Kramer wint nu ook de 1.500 m

Sven Kramer heeft gisteren bij de wereldbekerwedstrijden schaatsen in Heerenveen de 1.500 meter gewonnen. Het was de eerste internationale zege op de mijl voor de regerend Europees en wereldkampioen allround, die op de lange afstanden al langer dan een jaar zo goed als onafgebroken alleenheerser is. „Dit vind ik lachen”, zei Kramer na afloop. „Dit bezorgt me meer vreugde dan een zege op vijf of tien kilometer. Stilzwijgend was de 1.500 meter al langer een heel grote uitdaging voor me.”

De 21-jarige Fries reed in de derde rit een tijd die geen van de specialisten kon verbeteren: 1.45,21, slechts 0,02 seconde langzamer dan het baanrecord van Erben Wennemars. Op een voor zijn doen ongekend snelle opening (23,8) liet Kramer drie sterke ronden volgen. „Mijn laatste twee rondjes gingen in 27,3 en 27,8. Gewoon heel vlak. Daar beet iedereen de tanden op stuk.”

De Canadees Denny Morrison kwam met 1.45,34 nog het dichtst in de buurt van de TVM-rijder. De oud-ploeggenoten Mark Tuitert en Erben Wennemars zweepten elkaar op, en waren met het ingaan van de laatste ronde sneller dan Kramer. Tuitert sloeg in de laatste bocht toe, maar kwam niet verder dan de derde plaats. Wennemars was op en finishte als achtste.

Kramer won de afgelopen jaren nog geen 1.500 meter, hoewel hij bij vlagen aantoonde ook die afstand goed aan te kunnen. Bij de kwalificatiewedstrijden voor de Olympische Winterspelen van 2006 werd hij tweede, maar in Turijn mislukte zijn race volledig. Vorig seizoen vocht hij tijdens het EK in Collalbo een fascinerend gevecht uit met de Italiaan Enrico Fabris. Maar op het WK viel de mijl zo zwaar tegen dat Kramer na afloop zijn fiets kwaad wegsmeet in het hotel.

In de afgelopen maanden besteedde hij extra aandacht aan de 1.500 meter. „Daarom geeft dit me een voldaan gevoel. De moeilijkheid is dat je op de ‘1.500’ een keer moet schakelen. Ik moet heel veel energie leveren om snel te openen, en daarna nog drie goede rondjes rijden. Vandaag bleek dat ik die weg nu beter onder controle heb. Al is mijn 1.500 meter nog niet zo stabiel als de vijf kilometer. Daar moet ik nog aan werken.”