Indiase boeren handelen in schone lucht

In het zuiden van India profiteren boeren van de verkoop van CO2-rechten. Tegelijkertijd worden ze hard getroffen door klimaatverandering. De moesson is onvoorspelbaar.

Op haar tiende, op blote voeten, maakte zij haar eerste gang naar het bos. Om hout te kappen voor de oven in het keukentje van haar moeder – naar school gaan was niet belangrijk. Ze vertrok iedere dag om een uur of zes ’s ochtends en kwam tegen het middaguur, met een bos hout op haar hoofd, weer terug.

Bhaghamma (42) laat haar handen zien. De groeven, het eelt en de littekens vertellen genoeg over een leven van dertig jaar hout verzamelen. Elke dag was er tussen de 10 en 15 kilo hout nodig. En in de moessontijd moest er maandelijks nog eens 10 liter kerosine aan te pas komen om te kunnen koken.

Maar tegenwoordig hoeft Bhaghamma niet meer de deur uit voor hout. Een biogasinstallatie heeft haar bestaan drastisch veranderd. Niet langer hoeft zij eindeloos de donkere rookwalmen van de brandende takken in de benauwde keuken te trotseren. De opgezwollen ogen, de hoestbuien, de ademhalingsproblemen, de terugkerende hoofdpijn, ze zijn verdwenen. De roetaanslag op de potten en pannen is alleen nog een onprettige herinnering.

Zij zegt: „Koken op gas gaat veel sneller. Iets waar ik voorheen een paar uur mee bezig was, gebeurt nu in een half uurtje.” In haar dorpje, in het district Kolar in de Indiase deelstaat Karnataka, heeft de komst van biogasinstallaties niet alleen tot minder kooldioxide uitstoot geleid, maar ook een kleine revolutie veroorzaakt. Plotseling hebben veel vrouwen tijd voor andere zaken: roddelen en theedrinken met de buren, de kinderen naar school brengen, een winkeltje runnen en eventueel de man helpen bij het oogsten.

Het biogas is afkomstig van verzamelde, gedroogde koeienmest: per dag is er zo’n 10 kilo nodig. De uitwerpselen van de koe worden ’s ochtends door Bhaghamma en haar man met de hand vermengd met water. Daardoor ontstaat een waterige drab, die in ondergrondse opslagtanks verdwijnt. Het methaangas dat vrijkomt in die tank, wordt via een slang naar de keuken geloodst. De overblijfselen in de tank, ontdaan van hun schadelijke gassen, kunnen later weer worden gebruikt op de akkers, als mest.

Een gemiddelde biogasinstallatie kost al snel meer dan 200 euro. Dat is een fors en vaak onbereikbaar bedrag voor mensen die leven van 20 euro tot 30 euro per maand. Hout sprokkelen kost meer tijd, maar is wel gratis. Bezit van één tot twee koeien is bovendien een andere vereiste. Toch zijn er sinds 2005 meer dan 5.500 huishoudens in Kolar, een arme regio met veel keuterboeren en dagloners, die biogasinstallaties bezitten.

Het is een opmerkelijke ontwikkeling en vooruitgang, die te danken is aan een lokale hulporganisatie Adats. Adats is de eerste particuliere organisatie ter wereld die het voor elkaar heeft gekregen haar project (de installatie van biogas bij boerenhuishoudens) geregistreerd te krijgen onder het zogeheten Clean Development Mechanism (CDM) van het Kyoto-protocol. Het project in Kolar werd voorgefinancierd door het Franse energiebedrijf Velcan. In ruil voor zijn investering verwierf het de verhandelbare emissievergunningen van het project, dat een looptijd heeft van zeven jaar.

De ruim deelnemende 5.500 huishoudens, zo heeft Adats berekend, stoten jaarlijks vier tot vijf ton CO2 minder uit, omdat ze gestopt zijn met het stoken van hout en minder kerosine gebruiken. Als het Franse bedrijf is afbetaald na zeven jaar, kunnen de huishoudens zelf geld overhouden aan de emissierechten.

Een ander bijkomend voordeel van de introductie van de gasinstallaties is dat er minder hout wordt gekapt, waardoor verdere ontbossing een halt wordt toegeroepen – bomen die groeien, nemen CO2 op uit de lucht; worden ze gekapt, dan komt deze CO2 grotendeels weer vrij in de lucht. Binnen vier jaar wil Adats zo’n 20.000 gasinstallaties hebben geïnstalleerd in Kolar.

De inwoners van Chowdareddipalli zien door de biogasinstallaties hun levens weliswaar verbeteren, maar ze zijn ook slachtoffer van klimaatverandering. Kolar is van oudsher een droge regio, maar de afgelopen jaren is „de situatie verslechterd”, zegt Ram Esteves, de directeur van Adats.

De moesson is onberekenbaar geworden, er valt minder regen. „Vroeger wisten de boeren precies wanneer de regentijd begon en hoeveel regen er ongeveer zou vallen. De regen viel gelijkmatiger”, zegt Esteves. De afgelopen vijf jaar is de moesson wispelturig geweest. Soms was er sprake van dagen hevige regenval, dan weer van periodes van droogte. „Dat maakt het lastig om je land te bewerken”, zegt Esteves.

Die conclusie staat ook in het onlangs gepubliceerde Human Development Report van de ontwikkelingstak van de VN: klimaatverandering raakt op harde wijze de arme bevolking op het platteland in ontwikkelingslanden.

„Wij profiteren met ons project van de milieuregelgeving”, zegt Esteves, ,,maar het heeft iets onrechtvaardigs. Rijkere landen, die verantwoordelijk zijn voor de meeste vervuiling, kopen hun verplichtingen af, terwijl de boertjes hier het meest lijden onder de klimaatverandering. Ondertussen brengen zij wel de CO2 uitstoot naar beneden. Het heeft iets van een tragikomedie.”