Overal schermen

Het aantal beeldschermen groeit explosief. Thuis en in de openbare ruimte. Zit iemand daarop te wachten?

‘Castro overleden”, staat er in witte letters op het beeldscherm. Daarna begint het filmpje, een minidocumentaire zonder geluid. In amper een minuut trekt het leven van wijlen de Cubaanse dictator aan ons voorbij. Af en toe verschijnt een tekst om de beelden van enige context te voorzien.

Deze minidocumentaire is een experiment van actualiteitenprogramma Nova, bedoeld om uit te zenden op beeldschermen in trein, bus of metro, vertelt Michel Mol. Hij is directeur innovatie en nieuwe media bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). „Je kunt zo’n documentaire betitelen als televisie zonder geluid. Wij noemen het liever een tijdschrift met beweging. Als ik programmamakers vraag een documentaire van één minuut te produceren, zeggen ze op de redactie: ‘Moet het een promo zijn voor een langer programma?’ Dat is niet de bedoeling, want we willen hier en nu een verhaal vertellen.”

Schermen, en ook de mobiele telefoon, worden volgens Mol net zo belangrijk als radio of televisie nu zijn. „Onze missie is niet het maken van televisie, maar om publieke audiovisuele boodschappen bij de mensen te brengen. We moeten met de tijd meegaan.”

Het aantal beeldschermen in de openbare ruimte groeit explosief. Een jaar geleden waren het er nog zestienduizend. Uit een gezamenlijk onderzoek van drie gespecialiseerde websites (zie kader) blijkt dat het aantal inmiddels de vijfentwintigduizend is gepasseerd. Van het openbaar vervoer en gemeentehuizen tot supermarkten en benzinestations, overal wemelt het van de schermen in allerlei formaten.

Ook in ons privéleven is het aantal beeldschermen de afgelopen jaren drastisch toegenomen. We bezitten twee of meer televisies en hebben vrijwel allemaal één of meerdere computers met een breedband internetverbinding. In de auto vinden we de weg met behulp van een navigatiesysteem. Achterin zit een dvd-speler voor de kinderen. Ook op iPods en mobiele telefoons kunnen we tegenwoordig filmpjes bekijken. Sommige koelkasten worden tegenwoordig standaard uitgerust met een tv-schermpje in de deur.

De wildgroei aan schermen is voor een groot deel te danken aan de sterk verbeterde techniek. De beeldkwaliteit van de beeldschermen zelf, groot en klein, is er flink op vooruitgegaan. Dankzij technieken als UMTS en DVB-T (de digitale techniek om beeld en geluid via de ether te verspreiden) neemt ook de uitzendkwaliteit van de filmpjes toe.

Maar zitten we wel te wachten op de ‘content’, zoals dat tegenwoordig zo modieus heet, voor al die duizenden schermen? Willen we de hele dag ‘geprikkeld’ worden door audiovisuele boodschappen van omroepen, adverteerders, producenten, publieke instellingen en al die andere partijen die zich via beeldschermen tot ons wenden?

Michiel Buitelaar denkt van wel. Bij KPN zette hij als directeur consumentenmarkt de televisietak op. Daarna adviseerde hij Cyrte, de investeringsmaatschappij van John de Mol. Inmiddels is hij Director Digital Media & New Business bij Endemol International. „Als je mensen vraagt of ze zich ergeren aan al die schermen, zal de meerderheid die vraag ongetwijfeld met ‘ja’ beantwoorden. Maar hun gedrag laat vaak iets anders zien.” In 1993 was was hij namens KPN betrokken bij een marktonderzoek naar GSM-telefonie. „Toen vroegen we mensen: ‘Wilt u bereikbaar zijn bij de groenteboer?’ Meer dan 95 procent vond destijds van niet. Zij zullen daar nu anders over denken.”

Bovendien, zegt Buitelaar, denken we wel dat we het heel druk hebben, maar dan nog blijven er op een dag heel wat zogenoemde killing time-momenten over. „Momenten waarop we even niets te doen hebben. En is het dan zo erg om geconfronteerd te worden met een boodschap op een scherm? Tel daarbij op dat we steeds beter in staat zijn meerdere dingen tegelijk te doen. In de trein kun je prima de krant lezen en tegelijkertijd naar een scherm kijken. In de supermarkt kun je winkelen en op hetzelfde moment op een scherm zien hoe je het beste een karbonaadje kunt bakken. Kijk eens naar meisjes van twaalf jaar: die doen vier, vijf dingen tegelijk. Je kunt de huidige mediaconsumptie vergelijken met snacken. En als je die lijn doortrekt, kun je al die schermen beschouwen als een grote automatiek, waarin alle snacks van je gading te vinden zijn.”

De kwaliteit van de programma’s op de schermen laat nog te wensen over. Veel schermen komen niet verder dan het laatste nieuws over Paris Hilton. Of ze spuwen een veelheid aan reclameboodschappen uit. Maar volgens Michel Mol van NPO keert het tij. „Die schermen hebben nu nog een beetje een ranzig imago, maar de kwaliteit van de uitzendingen gaat snel vooruit.”

Onlangs bezocht hij het RAI Congrescentrum in Amsterdam. Daar gebruiken ze volgens hem schermen op een geavanceerde manier. Via speciale boodschappen kunnen ze bijvoorbeeld bezoekers naar stands lokken die minder druk zijn. „De content kan van minuut tot minuut worden aangepast. De RAI produceert alles zelf. Bij de uitgang hangen zelfs schermen met de tekst: ‘Some fine hotels near here.’ Is dat service van de RAI of reclame? Het is een ‘infomercial’. Daarmee kun je geld verdienen, want het is nuttige informatie voor de bezoekers van de RAI. Zij slagen er heel goed in om de schermen tot hun recht te laten komen binnen hun eigen context. Dat is ook precies de kunst die je moet verstaan.”

Bij de publieke omroepen denken ze volgens Mol veel na over de vraag hoe de tv-programma’s een plek kunnen krijgen op beeldschermen in de openbare ruimte. „Wil je dat het NOS Journaal in de bus te zien, ingeklemd tussen flitsen van RTL Boulevard en een reclamespotje voor de Chinees op de hoek? Wil je dat niet de alleractueelste NOS Headlines op een scherm in een vliegtuig te zien zijn omdat het nieuws tijdens de vlucht niet kan worden bijgewerkt?”, vraagt Mol.

Hij vertelt dat in vergelijking met traditionele televisie er behoorlijk wat haken en ogen zitten aan het uitzenden via schermen. „We komen er steeds beter achter wat wel werkt en wat niet. Teletekst één-op-één ‘doorprikken’ naar een openbaar scherm werkt niet. Als er geen bewegend beeld wordt getoond dan denken mensen dat er een storing is. Eerst riepen de actualiteiten- en nieuwsredacties dat hun programma niet mocht worden opgeknipt, maar inmiddels snappen ze dat je bepaalde items slim kunt hergebruiken.”

De Nederlandse Spoorwegen maakten afgelopen week bekend dat er voorlopig geen schermen komen in de treinen. Het samenwerkingsverband met KPN werd beëindigd. Volgens NS waren de plannen „te grootschalig en economisch niet haalbaar.” Michel Mol van NPO denkt dat schermen wel degelijk rendabel te maken zijn, mits de kwaliteit van de content hoogwaardig is.

Als traditioneel tv-producent is Endemol hard bezig zich om te vormen tot een bedrijf dat voor verschillende mediatypen inhoud levert. Buitelaar: „Onze klanten vragen dat ook. De BBC neemt alleen nog maar, zoals ze dat zelf noemen, ‘360 graden-programma’s’ af. Dat zijn concepten die toepasbaar zijn voor allerlei mediatypen, inclusief het mobieltje. Televisie maken voor de mobiele telefoon is een vak apart. Dat mobieltje zit de hele dag in de zak van de eigenaar, dus je moet een bepaalde intimiteit weten te creëren. Daarnaast denk ik dat je voor het mobieltje vooral korte filmpjes moet maken. Grapje hier, doelpunt daar, nieuwsflits. Dat werk. Ik vraag me af of traditionele omroepen als SBS of RTL het gezellige avondje op de bank kunnen vertalen naar een mobiele telefoon.”

Menno van Leeuwen, Sector Banker Media & Technologie bij ABN Amro, was opdrachtgever van een rapport over de mediasector in 2015. „Ik denk dat traditionele dagbladuitgeverijen een grote kans maken om straks heel veel content te gaan leveren. Zij hebben een lange historie als het gaat om het maken van degelijke inhoud. De uitgever van De Telegraaf heeft bijvoorbeeld al een eigen tv-tak en ook NRC Handelsblad maakt televisie. Als die uitgeverijen hun traditionele medium een beetje kunnen loslaten, denk ik dat zij kunnen uitgroeien tot de content development-fabrieken waar straks behoefte aan is.”

Van Leeuwen verwacht dat het aantal schermen voorlopig nog zal blijven groeien. Met een beetje handigheid kan elke organisatie zijn eigen tv-station beginnen en dat zullen ze volgens hem ook doen.

Michiel Buitelaar (45) was onlangs in Zuid-Korea. „Daar is de opmars van schermen al veel eerder begonnen. Terwijl ik in het zwembad mijn baantjes trok, zag ik allerlei schermen aan de muur hangen. In de sauna keek ik vervolgens gezellig naar een partijtje golf. En dat terwijl ik van de generatie ben die nog heeft meegemaakt dat er een televisie in huis kwam.”