Sergio kwam, wisselde en werd vrijgesproken

Wie staat er voor de rechter en waarom? De Roemeen Sergio doet de wisseltruc en gaat met 150 euro extra weg. Toch wordt hij niet veroordeeld.

Zelfs het klasje advocaten in opleiding wordt het te gortig. Veroordelen die vent, roept er een van achter uit de rechtszaal in Amsterdam. Elke stoel in de zaal is bezet, jonge mensen in dienst bij verschillende advocatenkantoren. De meisjes zitten aan de ene kant, bij hun mentor. De jongens, de een in pak met bruine schoenen, de ander in spijkerbroek, aan de andere kant.

Alleen het verdachtenbankje is leeg. Sergio, geboren in Roemenië, is niet verschenen. Zijn advocaat is er wel. Maar die is, zegt hij, niet gemachtigd. Hij is opgeroepen om de Roemeen te verdedigen, betaald door de Nederlandse staat, maar hij heeft de verdachte nog nooit ontmoet en is dus ook niet officieel door hem ingesteld. Nu mag hij niet pleiten voor de Roemeen. Maar hij is toch maar naar de zitting gekomen, zegt hij. Voor het geval de verdachte ineens opduikt. Hij kijkt achterom naar het advocatenpubliek. „Straks is hij er wel, en ik niet.” Dat is, zegt hij, niet netjes. De Roemeense tolk is er ook. Maar die mag met een briefje van de rechter weer naar huis.

De rechter neemt, samen met de officier van justitie, hardop en bladzij voor bladzij het dossier van de Roemeen door. Dat is óók heel netjes.

De Roemeen was ergens in juni op een dame in een auto afgestapt. Of ze geld kon wisselen. Change, change. Zij pakt haar portemonnee, hij begint een lang verhaal in een taal die zij niet begrijpt. Een verhaal met veel armgebaren. Armgebaren die zich precies afspelen boven de portemonnee. Hoe hij het gedaan heeft, geen idee, maar hij liep weg met het wisselgeld en 150 euro extra. De vrouw achter hem aan. Woedend. Toen gaf hij haar 50 euro terug.

De vrouw deed aangifte. Een getuige die de man bezig had gezien, meldde zich bij de politie.

De politie liet de getuige zes foto’s zien, waaruit hij de verdachte moest kiezen. Dat heet een Oslo-opstelling. Zoals je het in de film ziet, met zes verdachten op een rij.

De getuige wijst meneer 3 aan. Dat was inderdaad de Roemeen die er vandaag had moeten zijn. Maar even later ziet hij foto 6. Hij is even stil, maakt een aantekening. Hij denkt, zegt hij, dat 3 het is, maar meneer 6 lijkt een beetje op hem. „Qua gevuldheid van het gezicht.”

De beroofde vrouw mag in een boek met foto’s bladeren. Zij pikt haar Roemeen er meteen tussen uit.

De rechter en de officier hebben de foto’s ook in hun dossier. Nou, zegt de rechter tegen de officier, die 3 en 6 lijken dus totáál niet op elkaar. De officier bekijkt ze nog eens nauwkeurig. Nee, zij begrijpt het ook niet.

De Roemeen moet een verklaring komen afleggen op het politiebureau. Onmogelijk, zegt hij, dat hij de dader is. Hij was niet eens in Nederland in de periode dat de vrouw werd opgelicht.

De politie heeft een computersysteem. En daar staat in dat dezelfde Roemeen rond die periode in Friesland is aangehouden. Daar zou hij de wisseltruc ten minste vijf keer hebben gebruikt. Dan duikt er ook nog een vliegticket uit die tijd op, waarop toch echt staat dat hij naar Nederland is gevlogen.

Je zou denken: uitgemaakte zaak. Maar nee. De rechter en de officier borduren nog wat verder op de foto’s. Die getuige, besluiten ze, dat was toch echt geen eenduidig positieve herkenning. Geen bewijs dus.

Dit is het moment waarop de advocaten in de zaal onrustig worden. Hadden ze niet net geleerd dat zij het bewijs net zo lang moeten omdraaien tot het geen bewijs meer is?

De officier hakt haar knoop door. Zij vindt de ‘modus operandi’ en de leugenachtige verklaring verdacht genoeg. Zij vindt dat de man zes weken cel moet krijgen wegens ‘zakkenrollerij met trucs’.

De rechter richt zich op. Toch, zegt ze, spreek ik hem vrij. Ze kijkt er bijna schuldig bij. Ongetwijfeld doet hij die roltrucs, zegt ze. En vaak ook. En ja, hij heeft gelogen bij de politie. Maar toch, zo’n getuige die hem eerst wel herkent maar later twijfelt. Nee, ze is niet overtuigd.

De zitting heeft een uur geduurd. Erg lang, excuseert ze zich tegen de advocaten. Maar het is ook nogal wat. Stel je voor, zegt ze. Straks komt die man weer in Nederland en draait ie zo maar zes weken de cel in.