Laat je niet opfokken

Heeft partijleider Mark Rutte nog een toekomst als gezicht van de VVD? Wat te doen met concurrenten Wilders en Verdonk: negeren, bestrijden of juist doodknuffelen? Vandaag is de VVD bijeen in ledenvergadering. Zes deskundigen geven gratis advies.

De VVD

Tom van der Lee: „Bij de VVD bestaat van oudsher een kloof tussen economisch liberalisme en cultureel conservatisme. Bolkestein was de laatste leider die deze spagaat kon overbruggen. Maar omdat hij zijn cultuurkritiek vernauwde tot buitenlanders, resteert dat beeld van onze cultuur die wordt bedreigd door een tsunami van allochtonen. Dat spijt Bolkestein nu, denk ik: hij was de wegbereider voor Wilders en Verdonk.

Het lijkt me voor de VVD electoraal verstandig om nu naar een eigen thema te zoeken. De christen-democraten waren veel sneller en slimmer door normen en waarden te politiseren. Iedereen moest daar eerst om lachen, maar zij hebben stug doorgezet, en met succes.”

Frits Spangenberg: „Het liberalisme is, net als alle andere -ismen, niet meer van deze tijd. Het gaat in de politiek nu in de eerste plaats om mensen, personalities, en meteen daarna om issues. Zoals de SP zich duidelijk voor de uitgesloten burger uitspreekt, zo moet de VVD pal staan voor de zelfredzame burger.

Het geheim voor een terugkeer van de VVD ligt in het leggen van verbanden tussen twee groepen. De eerste groep, die ik voor het gemak het kamp-Wiegel noem, heeft in moreel en materieel opzicht de buit al binnen. De tweede groep is wel slagvaardig, maar heeft zijn schaapjes nog niet op het droge. Zij maken zich zorgen, met name over hun veiligheid en over hun bezit. De VVD is er de partij bij uitstek voor om die mensen aan te spreken.”

Edwin van de Haar: „De VVD doet het alleen goed als de Vinex-wijken blij zijn. Rutte had het in het begin over die vrouw met uitkering in het Haagse Laakkwartier die zich ook tot de VVD aangetrokken moest voelen, maar dat is onzin. Met zijn verhaal over de ‘hardwerkende Nederlander’ bij de Algemene Beschouwingen corrigeerde hij dat weer een beetje.”

Van der Lee: „Ruttes ‘hardwerkende Nederlander’ slaat nog niet echt aan, omdat het economisch te goed gaat. Hij moet ook iets robuusters vinden dan ‘leuke dingen voor de mensen in de file’. Er is een ideologische herbronning nodig: wat is liberalisme anno 2007? Hoe profileren de Britse Tories zich? Wat verklaart het succes van gouverneur Schwarzenegger in Californië? Zij slagen erin om andere, voorheen vaak linkse thema’s de conservatieve hoek in te trekken. De normen en waarden zijn al van het CDA, maar het milieu lijkt me wel een serieuze optie, kijk maar naar Schwarzenegger.”

Van de Haar: „De VVD dient een radicaal liberaal alternatief te bieden. De campagneleus voor 2010 zou kunnen luiden: ‘Vertrouw op eigen kracht’. In het verkiezingsprogramma van 1994 stelde de VVD een basisstelsel voor, zodat verdere overheidsbemoeienis kon worden afgeschaft. Dat was een mooi, de VVD waardig voorstel. Nu prevaleren pragmatisme en opportunisme al tien jaar boven idealisme, omdat men zo nodig moest meeregeren. Politieke compromissen moesten steeds als idealen worden voorgesteld. Daaraan maakte Dijkstal zich schuldig, toen Zalm, en daarna Van Aartsen. Rutte moet het puin van tien jaar ruimen.”

Jacques Monasch: „De VVD lijkt op de Britse Tories, met twee stromingen in de partij die men maar niet op één lijn krijgt. Ik benijd ze niet. Rutte zit klem, omdat hij geen keuzes maakt. De VVD doet slechts aan het management van eigen angst. Dan komen ze met leuke plannetjes voor het verkeer: dat is zo doorzichtig!

Als Rutte lef heeft, dan gaat hij voor een uitbraakstrategie. Er bestaat een groot zwevend, kosmopolitisch, links-liberaal electoraat dat op VVD, D66, Groen Links of PvdA stemt. Misschien moet hij die groepen proberen te bundelen. Ook bij het CDA liggen kansen. Kijk wat er in de week na Prinsjesdag gebeurde, iets wat bijna iedereen over het hoofd zag: het CDA kelderde in de peilingen opeens met zeven zetels. Boem! Dat was ook dankzij Rutte, met zijn retoriek over ‘het tweede kabinet Den Uyl’. De PvdA ging heel goed die week, de rechterkant van het CDA liep tijdelijk leeg. Als het Rutte lukt om het CDA in de linkse hoek te drukken, dan valt daar veel te winnen.”

Erik van Bruggen: „Iedereen vergeet nu dat de VVD het grootst was onder Paars. Ik denk dat de VVD een gematigde, liberale middenpartij kan zijn, met een ‘law and order’- programma op menselijke maat. Streng doch humaan. Bij GroenLinks, D66 en de PvdA bestaat ook een gematigd liberale stroming, die wel een dynamische arbeidsmarkt wil. Zeker binnen de PvdA is die groep heel ontevreden: daar kan niks meer omdat men zo bang is voor Jan Marijnissen. In dat midden ligt een groot electoraal potentieel, veel meer dan op de rechtervleugel. In mijn eigen kennissenkring zie ik dat mensen moe worden van SP en PVV. Ze zoeken een serieus alternatief, maar wel met een ‘sterke, betrouwbare leider’.”

Mark Rutte

Edwin van de Haar: „Rutte moet zijn eigen wiel opnieuw uitvinden. Hij moet liberale werken lezen, liberale denktanks organiseren en ook met radicale geluiden in debat durven gaan. Nu zwabbert hij. Bij de Algemene Beschouwingen maakte hij een paar perfecte punten, zoals dat de huidige regering kennelijk beter dan de burgers zelf weet waar zij hun geld aan moeten uitgeven. Maar daarna richtte hij zich weer op klein grut: geldbedragen, en waarin de overheid wel of niet moest investeren. Terwijl de Algemene Beschouwingen hét moment zijn voor weidse vergezichten. Bolkestein was daar een meester in.”

Ernst Bakker: „Rutte lijkt me een keurige, jonge democraat, een nette politicus. In de politiek gaat het om je houding. Je moet consequent zijn en volharden in je standpunten, ook al zijn die niet altijd even populair. Met keurigheid word je niet meteen de grootste partij, maar moet dat per se? Jan Terlouw heeft door zichzelf trouw te blijven D66 naar zeventien zetels weten op te stuwen. Rutte moet zich niet laten opfokken en minder naar de peilingen kijken.”

Frits Spangenberg: „Boeken lezen is goed, maar Rutte is al zo’n studiebol. Hij moet vooral zijn oor te luister leggen, het land door en het echte, dagelijkse gemopper aanhoren, en daarnaast binnen de VVD een team vormen met mensen van statuur. Hij is een briljante jongen, maar hij is te jong en te snel op deze plek terechtgekomen. In zijn eentje lukt het hem niet om de VVD weer op koers te krijgen. Daar zijn een paar net zo sterke, slimme mensen als hij voor nodig.”

Tom van der Lee: „Rutte kan terugkomen uit zijn underdogpositie, maar hij heeft dat niet helemaal in eigen hand. De anderen moeten fouten maken, vrouwe Fortuna moet hem een handje meehelpen. En dan moet hij wel zijn kansen grijpen. Zijn positie is vreselijk lastig. Werpt hij zich als oppositieleider op, dan wordt hij in de rug aangevallen. Een strijd op twee fronten.”

Erik van Bruggen: „Rutte zigzagt nu tussen conservatief-populistisch en links-liberaal. Hij moet kiezen. Ik geloof in authenticiteit. Een leider moet zeggen waar hij voor staat, kiezers hebben het direct door als je niet echt bent. Dus kan Rutte niets anders dan een optimistische, liberale boodschap brengen.

Ik vind hem slim en een prima spreker, maar hij is geen bevelhebber, geen vader des vaderlands. En dat is wat het land zoekt. Rutte behoort tot een weinig inspirerende generatie politici. Jan Marijnissen is de enige met autoriteit, maar die is te radicaal.”

Jacques Monasch: „De tragiek van Rutte is dat hij drie jaar geleden de coming young man was, en dat is hij nu nog. Hij blíjft maar jong, hij blijft maar komen. Ze zullen hem nooit als leider zien.

Rutte is Dijkstal, maar dan zeven jaar later. Hij heeft zijn kans gehad om zich te profileren, maar hij had Verdonk niet alleen als crisismanager tegemoet moeten treden. Hij zag haar louter in het kader van damage control; niet als asset maar als liability, zoals ze het bij de VVD zouden zeggen. Hij had Verdonk als zijn nummer twee moeten gebruiken en haar die portefeuille integratie moeten geven, ter meerdere eer en glorie van de partij. Een sterke leider met een sterke groep mensen. Nu is het te laat. Ik geef hem dus weinig kans. De gemeenteraadsverkiezingen in 2010 worden zijn eindexamen: erop of eronder. Vroeger waren die drie maanden voor de landelijke verkiezingen, dan kon je niet meer van leider wisselen. Nu ligt er veertien maanden tussen en kan de VVD dus zijn knopen tellen. Scoort de VVD slecht, dan wordt Kamp de opvolger van Rutte, dat is helder. Er bestaat binnen de VVD een sterke bestuurlijke stroming, mensen als Ed Nijpels en Frank de Grave, voor wie de rechtse Kamp aanvaardbaar is. Hij kan als enige in de schoenen van Wiegel of Bolkestein staan en de tegenstellingen binnen de partij overbruggen.”

Wilders en Verdonk

Edwin van de Haar: „Wilders en Verdonk zijn one issue-figuren die er nu wat dingen bij verzinnen. Wilders’ Kamerleden spelen niet veel klaar, en Verdonk moet het van haar adviseurs hebben. De VVD moet die twee maar even links laten liggen. Van Wilders vinden mensen het ruige imago wel aantrekkelijk, maar ze zijn niet gek. De meesten willen gewoon een leuke baan, niet al te lange wachtlijsten in het ziekenhuis, en niet te lang in de file staan. Daarop moet je inspelen.”

Frits Spangenberg: „VVD-ers die twijfelen, wijken óf ver naar links óf ver naar rechts uit. Een deel van de achterban kwam zo bij Wilders en Verdonk terecht, maar die steun is hol, het is vooral een protestgeluid. Met een klein, intelligent team aan het hoofd kan de VVD die mensen terugkrijgen. Maar dan moet wel eerst de interne polarisatie worden opgelost. Daar gaat nu te veel energie in zitten, en het staat niet goed.”

Jacques Monasch: „Concurreren met Verdonk en Wilders is Rutte niet gegeven: het origineel bestrijden is het moeilijkste dat er is. Je blijft namaak. Als je minderheden en integratie niet van de agenda kunt krijgen, is het de kunst om de ‘originele leider’ niet te bekritiseren, maar zijn zorgen juist te onderschrijven – waarna je een groot ‘MAAR’ laat volgen. Dat doe je zo: ‘Wilders heeft gelijk, maar wij kunnen er ook bestuurlijk iets aan dóen’.

Rutte laat op dat punt kansen lopen. Toen Doekle Terpstra deze week dat idee van een beweging tegen Wilders lanceerde, had Rutte meteen keihard stelling moeten nemen als kruisridder van het vrije woord: ‘U ontneemt Wilders het recht op zijn mening’. En daarop meteen laten volgen: ‘Maar de VVD …’

Zoals Rutte Wilders en Verdonk nu te lijf gaat, is fataal. Zo’n opiniestuk [in de Volkskrant van 27 november, red.] waarin hij ze verwijt dat ze dingen beloven die ze niet kunnen waarmaken. De kiezers denkt: hallo, dat doet elke politicus toch? Of dat de problemen te complex zijn voor simpele slogans: een klassieke blunder. De kiezer denkt dan: die Rutte, dat is zo’n vergadertijger die ons alleen maar vertelt hoe ingewikkeld de zaken zijn, maar zelf heeft hij geen oplossingen.

Het probleem is: Rutte scoort met zulke bezweringen in eigen kring. Hoogleraren, burgemeesters en Kamerleden kloppen hem op de schouders: goed gedaan, je neemt het op voor de beschaving! Die denken dat je het Nederlandse volk dan wakker schudt. Zoals Ad Melkert (PvdA), die Fortuyn bestreed met ‘Nederland, wordt wakker!’

Als je Verdonk aanpakt op haar gebrek aan diepgang ga je ook onderuit: dat komt arrogant over. De VVD brengt nu op een kinnesinne-achtige manier in het nieuws dat Verdonk bij cruciale debatten niet in de Kamer verschijnt. Terwijl je ook kunt zeggen: mevrouw Verdonk verzuimt! Op kosten van de belastingbetaler gaat ze liever naar Sri Lanka dan haar werk te doen in de Tweede Kamer! Kunt u zich op uw kantoor dat soort gedrag veroorloven?”

De ledenvergadering

Erik van Bruggen: „Rutte moet zaterdag meteen het podium op met een inspirerend verhaal. Uit zijn hoofd, zonder papiertjes. Dit ben ik, hier sta ik voor. Alleen zo straal je leiderschap uit.”

Tom van der Lee: „De ledenvergadering is cruciaal. Ze knijpen hem in de VVD-top: wie komen er opdagen? Misschien wel andere mensen dan de vorige keer, toen Verdonk uit de fractie was gezet en Rutte het nipt redde. De vraag is of de aankondiging van het hoofdbestuur om in mei op te stappen genoeg is om de strijdbijl te begraven. Ik denk van wel, de VVD-leden zullen toch beseffen dat een verdeelde, stuurloze partij kansloos is.

De rol van de ereleden binnen de VVD is veel te groot. Dat krijg je met een partij waarin het om personen draait en niet om ideologie. Het is bespottelijk hoe Wiegel daarmee omgaat, hij brengt de partij grote schade toe met zijn escapades. Gaat even de oppositie tegen Rutte leiden, verliest dat, maar dendert gewoon door. Maar zolang je zelf geen verhaal met perspectief hebt, haal je hem de wind niet uit de zeilen.”

Jacques Monasch: „Het hoofdbestuur van de VVD vertrekt in mei, daarmee is de lont uit het kruitvat, hopen ze. Donder dan liever meteen op. Nu hangt zo’n bestuur een half jaar als dood gewicht boven de partij. En alleen om de heren waardig door een zijdeur af te laten gaan in plaats van in het licht der schijnwerpers. Maar politiek is topsport, er zijn meer belangen dan het eergevoel van het hoofdbestuur.

De rol van de ereleden moet je inperken, en zeker die van Wiegel. Ooit werd hij van stal gehaald als buitenboordmotor van Joris Voorhoeve. Dan mocht hij hem in zaaltjes als spreekstalmeester inleiden: ‘hier is ’ie dan, Joris Voorhoeve, onze leider!’ Terwijl iedereen liever Wiegel zelf hoorde. Dat is gelukkig een gepasseerd station. Ik zie Wiegel eerder op de lijst bij Rita Verdonk opduiken.”