Koe in de wei gaat geld opbrengen

Een maand geleden kwam Brussel met ideeën over het landbouwbeleid. Gisteren besloot Nederland dat steun aan boeren gekoppeld moet worden aan het algemeen belang.

Vroeger kregen boeren geld voor het produceren van zo veel mogelijk melk en graan. Die tijden zijn voorbij. Binnenkort krijgen ze subsidie als ze een parkachtig landschap met koetjes, kalfjes en veel weidevogels in stand houden. Dat is in sterk gechargeerde vorm het Europese landbouwbeleid waar Nederland naar toe wil.

Inkomenssteun voor boeren, zo besloot het kabinet gisteren, moet „steeds sterker gekoppeld worden aan het realiseren van maatschappelijke waarden”. Als voorbeeld van deze waarden noemt de regering onder meer het in stand houden van het landschap en de zorg voor milieu en dierenwelzijn.

De achterliggende redenering is dat oude werkwijzen waarmee het huidige polderlandschap tot stand is gebracht, niet de meest efficiënte productiewijze is. Heel wat melkveehouders houden de koeien tegenwoordig jaarrond op stal. „Het veenweidegebied is van enorm belang”, zegt minister Verburg (Landbouw, CDA) na de ministerraad in haar werkkamer. „Maar wat vraagt het om dat gebied in stand te houden, bijvoorbeeld qua weidevogelbeheer?”

Het regeringsstandpunt is een reactie op de toekomstgedachten die eurocommissaris Mariann Fischer Boel (Landbouw) eind vorige maand in het Europees parlement bekend maakte. Zij gaf daarmee het startschot voor een evaluatie van de hervorming die het landbouwbeleid de afgelopen jaren heeft ondergaan.

Boeren krijgen tegenwoordig een hectaretoeslag op basis van de subsidie die ze vroeger voor hun oogst kregen. Die grondslag moet nu worden vervangen door de „publieke waarden” waarover Fischer Boel en Verburg spreken.

Maar welke publieke waarden moeten boeren realiseren? En welke kosten zijn daar aan verbonden? Daarover wil de minister in discussie met de sector en het publiek. Onderzoek moet uitsluitsel geven hoeveel extra kosten bepaalde landschappen met zich mee brengen. Het resultaat zou een nieuwe landkaart van Nederland kunnen zijn waarop de subsidiegrondslag voor boeren zou zijn af te lezen.

De boeren steunen in principe de visie van het kabinet. „Een project als ‘koe in de wei’ zouden we kunnen beschouwen als een publieke waarde”, zegt Albert Jan Maat, voorzitter van de Land- Tuinbouworganisatie. Maar niet alleen het in stand houden van oud, idyllisch landschap moet worden vergoed. Gezien de groeiende wereldbevolking en de groeiende vraag naar voedsel „kan ook innovatie om de voedselproductie te verhogen, om voedsel efficiënt te produceren” onder publiek belang vallen, meent Maat. „We willen praten over de vraag wat publieke waarden zijn.” Projectmatige steun zou zeer goed kunnen werken om innovatie te bevorderen, meent Maat, bijvoorbeeld voor duurzaam energiegebruik.

Beiden zijn het er over eens dat de landbouw een goede tijd tegemoet gaat en allerlei instrumenten om in te grijpen in de markt, zoals het melkquotum, kunnen worden afgeschaft. „Er moet wel een soort vangnet blijven, maar dat moeten we heel selectief en heel beperkt toepassen”, meent Verburg.