Jonge beertjes

VDNCh_018.jpgOp hun vaste winderige hoekje bij het Kremlin vierden afgelopen donderdag 30.000 activisten van de pro-Kremlin jeugdbeweging Nasji de verkiezingsoverwinning van hun leider Vova. Hun schitterende toekomst in de Russische consumptiestaat was veiliggesteld. De algemene blijdschap over die voorlopige welvaartsverzekering was tot op enkele kilometers afstand van het Kremlin te horen. 

De Nasjisten juichten als voetbalsupporters en zo zagen ze er ook uit: om hun rug hadden ze vaandels geslagen met het portret van de allerhoogste erop en hun blozende wangen werden gesierd door de beeltenis van held.

Sinds de dagen van Leonid Brejznev is een Russische leider niet zo vereerd als Poetin in de afgelopen maanden. Ook in de jaren zeventig ging het tenslotte goed met het Russische moederland, ook toen stroomde het oliegeld, ook toen hingen leden van de machtspartij de rijke bink uit en dachten ze dat het goede leven geen einde zou kennen. En ook toen was er een kleine oppositie die van verraad van het moederland werd beschuldigd. Nobelprijswinnaars Andrej Sacharov en Aleksandr Solzjenitsyn zijn de beroemdste voorbeelden van die zogenaamde verraders.

Uit alle steden van West-Rusland waren de Nasjisten die donderdagochtend aangevoerd, jongens en meisjes tussen de 16 en 24 jaar oud. Op de voorruiten van de autobussen die hen hadden gebracht kon je zien waar ze vandaan kwamen: Ivanovo 1, Ivanovo 2, Ivanovo 3, Toela 1, Toela 2, Tver 1, Tver 2, Voronezj 1, Nizjni Novgorod 1, Nizjni Novgorod 2, en ga zo maar door.

Het heeft altijd iets aandoenlijks om de Nasji-jongens en -meisjes zo bezig te zien, vooral omdat ze na afloop van hun geschreeuw in kleine groepjes de stad intrekken om zich als boertjes  van buten bij de toeristische hoogtepunten van Moskou te laten fotograferen.

De dag na de verkiezingen waren sommigen van hen ook al in Moskou geweest, al hadden ze toen een andere opdracht: het neerslaan van een door hun leiders aangekondigde revolutie. ‘Verraders en dieven’, aangemoedigd door de Verenigde Staten en Engeland, zouden alle belangrijke gebouwen en pleinen willlen bezettten om op die manier een opstand tegen Poetin te ontketenen. En dat moest natuurlijk vermeden worden. Gelukkig weten de Nasjisten   hoe dat moet: ze hebben de afglopen maanden cursussen gekregen in het opbreken van betogingen en het omsingelen van kleine groepjes demonstranten.

De Nasjisten die ik die maandag tegenkwam keken niet erg welwillend naar de westerse toeristen die ze rond het Rode Plein tegenkwamen. In een land dat zeventig jaar getekend is door een cultuur van verraad, kun je tenslotte niemand vertrouwen. 

Op de pamfletten die ze uitdeelden was Uncle Sam met zijn hoge hoed afgebeeld, zittend op zakken geld waarop de namen van de Russische oppositieleiders stonden. Op die manier werden de Verenigde Staten ervan beschuldigd Poetins overwinning te willen saboteren.  Even waande ik me in de Sovjet-Unie, waar je Uncle Sam met zijn gemene kop vrijwel dagelijks in de pers tegenkwam.

Maar afgelopen donderdag ging het er vreedzamer aan toe. De revolutie was er niet gekomen en alle paniek was voor niets geweest. Tussen de 30.000 opgewekte Nasjisten bevonden zich nu ook zo’n 3000 kinderen tussen de 8 en 15 jaar. Een nieuwe groep pro-Kremlinactivisten?  Jazeker, want ook deze kleintjes kwamen Vova eer betuigen. Ze hadden zich in vaandels gestoken waarop een beertje was getekend dat Poetin aanmoedigde verder te gaan met zijn goede werken. Ze heten de Misjki, de Beertjes, de Teddybeertjes.

De Misjki-organisatie werd twee maanden geleden opgericht om kinderen tussen de 8 en 15 aan te moedigen om zich,  zoals hun aanvoerster Joelia Zimova zegt,  ,,actiever op te stellen in de samenleving.” Nu zou je denken dat kinderen het op die leeftijd veel te druk hebben met hun huiswerk om zich ook nog met politiek bezig te kunnen houden, maar niets lijkt sommige Russische ouders teveel als het om het moederland gaat. Zelf zijn ze tenslotte ook tussen hun 8ste en 15de bij een jeugdbeweging geweest: de Pioniers. En zoals je de Nasji kunt vergelijken met de Komsomol, lijken de Misjki misschien nog het meest op die Pioniers. Alleen hadden die een veel leuke uniformpje en konden ze goed zingen.

Aan het eind van die dag stond ik op de roltrap in het Taganka-metrostation. Mijn oog viel voor de zoveelste keer op de plafondschildering van de vlag van de Sovjet-Unie die in een donkerblauwe sterrenhemel zweeft. En ineens herinnerde ik me die uitdrukking uit de dagen van de Sovjet-Unie: de schitterende toekomst van het socialisme. Die schitterende toekomst is terug van weggeweest.