telkens gebeurt, omdat Brussel zich niet weet in te houden. Dan wordt Europa in de ogen van de buitenwereld een bedreigende, bemoeizuchtige en oncontroleerbare veelvraat. Met als gevolg dat ook geen zicht meer is op de vele goede dingen van de Europese Unie.

Nu Europa de mijlpaal van een nieuw Verdrag eindelijk lijkt te bereiken, wordt al weer gefilosofeerd over nieuwe doelen en projecten. Maar het beste wat de Unie kan doen, is de eigen obesitas aanpakken. Want het beste Europa is nog altijd een bescheiden Europa.