Stoppen na de bachelor wordt niet normaal

Volgens onderwijsminister Plasterk moet het normaal worden om met een bachelordiploma de arbeidsmarkt op te gaan (NRC Handelsblad, 3 december). Een masteropleiding mag best duurder worden, en moet gezien worden als een afzonderlijke investering in de toekomst.

Op zich heeft Plasterk gelijk: in veel van de banen waar afgestudeerden met een masterdiploma in terechtkomen zijn de kennis, vaardigheden en competenties verworven in een bacheloropleiding voldoende. Echter, deze redenatie doet geen recht aan het feit dat onderwijskwalificaties een relatief goed zijn. Op de arbeidsmarkt is het niet alleen belangrijk hoeveel men geleerd heeft, maar vooral hoeveel men geleerd heeft in vergelijking met anderen.

Wanneer studenten voor de keuze staan om na een bachelor een baan te zoeken of een masteropleiding te volgen, zijn zij onwetend over de keuze die andere studenten maken. Als andere studenten en masse een masteropleiding volgen, verliest een bachelordiploma zijn waarde, zelfs voor banen waar de geleerde vaardigheden voldoende zouden zijn. Om deze onzekerheid het hoofd te bieden zullen studenten sterk geneigd zijn om wel een masteropleiding te gaan volgen. Hiermee zitten zij in een studentendilemma dat zal leiden tot een suboptimale uitkomst: te veel studenten volgen een (dure) masteropleiding terwijl het op macroniveau efficiënter zou zijn geweest om dit niet te doen.

Nieuw ingevoerde diploma`s, zoals het bachelordiploma maar ook de tweejarige associate degree in het hbo, zullen vooral aantrekkelijk zijn voor studenten die deze diploma`s willen behalen na de opleiding die anders de laatste opleiding zou zijn geweest. Het is onwaarschijnlijk dat nieuwe diploma`s aantrekkelijk zijn voor degenen die anders juist langer waren doorgegaan met studeren.